Home > communiteit > Aansluiten

Het succes van het Franciscaans Milieuproject

De ervaringen van huisgenoot Ruben

Ruben werd begin 2011 huisgenoot. Dat wil zeggen hij tekende ervoor om een jaar mee te leven en mee te werken met de communiteit van het Franciscaans Milieuproject. In november schreef hij zijn ervaringen op. Toen hij die ons te lezen gaf kregen we er rode oortjes van. Wat hij vertelde herkenden we wel, maar als het dan opgeschreven wordt, klinkt het gauw zo mooi. We aarzelden over publicatie. Maar van de andere kant, vonden we het ook wel waar wat hij zag en beschreef. Dus hier komen ze: de ervaringen van Ruben na ruim een half jaar huisgenootschap.

Waarom is het project zo'n succes?

Ruben Verkroost in zijn element: de moestuin.Het Franciscaans Milieuproject bestaat dit jaar 20 jaar. Dat is een prestatie van formaat, zeker wanneer we constateren, dat ook vandaag de dag het project volop floreert en bloeit en verre van ingeslapen of zelfs maar ingedut is. Het lijkt mij daarom een uitgelezen moment voor een nadere beschouwing van dat succes. Terwijl ik met de ruwe versie van deze beschouwing bezig was, realiseerde ik mij ineens tot mijn schrik, dat er onlangs al een beschouwing gemaakt was. Namelijk door Guy Dilweg in de vorm van de veertiende Stoutenburglezing. “Wat kan ik nou nog toevoegen? “, dacht ik toen. Vervolgens besefte ik mij, dat ik vanuit een andere ervaring en optiek kan schrijven en dat het daarmee een aanvulling zou kunnen zijn. En zo is dit stuk bedoeld; complementair. Ik zelf maak nog maar kort onderdeel uit van dit project, nog niet eens 20 maanden. Het is derhalve  niet aan mij, om te schrijven over 'hoe het zover gekomen is'. Maar ik denk wel iets te kunnen zeggen over het succes in het hier-en-nu. Want reeds sinds maart van dit jaar mag ik getuige én onderdeel zijn van het dagelijks leven op kasteel Stoutenburg en krijg ik steeds meer zicht op de ingrediënten  van het succes. Voor mijn gevoel loop ik een risico, wanneer ik probeer te beschrijven wat misschien niet te beschrijven is. Of zoals Eckhart Tolle in zijn lezing op Findhorn stelde: woorden zijn slechts wegwijzers naar datgene waar geen woorden voor zijn. Niettemin neem ik graag dit risico, omdat ik een sterke behoefte voel expliciet te maken wat impliciet aanwezig is. Ik heb ervoor gekozen het geheel onder te verdelen in een aantal delen ('kopjes') om zo de leesbaarheid te vergroten. Ik wil en kan niet uitputtend zijn, dus daarom bespreek ik hier slechts de belangrijkste succesingrediënten.

Authentiek contact en verbondenheid

Verbondenheid is een belangrijke pijler van het Franciscaans Milieuproject. Verbondenheid met de natuur, met elkaar, met alles in en om ons heen. Ik denk dat werkelijke verbondenheid niet zonder authentiek contact kan. Het maken van contact gaat zelfs vooraf aan verbondenheid. En dit is iets waar de dragers van het project goed in zijn: vanuit hun hart en geloof proberen zij keer op keer echt contact te maken met die ander, met de natuur en met het goddelijke in alles. Ik merk, dat ik reeds op dit punt in mijn betoog al bijna verstrikt raak in de woorden, die zo tekortschieten om te duiden wat ik wil duiden. Natuurlijk is het zo, dat er niet altijd daadwerkelijk authentiek contact is. Maar mijns inziens gaat het meer om de intentie om de ander en het andere te willen ontmoeten, dan om het resultaat. Ik denk, dat dit voor een deel verklaart waarom zoveel verschillende mensen zich thuis en prettig voelen op deze plek. Er is ruimte en tijd voor ontmoeting en er ontstaat wederzijdse oprechte interesse en betrokkenheid.

