Home > Publicaties > Unamore

Het gaat om de vreugde

Over de relatie van Unamore met Franciscus.

Vol vuur vertelt Unamore voor een volle zaal over haar levenslange relatie met Franciscus van Assisi.
Op 1 oktober 2000 opende de Amsterdamse kunstenares Unamore een tentoonstelling in het Franciscaans Milieuproject. Centraal stond daarbij haar schilderij van Franciscus. Voor een volle zaal vertelde ze zoals het haar inviel over haar levenslange relatie met hem.

INHOUD

Vader en moeder

Ik dacht te beginnen met iets over mijn ouders te vertellen En dan begin ik bij mijn vader die voor de oorlog in militaire dienst was. De militaire opleiding van vóór de oorlog was nog heel anders. Hij had er een eigen ateliertje en daar was hij altijd aan het beeldhouwen en aan het schilderen als ze geen marsen moesten lopen. En zo op een goeie dag, begon hij Sint Franciscus te maken. Sint Franciscus in klei, ongeveer 1,20 m hoog. En die heeft hij in gips gegoten. Die Franciscus is heel lang in mijn leven in huis gebleven. Hij had een bank getimmerd toen hij getrouwd was, waar je met zn drieën op kon zitten. Naast die bank was een soort kastje met een deurtje erin en een sleutel in dat deurtje. En als ik dat deurtje open deed dan was er altijd wel iets heel lekkers in dat kastje, voor speciale gelegenheden. En op dat lekkers in dat kastje stond dan: Sint Franciscus. En die had hier, zo op zijn schouder, een vogeltje. Hij stond daar in zon pij en met een aureool om zijn hoofd.

Terwijl mijn vader voor de oorlog met Franciscus bezig was, liep mijn moeder, weer ergens anders in Nederland, als Tochtgenote van Sint Franciscus, met zon lange bruine jurk aan, langs s herenwegen met andere vrouwen, vriendinnen van haar, te mediteren en zich gedachten van Franciscus eigen te maken onder leiding van een stel leuke Franciscanen.

Als ik ziek was, en in bed lag, dan vroeg ik: mag ik weer eens in de fotodoos kijken? Dan kwam er zon schoenendoos uit de kast. Dan zag ik mijn moeder op de fotos met die lange jurk aan en met die vriendinnen van haar, allemaal lol, lachen, lachen. Een plezier op die fotos, weet je Of ze liepen in zon rijtje door de bossen of ze zaten aan lange tafels. Maar op alle fotos hadden ze lol en enorm veel plezier. Dus dan vroeg ik aan mijn moeder: wat doen jullie daar toch? Wat beleefden jullie daar dan? En dan was ze zo enthousiast met verhalen over die Franciscaanse tijd van haar.

Top

Franciscusraampje

Na de oorlog ontmoette ik dan ook vriendinnen uit die tijd en de paters met wie ze gelopen hadden. Eén van hen, pater v.d. Berg, was glazenier. Die heeft een keer voor ons een Franciscusraampje gemaakt in glas-in-lood. We woonden toen in een huis met de trap in de kamer en als je dan de trap op ging was er boven een deur, bijna helemaal van glas en lood, die Franciscus voorstelde. Overdag scheen daar het licht doorheen en s avonds was er een lampje aan. Dus altijd als ik naar boven ging, liep ik zo tegen Franciscus op. We hadden geen centrale verwarming, maar we hadden daar op dat overloopje bij die gang een klein douchecelletje en als ik dan in bad geweest was of onder de douche, dan . . . . roetsj, gauw naar Sint Franciscus, want daar was het altijd lekker warm, daar bovenaan die trap. En daar droogde ik me af.

Dus Franciscus zag mij opgroeien van klein meisje tot volwassen vrouw. En ik zat altijd met hem te kletsen. Na de oorlog zijn we in Loosdrecht terechtgekomen. Daar hadden we een hele grote tuin, met een boomgaard. Franciscus werd iedere zomer in de tuin gezet met rondom hem een cirkel van kippengaas waar lathyrus tegen aan groeide met allerlei kleurtjes. Zo stond Franciscus daar tussen de lathyrus in.

