|
|
Heilig Voedsel
Conferentie over de meervoudige betekenis van onze voeding
Twee teksten over het Heiligen van het voedsel
Paul van Dijk
Genieten vraagt om respect voor het eigene, het bijzondere van de ander en
van de dingen. Genieten is niet hetzelfde als consumeren, zoals proeven niet
hetzelfde is als verzwelgen. De wijnkenner nipt van zijn glas, natuurlijk, je
kunt dat uit snobisme overdrijven, maar toch, je nipt van het glas en neemt
de tijd om de wijn de kans te geven zijn volle bouquet te doen vrijkomen. Genieten
vraagt om zorgvuldigheid: genieten veronderstelt respect. Wie van muziek geniet,
is stil en bewaart afstand. Wie van een schilderij geniet, geeft het de ruimte.
Wie van de natuur geniet, laat haar in tact. Wie van een ander mens geniet,
overweldigt hem/haar niet.
Ik denk eraan hoe de halacha (het organisch geheel van joodse leefregels) voorschrijft
dat de Jood, telkens wanneer hij van iets geniet, daarbij een beracha, een dankzegging
of zegenbede uitspreekt. 'Gezegend zijt Gij, Koning der wereld en Schepper van
alle dingen vanwege ....' bijvoorbeeld de wijnstok, of het brood. Er zijn vele
van die berachot: voor groente, fruit, vis, eieren, kaas, het ruiken van specerijen,
welriekende planten en vruchten, oliën, het aanschouwen van mooie bomen
en lieve mensen, natuurverschijnselen, de ontmoeting met een wijs mens.
Zoiets als het bij ons in onbruik geraakte 'Heer, zegen deze spijs, amen'. Natuurlijk,
je weet best dat er geen molecuul vitamine wordt toegevoegd, maar het herinnert
eraan dat wij mensen nog iets anders zijn dan varkens aan de welvaartstrog.
De Talmud zegt: Wie van deze wereld geniet zonder beracha, zonder dankzegging,
is een fraudeur, doet alsof van hem is wat van allen samen is. Door de joodse
mens van jongsaf aan te leren danken voor het genieten, door hem de 'dankzegging
bij de genieting' (de birkoth Hanaäh) bij te brengen, leert het jodendom
hem echt te genieten in plaats van te consumeren en brengt hem de afstand van
de eerbied bij.
Christelijke spijswetten
 |
| Paul van Dijk |
Van hieruit valt er mijns inziens ook veel te zeggen voor een
herstel en actualisering van de door christenen zo ten onrechte als wettisch
en ceremonieel afgedane spijswetten, zoals die staan opgetekend in het elfde
hoofdstuk van dat op het eerste gezicht zo onmogelijke priesterhandboekje Leviticus.
Zodra je beseft dat rein en onrein in de Schriften geen kwestie is van hygiëne
of inwonende smetstof, maar veeleer een zaak van al dan niet toegewijd zijn
aan Gods allereigenste bedoelingen en zodra je tot jezelf hebt laten doordringen
dat ook ons consumptiepakket geen onschuldige aangelegenheid is, ga je anders
over die spijswetten denken. Of we beschikbaar zijn voor het Koninkrijk en zijn
gerechtigheid, kan blijken uit ons voedselpakket, uit datgene wat bij u en bij
mij op tafel komt. De veel versmade spijswetten zouden minstens aanleiding kunnen
zijn tot een kritische bezinning op ons consumptiepakket. Kan bio-industrie
eigenlijk wel? Niet omdat dat vlees ongezond of minder lekker of onnatuurlijker
zou zijn, maar omdat voedsel dat berust op gewelddadige inhaligheid geen teken
van Messiaanse beschikbaarheid kan zijn. Moeten we misschien voor minder vlees
meer overhebben, zodat zowel de boer een rechtvaardig inkomen kan krijgen als
het dier tot zijn recht kan komen?
Uit: Paul van Dijk - Het heiligen van de natuur. Lezing studiedag Stoutenburg,
2000.
>> De complete tekst.
Louise Fresco
 |
Louise Fresco.
Foto: Nexusinstituut. |
De moderne mens die nog maar nauwelijks de voedselschaarste is
ontgroeid, heeft er grote moeite mee zijn of haar consumptie te beperken en
blijft eten. Voedsel combineert dan ook bij uitstek het duale karakter van genieten
en schuld. Wie zich niet kan beheersen, zegt dat het voedsel onweerstaanbaar
is en dat hij/zij weer eens heeft gezondigd door te veel chocolade, kaasblokjes
of koekjes te eten
. De verleiding ligt [volgens het gedicht Paradise Lost
van Milton]
in de appel zelf.. .. We moeten het verhaal van Eva dus ook
lezen als een waarschuwing: voedsel is een gevaar dat ingetoomd moet worden
door de juiste keuze en combinatie van voedingsmiddelen. Daarvoor is een religieuze
autoriteit nodig die het onveilige voedsel sanctioneert, letterlijk heilig maakt
[met verwijzing naar joodse en islamitische spijswetten] .
Eten werd een
weloverwogen daad van zelfcontrole, een serie beslissingen over productie, bereiding
en consumptie. Ook als er weinig regels waren, zoals in het christendom, bestond
de neiging tot matiging- soms door vasten
Uit: Louise Fresco - Nieuwe spijswetten. Over voedsel en verantwoordelijkheid.
Amsterdam: Bert Bakker, 2006
20 januari 2008.
|