Betekenis geven en notitie nemen

Tijdens een van de eerste meditaties die ik mocht begeleiden, sprak ik over de overeenkomsten die ik zag tussen iets moois dat hier gebeurt en iets dat ik eerder leerde in het kader van mijn beroep als maatschappelijk werker. Ik werkte enige tijd met zogenoemde 'multiprobleemgezinnen' en van een goeroe in het vakgebied leerde ik iets essentieels over het bereiken van vooruitgang met deze gezinnen. Het waren vaak gezinnen, waarop al vele hulpverleners en instellingen waren stuk gelopen. Zo leerde de man mij, dat iedereen in dit leven op zoek is naar betekenisvolle relaties en contexten en dat het zien van die betekenis door een ander, een belangrijke wens is die wij allen koesteren. Het 'gezien worden' noemde hij 'notitie nemen'. Jij geeft betekenis aan dit leven, ik zie die betekenis en ik laat je weten dat ik die betekenis en (dus) jou zie. En precies dit zie ik veelvuldig terug in het dagelijks leven op het kasteel. Zo wordt er met oprecht enthousiasme geklapt wanneer iemand lekker gekookt heeft. Of uiten mensen hun blijheid, als ze zien welke voortgang er in de tuin is gemaakt en wordt er zichtbaar genoten van alles wat door gezamenlijke inspanning tot stand wordt gebracht. Ook ontroert het mij, dat hier zoveel verschillende mensen hun eigen ei kwijt kunnen en hier kunnen en mogen zijn wie ze zijn. Er is ruimte voor allerlei talent en gelegenheid voor de ontplooiing van latent talent. Zo kunnen mensen hier zingen, dansen, koken, wieden, zaaien, oogsten, bidden, beminnen, bouwen, vernieuwen, verbinden, creëren en nog veel meer.

Volharding, stabiliteit en continuïteit

Het leven is niet enkel rozengeur en maneschijn. Daar niet en ook hier niet. Tegenslagen, teleurstellingen, lijden en sterven zijn onlosmakelijk verbonden met leven. Zo dus ook met het leven op en rond het project. Ik vind het wat dat aangaat op zich al veelzeggend, dat het project na 20 jaar nog steeds glanst en bloeit. De dragers, supporters en ambassadeurs van het project zijn blijkbaar zeer bedreven in het omgaan met de moeilijke kanten van het leven. Daar is volharding voor nodig evenals geloof en vertrouwen. Geloof en vertrouwen in de aanwezigheid van het goddelijke in alles. Die volharding en dat geloof en vertrouwen hebben ertoe bijgedragen, dat de basis hier heel stevig aanvoelt en dat het project een mooie continuïteit kent. Guy refereerde in de veertiende Stoutenburglezing diverse malen aan die continuïteit: het keer op keer schrobben van de gangen, het verwelkomen van de gasten, het verzorgen van de moestuin. Op mijn allereerste dag op Stoutenburg had Carolien het over de 'geoliede machine'. Wel, daar heeft zij gelijk in. Als ex-bedrijfskundige heb ik in veel keukens van organisaties mogen kijken, maar slechts zelden trof ik een machine die zo goed geolied is als de organisatie (in de brede zin des woords) van het Franciscaans Milieuproject. Tevens denk ik dat dit project alleen maar kan voortbestaan, omdat er een balans bestaat tussen geven en nemen. En dat is geen makkelijk evenwicht naar mijn mening. Het geven en nemen heeft namelijk betrekking op alle aspecten van het project. Als we teveel van de tuin nemen en te weinig geven, putten we de grond uit. Wanneer we teveel van onszelf geven en te weinig ontvangen, raken we opgebrand. Als er gedurende langere tijd te weinig dragers zijn voor een te zware last, zakt het bouwwerk door zijn hoeven. Maar tot op heden is dit alles niet gebeurd! Ik zie, dat door alle ervaring, door al het vallen en opstaan, door alle mensen “van buiten” die het project mede dragen, de balans goed is en het fundament stevig.