Toen ik naar school ging, en meer bij mensen over de vloer kwam die geen kunstenaars waren zoals mijn ouders, dan kwam ik in andere milieus terecht. Ik zag daar dat ze kleedjes over de tafel hadden en andere stoelen en ja, heel anders ingericht. Dus ik vroeg aan mijn ouders: hoe kan dat nou, dat wij een zó ingericht huis hebben en de andere mensen een huis met een dressoir en dat je ook die glazen allemaal ziet en de kopjes. Toen zeiden mijn vader en mijn moeder: weet je, wij willen eigenlijk leven op zn Franciscaans, dus wij hebben zoveel mogelijk alles ingericht en gedaan om in de Franciscaanse geest te leven.

Als ik dan in de boekenkast keek, dan was er een boek, dat heel dik was, over Franciscus. Dat boek was heel mooi van goed en van leer, ingebonden, heel mooi. En soms sloeg ik het wel eens open, maar ik vond het zon heilig boek. Dan las ik drie zinnen en dan legde ik het toch maar weer weg. Andere boeken van Franciscus las ik ook niet, want ik had zo het gevoel; ik hoef eigenlijk niet te lezen over Franciscus. Want zoals ik met mijn ouders daar buiten op het land leef, dan dacht ik: ik weet het wel. Ik geniet zo al. Ik hoef niet echt veel meer te lezen. Mijn ouders die spraken met de schapen en de koeien als wij wandelden. Dus ik sprak ook als ik alleen buiten liep met alle dieren. Ik dacht: waarom moet ik nou toch nog meer weten? Ik weet gewoon dat je met de dieren kunt communiceren, Soms dacht ik: ze weten eigenlijk alles van mij, die dieren.

Top

Friedland

Toen, op een gegeven moment, na de oorlog ging mijn vader naar Duitsland. Dat kwam omdat er in België een pater was opgestaan die tegen de jeugd na de oorlog had gezegd: laten we met iedereen die dat wil bij elkaar komen, dan gaan we metselen en huizen bouwen voor de vluchtelingen uit de communistische landen, uit Polen, uit Slovenië, Litouwen enz. Het IJzeren Gordijn was daar neergezet en daar kwamen honderden vluchtelingen die allemaal onderdak moesten hebben. Zou het niet fantastisch zijn als de jeugd dat gaat doen? Er was een Duitse architect die dat dorp had getekend. Dat dorp werd gebouwd. Friedland heette het en daar kwam een grote kerk in. Mijn vader werd gevraagd of hij de glas-in-lood ramen wilde maken voor de kerk. Dus reden ze daar naar toe, bij het IJzeren gordijn. En hij sprak daar met de vluchtelingen die zeiden: "oh, wij hebben ons dorp moeten verlaten, maar wij hielden zoveel van onze patroonheilige. Wilt u dan de ramen maken met onze patroonheilige, dan hebben we nog iets van onze heimat" en zo. Dus mijn vader maakte allemaal glas-in-lood ramen met patroonheiligen van al die verschillende plaatsen. Maar het Credo, dat deed hij voor zichzelf en dat was heel abstract. Die andere waren meer plaatjes, echt van heiligen.

Op een gegeven moment mocht ik mee, en dat wil ik nog wel even vertellen, want dat heeft zon indruk op mij gemaakt. Ik was een meisje van ik geloof 18. Ik zag daar dat IJzeren Gordijn en ik mocht mee naar Friedland. En in Friedland gingen opeens de klokken luiden en dat betekende dat er weer een vluchtelingentrein aankwam. We gingen naar het spoor en daar kwam zon treintje binnen en daar stapten dus mensen uit met koffers. Iemand met een plant en een ander met een vogelkooi. En dat waren vluchtelingen! Dus ik zag voor het eerst van mijn leven al die mensen die op de vlucht waren en dat was het enige dat ze meenamen. De mannen gingen naar de mannenbarakken, ik mocht al de barakken zien, en de gezinnen kregen aparte barakken. De vrouwen, die alleen waren, kregen aparte barakken. Eerst moesten ze gekeurd worden, door dokters. En er was zoveel verdriet over en door de verscheurdheid van de mensheid.

