De monniken van Zundert en hun ecologische moestuinMeewerken met de natuur
Ze konden het niet
meer bolwerken, de monniken van Zundert, en dus ruimden ze de grote moestuin
op. Groente en fruit kun je kopen. Dan kun je je energie besteden aan andere
zaken als bijvoorbeeld het gastenwerk. Cocky van Leeuwen, tuinvrouw in Stoutenburg en Guy Dilweg reisden af naar het Zuiden om te praten met broeder Frans over de achtergronden van hun tuinieren. Frans was kantoorbediende toen hij als twintigjarige in 1945 intrad en werkte in de abdij o.a. in de smederij. Bepaald geen boeren-afkomst. Frans: Het biologische ging vanzelf. Ik gebruikte koemest uit de stal. Natuurlijk kreeg ik wel last van plagen zoals rupsen. We plukten die van de koolbladeren af, maar dat hielp niet voldoende. Via vrienden heb ik toen mijn licht opgestoken bij de VELT (Vereniging voor Ecologische Leefwijze) in België. Ik wilde geen kunstmiddelen gebruiken. Zaaien en dan maar zien wat de aarde ervan maakt. Van nature, dat ligt in mijn aard. De kokWe vragen eerst door over de weerstanden die hij zou hebben kunnen ontmoeten. Hoe reageerde de kok, bijvoorbeeld? De relatie tussen de kok en de tuin is cruciaal. Als die niet klikt wordt het niks. Frans vertelt dat de kok er inderdaad in het begin niet zo gelukkig mee was. Die moest nu de groente weer gaan wassen en kon niet gemakkelijk een blik open trekken. Maar hij vond het ook wel beter dat er uit eigen tuin gegeten werd en niet meer van de markt en uit blik. En dat gaf een goede start. De monniken eten vanuit hun eigen traditie al vleesloos waardoor een vanzelfsprekende opening bestond naar vegetarisch eten. Niet alle koks zijn overigens even blij met de producten uit de moestuin. Je kunt niet 's morgens gaan bedenken wat je wilt koken Je moet je menu samen met de tuinlieden plannen. Dan de monniken, deden die niet moeilijk?Neen, de kok diende het mooi op. Een enkele broeder neemt Frans wel eens terzijde om hem - over zijn maag wrijvend - toe te vertrouwen: "ik kan er niet zo goed tegen, tegen dat biologische " Maar dat is echt een uitzondering. Frans: 'Het lag in mijn aard om het biologisch te doen. Ik ben me er later pas in gaan verdiepen. Het moest niet te ingewikkeld worden. Geen biologisch dynamische landbouw bijvoorbeeld. Als je met de natuur meewerkt krijg je er vanzelf ook eerbied voor.' Frans ziet niks in kassen en tunnels om vroege groenten en tomaten te kweken: 'Tomaten horen thuis in het gebied van de Middellandse Zee'. Maar hij wil zijn opvolgers die wel vroege groeten wilen kweken niet voor de voeten lopen.
Monastiek ingebedFrans is onderhand
gepensioneerd: 'Ik begin elke dag, na de mis, met bijbellezing, volgens een
rooster, al dertig jaar. Het is 'n punt waar ik altijd op terugval, dat me draagt.
Verder een beetje klussen. En lezen: vaak historische onderwerpen of over sterrenkunde.
Een andere wereld, waar je toch mee verbonden bent. Ook dat draagt je. Zo bekijk
ik ook het werk in de moestuin of op de boekbinderij. Niet dat me dat nou zo
vreselijk boeit, maar het draagt me wel. Ik beluister graag klassieke muziek,
vooral religieuze. Naast het gewone genieten is 't voor mij ook een soort gebed,
'n meditatie. Het gaat door je hele lichaam heen; soms ben ik tot tranen bewogen.
Eigenlijk vind ik, dat je in plaats van al die bezigheden, je ook gewoon rustig
naar buiten zou moeten kunnen kijken, naar de vogeltjes... Maar ja, je wilt
wat doen, hè? Heel wat broeders hebben
weinig voeling met de grond, met buiten. Zo'n tuin is ook een dwingend iets,
dat voelt iedereen wel aan. Vroeger waren de trappisten boeren. Nu zijn ze dat
echt niet meer. Wel hebben de meeste monniken dat milieuvriendelijke, een zekere
mildheid t.a.v. de natuur, mee willen werken met de natuur.
In het gedenkboek " Broeders te wezen " (Abdij Maria Toevlucht in Zundert, 1900 - 2000, Eigen uitgave van de abdij, 2000.) staan wat nog meer overpeinzingen over het monnikendom en het omgaan met de tuin. Br. Cornelis"Korneel"
was samen met Franciscus broeder in de tuin. Broeder AlexDe plastic tunnel, midden in de moestuin, was een initiatief van broeder Alex, van oorsprong Westlandse tuinder. Broeder Alex: Voor mij is ecologisch tuinieren heel belangrijk, vanuit de macrobiotiek. Het lichaam moet tintelen van energie. Als er blokkades zijn, dan spelen psychische zaken vaak een grote rol, maar ook zuiver voedsel en lichamelijk werk doen veel goed. Afhankelijkheid van de natuur voorkomt zelfverzekerdheid, je voelt je klein. Dat is monnikzijn voor mij: niet zelfverzekerd zijn, 'n soort armoede. Broeder HanIk werk liever in de tuin dan met het vee, ik heb moeite met dierenleed zoals slachten. Het milieuaspect is belangrijk. Als christenen moeten we zorgen voor wat noodlijdend is, en dat is nu de natuur. Verder is het goed dat we onze eigen spullen produceren, maar niet meer dan we nodig hebben. Bij grote winsten richt je vaak toch weer ergens schade aan. Tot zover de citaten uit het gedenkboek. Recentelijk heeft de raad van de abdij weer gesproken over de moestuin. Wilde men investeren in een kleine trekker met toebehoren? Er was al een machinale cultivator. De raad besloot die investering te doen en bepaalde daarmee dat de moestuin, ook al is die economisch niet rendabel, belangrijk is voor de abdij en het monnikenleven. Guy Dilweg / Cocky van Leeuwen, voorjaar 2002. Link: Trappisten Zundert
april 2002 |