Liefde, aandacht en natuur(lijk)

Nu volgt het meest uitdagende stuk van deze beschouwing, omdat ik hier het woord 'liefde' wil gebruiken. Het is uitdagend, omdat het begrip 'liefde' zo onvoorstelbaar groot en haast niet te bevatten voelt. Verder is het zo, dat bij uitstek dit mooie en belangrijke woord, zoveel verschil van mening oproept wanneer ik erover met anderen in gesprek ga. Dit brengt het risico van verwijdering en afscheiding met zich mee en ik wil juist dat deze beschouwing een verbindende werking heeft. Dat jullie als lezers iets herkennen in hetgeen ik schrijf. Toch neem ik ook op dit punt graag dit risico, omdat er voor mij geen ander woord is dat de lading zo goed dekt wanneer we het over de energie hebben die zo duidelijk aanwezig is op en rond kasteel Stoutenburg. Ook voel ik mij gesteund, daar ik het afgelopen half jaar meerdere mensen het woord heb horen gebruiken in relatie tot Stoutenburg. De liefde is voelbaar, als je het mij vraagt. En ze wordt elke dag opnieuw zichtbaar. Zo manifesteert ze zich in de aandacht die er wordt gelegd in de dagelijkse werkzaamheden, zoals het begeleiden van de tuin in haar proces, het bereiden van de maaltijden en de voorbereiding en uitvoering van activiteiten met als doel de verbinding met “de buitenwereld” te versterken. Ook nu gaat het mijns inziens eerder om de intentie, dan om het resultaat en is het uiteraard niet zo dat er nooit wat zonder aandacht gedaan wordt of dat er nooit sprake is van onbegrip, frustratie of angst.
Graag refereer ik hier eveneens aan de theorie van Marshall Rosenberg over geweldloze communicatie. Enkele jaren geleden las ik wat stukken uit zijn gelijknamige boek en werd ik geraakt door zijn verfrissende, heldere en toegankelijke model voor geweldloze communicatie. Niet eerder op mijn zoektocht trof ik een plek aan waar de praktijk de theorie zo goed benadert als hier. Met verbazing aanschouw ik geregeld het verschil tussen mijn eigen gedachten over het gedrag van een willekeurige ander en de vaak positieve en liefdevolle reactie van mijn medebewoners. Met gemengde gevoelens probeer ik die kunst af te kijken. Gemengd schrijf ik, omdat ik bewondering voel en ook pijn, omdat mijn eigen gedachten dan zo schril afsteken. Maar het kan haast niet anders dat deze liefdevolle omgeving helend is voor die vervelende gedachten in mijn hoofd.

De kracht van het meegeven

Tot besluit van deze beschouwing wil ik graag stilstaan bij dat wat ik 'de kracht van het meegeven' zou willen noemen. Lange tijd ben ik overtuigd geweest van de maakbaarheid van het bestaan en van mijn persoonlijke mogelijkheden tot beïnvloeding van het leven. Ik stelde mijzelf doelen, bedacht een plan en realiseerde vervolgens die plannen. Of het nu ging om het verkrijgen van een baan, of het leveren van een sportprestatie; tot op zekere hoogte was ik keer op keer succesvol. Dat mijn inspanningen vaak tegennatuurlijk waren, kreeg ik maar heel langzaam in de gaten. Als ik viel, stond ik na verloop van tijd gewoon weer op en ging ik op de oude voet verder. Op een gegeven ogenblik kon ik niet anders, dan mijn koers wijzigen. In de eerste plaats, omdat ik steeds verder van mijzelf raakte en in de tweede plaats omdat de omgeving hier mij stimuleert tot meebewegen met het leven in plaats van het aanbinden van de strijd. Die natuurlijke beweging van het 'surfen op de golven' lijkt stevig ingebakken in de cultuur van Stoutenburg en wordt voor mij ondubbelzinnig zichtbaar in de wijze van leven met de moestuin. Daar op die beeldschone, heilige en vredige plek past enkel een benadering die getuigt van kijken, luisteren, voelen en aansluiten bij wat op dat moment nodig is. Mahatma Gandhi sprak ooit de volgende wijze woorden: “dwang kan alleen eindigen in chaos”. Ook dat hebben ze op Stoutenburg goed begrepen.

Na dit alles is maar één conclusie gerechtvaardigd: wat is het fijn om hier te zijn en wat is dit een bijzonder project. Wanneer je dit stuk gelezen hebt en je voelt behoefte om te reageren, aan te vullen en/of uit te wisselen, aarzel niet en zoek me op.

Da pacem cordium,
(Vrede in het hart)

Ruben
Stoutenburg, november 2011.

>> Reageer naar het project
>> Reageer naar Ruben

>> Meer over huisgenoot worden

10 december 2011

Terug       Top