En dan die jongelui die daar zo zalig zaten te bouwen aan die huizen. s Avonds zat ik dan bij feesten van die bouwgezellen en er waren Fransen, Duitsers, Engelsen. En ik was 18 en ik mocht s avonds voor ze zingen. En dan zong ik liedjes van Edith Piaf of Juliette Gréco, in mijn zwarte jurk, weet je wel. En dan begon ik te zingen. Ik verstond zelf ook niet wat ik zong, ik deed maar wat Franse klanken. Het was enig. Toen mijn vader weer een keer ging om verder te werken aan die kerk, toen zei hij: weet je wat ik doe: ik neem Franciscus mee. Nou dat kwam wel even bij mij binnen: Franciscus die ik van leren lopen had gezien weet je. Maar hij zei: ik neem hem mee en ga hem bij het IJzeren Gordijn neerzetten. Hij had hem zelf gebeeldhouwd. Hij moet daar staan. Hij moet met zijn hart stralen, zo heerlijk naar die landen toe. Dus hij reed weg met Franciscus in de auto, de klep een beetje open. Het was zon idiote auto. Mijn vader had van die buien en had op een gegeven moment een Oldsmobile gekocht, zon Amerikaanse witte slee, weet je wel, die almaar olie verloor. Daar lag Franciscus zo in, op weg naar het IJzeren Gordijn. Nou, gips houdt het nooit lang vol, dus ik denk dat hij daar een paar seizoenen zijn energie heeft mogen geven. Ik vond het geweldig dat mijn vader dat deed, maar aan de andere kant: ik miste wel mijn Franciscus.

Top

Op blote voeten

Toen ontmoette ik vrienden, die ook heel Franciscaans, in hun gedachten waren. Zij was een Nederlandse en hij was een Fransman. Zij was 18 en werd verliefd op die prachtige Fransman en ze gingen naar Frankrijk en kochten daar een heel oud jachthuis en gingen daarin wonen met hun kindjes. Ze hadden heel veel kinderen. Ik geloof dat ze een stuk of zes, zeven hadden. En ondertussen mocht iedereen, die uit de gevangenis kwam, en nog niet gewoon durfde te gaan leven, in dat huis komen wonen. Ook meisjes die zwanger raakten en van wie de ouders het nog niet mochten weten. Enfin, het hele huis liep over van mensen, van die "marge" figuren. En ik met mijn geliefde man ging daar alle vakanties heen en wij leefden daar mee en zorgden voor het eten en voor de sfeer in het huis. Ze hadden geen behang op de muren, en het was dus helemaal in die Poverello sfeer. Alles wat luxe was hadden ze weg gedaan, ook sieraden.

Toen ik trouwde met Paul, dachten we, nou we halen het behang van de muren af, want we wilden ook helemaal in de Poverello sfeer. Ik was al zo opgevoed. Mijn ouders hadden ook geen behang. Maar ik ging nog een stapje verder: we schilderden ze niet eens. Tot het na tien jaar toch wel heel erg goor was en Paul tegen me zei: schilderen doen we toch niet, he? In de Achterhoek zag hij dat daar kippenhokken werden geschilderd met een bepaald goedje dat vliegen afstoot, een soort witsel. Daar hebben we toen alle kamers mee gewit. Maar dat spul kon je niet aanraken, want het gaf af.

En we hadden ook geen stoelen, weet je, dus alles op de grond en op matrassen. Maar na een paar jaar dachten we, och die ouders op de grond, dat kun je hen toch ook niet meer aan doen, dus toen hebben we een bankje gekocht.

Toen we onze bruiloft gingen vieren, realiseerde ik me van de week, had ik een bruine jurk aangetrokken. Dat vind ik dus weer zo leuk dat ik helemaal in die Franciscaanse geest onbewust een bruine jurk aantrok, die we samen hadden uitgezocht, met een streepje wit kant op de mouwen. Een bruid op blote voeten. Helemaal in de overgave van: dit is mijn pad en ik wil er alleen maar zijn. Zo puur mogelijk, zo intens mogelijk, zonder franjes zeg maar, wil ik mijn leven leiden. Dus wij in bos in, niet in een kerk, op blote voeten met een priester die ons huwelijk inzegende.

Top

Ontmoeting met Franciscus

Later heb ik Guy Dilweg leren kennen. Dat was een Franciscaan. Dat is toch enig, want die Franciscanen van mijn ouders die had ik al begraven. Dus ik had ze niet meer om mij heen. Maar nu had ik weer een echte Franciscaan. En toen, na een poosje, had ik zo in mijn hart een gevoel, het was onbedwingbaar: Guy zei ik, ik ga voor jou Franciscus schilderen. Nou dat is zoiets van 18 jaar terug, dus heel lang geleden. Ik heb toen van hem ook een boekje gehad over Sint Franciscus, een heel mooi wit boekje , dat ik elke keer uitleende en nooit meer terug heb gekregen. Oh, ik sla nog iets over, want mijn allerliefste man die is toch op een gegeven moment zo in zn denken beïnvloed geraakt, zo dat hij het even niet meer goed wist. En toen was het zo zwaar om samen te leven voor ons, dat wij niet meer samen zijn gaan wonen. Dus toen ben ik alleen met onze zoon Joera naar Frankrijk gegaan voor een vakantie. Zon schoolvakantie, dan ga je met je kind lekker weg. Naar de provincie de Drôme, dat tegen Italië aanligt en daar heb je allemaal van die bergen. Een stel Nederlanders had daar een berg gekocht. Dat kan je daar in de Drôme, een berg kopen. Die mensen hadden daar een soort camping. Ze hadden daar zelfs in die berg een zwembad voor elkaar gekregen, een disco, een bar en allerlei sanitaire voorzieningen en kraantjes. En daar kwamen allemaal van dat soort vrijbuiters kamperen.

Het was geen echte camping, want je was daar behoorlijk vrij. Ik hoefde in elk geval niet te vragen, waar ik mijn tentje kon neerzetten. Ik heb mijn tentje neergezet zo hoog mogelijk op de berg zodat ik geen andere tent meer kon zien. Zo ver mogelijk van iedereen af. En daar leefde ik vooral, zo bij mijn tentje, onder een boom en in de stilte van de natuur. Er waren veel krekels die altijd bij de boom kwamen. En ik liep daar uren en uren. Zomaar lopen om bij mezelf te zijn.

Op één van die wandelingen schrik ik zó. Het lijkt of ik daar in de verte iemand zie. Want ik had daar al die dagen nog nooit iemand gezien. Zou daar ook iemand zijn? Zo spannend! Ik was toch een beetje bang. Ik dacht, ik loop hier helemaal alleen. Ik kwam dichterbij en dichterbij. . . . Is het een boom, door de bliksem behoorlijk gehavend. Ik denk, nou dat is geen echte boom, het is wel een boom, maar . . . . het is Franciscus! Het is toch niet Franciscus? Dus ik ga die boom aaien en denk dit is Franciscus. En ik vraag: ben je Franciscus? En toen zei hij: ja.

Enfin, ik ga iedere dag naar Franciscus, twee keer per dag. Ook s avonds voor het slapen gaan nog even weet je, bij de invallende duisternis en we hebben hele mooie gesprekken. Ik vraag hem alles en ik krijg antwoorden die ik dus eigenlijk voor mijn gevoel niet zelf bedacht heb. t Is misschien mijn hogere Zelf of zo, maar zo klaar, zo helder. Ik wilde het jaar daarop natuurlijk weer naar de Drôme. En ik geloof dat we drie jaar zijn gegaan. En al die jaren heb ik zulke fijne gesprekken met hem gehad. Dat heeft mij toen eigenlijk zo de geest van Franciscus laten voelen. Die geest van gehoorzaam zijn aan de stem in jezelf. En die ook letterlijk proberen te gehoorzamen. En niet twijfelen, maar vertrouwen.

En elke keer als ik Guy weer zag zei ik: Guy, ik ga een keer Franciscus voor jou schilderen. Ik zei dat jaar in jaar uit. Maar daar kwam niks van. Tot vorig jaar, toen voelde ik: ja, nu ben ik, geloof ik, zover dat ik dat kan.

Top

Lijden is niet meer nodig

Ik wil jullie nog een flard vertellen, want dat heeft me ook zo geraakt. Ik was een keer met een vriendin ergens aan het wandelen. Ik geloof dat het in België was. Daar hadden ze de kruiswegstaties van Jezus uitgedrukt in beelden. Levensgroot. We liepen er zo langs en Jezus staat daar zo met dat kruis en oh . . ik begin te huilen. Het was net of het hele leven uit me wegtrok. Ik kon ook gewoon niet meer op mijn benen blijven staan. Ik dacht: het is toch van de gekke, dat Franciscus - want ik begin meteen over Franciscus - dat hij zo geleden heeft, dat hij met die wonden in zn handen heeft gelopen. Dat had helemaal niet gehoeven. Wij hoeven niet te lijden. Ik weet zeker, dat wat Jezus gedaan heeft, dat heeft Hij moeten doen. Maar het was het laatste lijden eigenlijk dat op de aarde heeft mogen zijn. Daarna hebben we het alsmaar gecreëerd, het lijden. Maar het hoeft niet meer. En ik zie dat hele mooie lichaam van Franciscus voor me dat helemaal kapot is gegaan. Ik was ontroostbaar.

Toen ik wat uit dat gevoel gestapt was, dacht ik: dat is ook vreemd, dat ik zo opeens, zo onverwachts, zo fel, zo intens reageer op het lijden van Franciscus, in plaats van op dat van Jezus. Zo onverwachts voor mij. Ik heb altijd maar gedacht: Franciscus, fijn met de dieren, praten en contact met de dieren. En de overgave aan het leven, volslagen vertrouwen hebben in het leven, zoals mijn ouders vertrouwen in het leven hadden, als kunstenaars. Maar nu opeens kwam dat lijden zo naar voren. En dat het niet had gehoeven, een misverstand zeg maar, een misverstand! Nou en vorig jaar dacht ik: nu kan ik geen kant meer op, nu moet ik hem gaan schilderen. Toen ben ik een antiquariaat ingestapt en ik vroeg: hebben jullie een boekje over Franciscus? Toen zeiden ze: Ja, misschien, we gaan wel kijken boven. Toen was er één boekje en dat was van Julien Green, een Franse schrijver. Tijdens mijn middelbare school hadden de boeken van Julien Green mij enorm geraakt. Ik houd het boek in mijn handen en ik dacht: ik ga er van uit dat Franciscus dit nu het beste boek voor mij vindt om te lezen.

Top

Ik hield het niet meer

Ik begon te lezen. Ik dacht : ik lees het eerst uit en dan ga ik beginnen. Maar ik hield het niet meer. Ik had dus opgespannen linnen van 1.30 bij 1 meter in huis en ik dacht: ik ga niet wachten tot ik het boek uit heb, hoor. Ik ga beginnen. Ik doe mijn schilderskiel aan, ik pak mijn kwasten en ik sta daar dus voor het lege doek en zeg: O Francesco, Francesco . . . . . . . . momento, momento. En daar ga ik, daar ga ik. Ik denk: het is een lichtpilaar, het is een lichtzuil. Wat voel ik nu van hem? Licht, licht, een zuil van licht waar je niet omheen kan. Je kan niet om hem heen. Er gaat zon onmetelijke liefde van hem uit naar alles en iedereen. En dan die ruggengraat! Hij bleef rechtop, ook al kon hij niet meer op zijn benen staan. Maar die ruggengraat dat was één en al licht, vloeibaar licht. Dat Christuslicht, dat stroomde door hem heen. Dus ik zet die zuil op en ik denk: ja, maar het is niet alleen die zuil, hij bleef ook kind. Hij durfde in de onschuld van zijn kindzijn weer te gaan staan. Dus ik denk: ik zet dat kind op. Maar ik zie al die bossen om hem heen, dat groen van die bomen en ik denk: oh, hij is als een boom! Ook al was het maar een klein mannetje, maar een boom van een kerel. En hij ontsteeg dat hele Assisi, weet je. Daar, die poort van Assisi. Hij gaat als een lichtpilaar omhoog. Helemaal in de verbinding zoals hij dat voelt en zoals ik het ook allemaal mocht voelen. De verbinding met onze oorsprong. De verbinding met onze goddelijkheid die we via ons Christusbewustzijn weer kunnen voelen. Hij is zon lichtend voorbeeld. En die lichamelijke pijnen! Oh, oh, dat is een misverstand geweest. Ik wil met mijn kwast en met mijn kleuren alle pijn en alle wonden, alles wat hij heeft doorgemaakt, eigenlijk strelen, zodat hij die pijn kwijtraakt. Zodat hij alleen maar uit zich zelf, zonder schaamte, alleen maar er kan zijn in zijn vreugde.

Top

Clara, zijn tweelingziel

En ik wilde hem zo gaan schilderen dat hij ook zich zelf toestaat, dat hij mag houden van Clara. Bij die gigantische worsteling die we allemaal kennen van als je verliefd wordt, dat je jezelf kan verliezen. Vooral als hij zich als man verliest in de pure schoonheid van Clara, kan hij de verbinding met God niet meer voelen. Dan raakt hij verward, dan raakt hij zijn eigen lijntje met God kwijt. En die zuivere, mooie Clara met haar lijntje naar God. Daar zijn die mooie haren van afgeknipt. En die zuivere ogen van haar! Ik realiseerde me dat het tweelingzielen zijn. Eens waren ze één ziel. Later kwam er een splitsing in het mannelijke en het vrouwelijke aspect van die ziel. Het mannelijke gaat dan met het mannelijke verder experimenteren en het vrouwelijke met het vrouwelijke. Zodat we dus nu als gescheiden wezens op de aarde zijn, maar altijd nog dat verlangen hebben naar onze tweelingziel, naar die andere helft. En bij Clara zie je ook zo mooi dat ze ook dat zelfde bewustzijn heeft, op dat moment op de aarde: Ze zag net als Franciscus dat het zo niet langer kon. We kunnen ons niet langer zo overleveren aan het materiële, aan de chaos die dit ons brengt, aan de verwarring, aan dat ons vergapen aan de buitenkant. We moeten ons inkeren en we moeten helemaal weer terug in onze naaktheid naar die zuivere liefde voor God. Dat hadden ze alle twee zo gevoeld, zo intens waren ze een eenheid in dit bewustzijn van hun ziel.

Maar hij was bang en dacht: ik verlies mezelf in Clara. Dus hij was in de war en zei tegen zijn broeders: "kijk niet in de ogen van Clara, kijk haar niet aan, zonen, want je bent verloren. Ga alsjeblieft niet met de vrouwen om. En als het moet, dan met zn tweeën of drieën. Wees nooit alleen met ze." Zo bang was hij zijn eigen verbinding met God te vertroebelen.

Dus ik zit hem zo te schilderen en denk: oh jongen, als die Clara toch je tweelingziel is en je bent zo bang dat je jezelf verliest, is die angst op dat moment toch het ergste dat je overkomen kon. Maar nu je in de sferen bent, nu kan je dat toch oplossen, nu kan je in alle vrijheid van haar houden.

Top

Gesprekken met Franciscus

De laatste jaren heb ik het geluk gehad dat ik mag ervaren dat er mensen zijn die een open kanaal kunnen zijn voor de energieën die al in de sferen zijn. En ik heb het geluk, dat ik zulke mensen ken.

Ik wilde met Franciscus praten, ik wilde echt weten, hoe het nu is met hem. Ik wilde ook tegen hem zeggen, dat ik zon verdriet heb, dat ik zo moet huilen omdat hij zo geleden heeft en dat ik hoop dat het schilderij het verleden ergens uitwist. En dat ik voelde dat hij zo puur kan zijn en dat hij zo verlost is en zo in de versmelting met de Christus kan gaan en me dat zo blij maakt.

En het geluk was met me. Ik heb dus met hem gepraat en dat was natuurlijk zo fantastisch voor mij. En hij zei inderdaad, ik ga nu pas voor het eerst voelen dat ik van Clara mag houden en dat ik van haar kan houden, en dat ik mijzelf niet daarin verlies. En hij zei: het mooie van jouw schilderij is ook, dat het laat zien, dat ik veranderd ben. Dat het plaatje, dat mensen van mij hebben onthouden, zoals ik was, veranderd is. Wat ik zo graag wil is, dat als mensen nu met mij in verbinding gaan, ze in de vreugde gaan leven. En niet zichzelf gaan straffen of verloochenen in de liefde die ze voelen. Of dat ze zichzelf inperken. Want hij zei:

- Ik ga steeds meer ervaren. Ik ben nu ook hoger in de sferen gekomen het laatste jaar.

- O ja, wie is dan nu je gezelschap?

- Nu is Maria mijn gezelschap. Ik sta dus naast Maria.

- Oh, wat fantastisch!

- Wat ik nu wil uitdragen in dat schilderij van jou, en wat het ook laat zien, als mensen daarmee in contact gaan: is dat het lijden losgelaten mag worden. En geloof in je onbeperkt vermogen, als deel van je Godzijn. God is onbeperkt. En als je een deel van God bent, dan ben je dus onbeperkt. Dat schilderij van jou, daar kleef ik aan. Daar stop ik al mijn energie in, dat ga ik uitstralen.

En ik zei: oh, maar dat gaat naar Stoutenburg, hoe vind je dat?

- Dat weet ik.

- Dan hangen ze jou in de refter.

- O, dat vind ik zo fijn. Maar ik blijf daar niet hangen, want ik ga ook nog wel door het gebouw heen.

- O, dat weet ik nog niet.

- Ja, ik kan natuurlijk heel veel zien op aarde, dus ik blijf daar niet altijd hangen.

Toen zei hij: weet je wat ik ook graag wil? Ik zou graag op scholen willen hangen. Ik wil graag dat kinderen mijn energie gaan voelen, want ik hou ook zo van kinderen.

Dat is me dus nog steeds niet gelukt. Maar in het laatste gesprek dat ik met hem gehad heb zei ik:

Franciscus, ik zie als enige mogelijkheid, een poster, een hele grote poster van jou. Dat we die op scholen, die daar ontvankelijk voor zijn, gaan uitdelen.

En toen zei hij: ja, dat gaat gebeuren. Ik heb ze al gezien, ze gaan komen. En hij zei: wat ik ook fijn vind is, dat er op scholen waar ze Sint Jansfeesten en Sint Michaëlsfeesten houden, ook Franciscusfeesten gaan komen. Nou zei ik, het is goed dat ik dat weet, dan gaan we eens gaan kijken wat we daaraan kunnen doen.

Dus, dit is mijn flardenverhaal over hoe ik met Franciscus leef. En ik heb niet alléén het afgelopen jaar zo intens met Franciscus geleefd. Want in het eerste weekend van de maand heb ik open atelier en daar hing hij ook. En soms liet ik hem ook echt bij een thema zien om ons te troosten en om ons te leiden.

Het wonderlijke is, dat de energie van het schilderij veranderd is, sinds ik hem een jaar geleden Vooral bij het afscheid het laatste weekend viel dat sterk op. Een heleboel mensen kwamen bij mij thuis om afscheid van hem te nemen. Iedereen kreeg als reactie: hé, hij is anders. Hij is blijer, hij is vrijer, het is net of hij meer naar me toe durft te komen.

Top

Schilderijen als "channel"

Die schilderijen van mij, die worden op een soort "channel" manier, misschien kan ik het zo uitdrukken, geschilderd. Ook sommige in de gang hebben zon magische uitwerking, dat je ze altijd weer anders kan zien. Er gebeurt wat met je. Je kan ze als een medicijn tot je nemen. Je kan er mee communiceren en het schilderij is nooit zoals je het de vorige keer gezien hebt. Je krijgt er een eigen communicatie mee. Het leidt je in, in het mysterie van het leven, van jouw eigen leven, maar ook in de grote schepping van het geheel.

Er is zoveel gaande in de schepping nu. We mogen vooral in vreugde leven, we mogen het lijden loslaten. Al de schilderijen die ik maak zijn daar vooral op gericht. Dus ook die hier in de gangen en hal hangen. Ik heb gezegd toen ik ze ophing: hier voel ik dat de schilderijen zijn als vensters, dat ze uitzicht geven op een leven van het beminnen van de vrijheid in onszelf, onafhankelijk van de ander. En als je dat gaat durven, dan komt er zon liefdesjubel in je los. En als je je zo onvoorwaardelijk voelt groeien in de liefde en in het vertrouwen, dan ontmoet je ook Franciscus. Die wist dat zo totaal, zo sprankelend en ook zo zingend te leven, dat alle dieren verrukt waren als hij er mee ging spreken. En niet alleen de dieren. Eén van de laatste keren dat ik met hem sprak, had ik een kabouterpoppetje bij hem neergezet en toen zei ik: volgens mij heb je vroeger ook met de kabouters gepraat en met de elfjes. Toen zei hij: ja, dat heb ik inderdaad gedaan. Dus er is veel meer waar we ontvankelijk voor kunnen worden, als wij de beperktheden in ons denken durven loslaten. Niet meteen, schrik niet, dat kan ook niet. Je moet daar stap voor stap aan wennen.

Als ik zie wat ik allemaal heb losgelaten in de afgelopen jaren, dan gaat het toch met een gigantische snelheid voor je gevoel. Je merkt het aan je lichaam. Toch gaat het langzaam, maar af en toe denk je: hé, ik ben veel minder angstig dan een jaar geleden. Veel minder bang dat me iets overkomt. Mijn vertrouwen in God wordt zo sterk, die liefdesband is zo groot. God zegt het zelf: Ik geef je geen stenen voor brood. Dus dat wordt steeds reëler voor mij. En ik zie dat bij andere mensen ook gebeuren. En Franciscus, die kon de meest vieze dingen eten en daar smulde hij nog van. Hij vond er zon vertrouwen in dat hij van God te eten kreeg, dat hij wel even kokhalsde, maar dan toch weer helemaal in het ontvankelijke was Die houding, die ontvankelijkheid voor de dankbaarheid in ons naar God toe, naar Al Wat Is toe, die houding mogen we helemaal overnemen.

Ja, ik ben helemaal lyrisch over Franciscus. Mijn ouders waren ook al zo. Ik vind het heerlijk dat ik door hen opgevoed ben.

Top

Schepping is licht

Laten we nu nog even naar Sint Franciscus gaan kijken.

En concentreer je dan even op je eigen ruggengraat. Misschien dat je even goed moet gaan zitten.

En dan moet je je voorstellen dat er door je ruggengraat licht gaat. Want eigenlijk is de schepping alleen maar licht. En dat licht zit in de lucht die we inademen. Dat adem je in en dan gaat dat licht zo door je ruggengraat. En niet alleen nu, maar altijd hebben we dat licht in ons. We zijn allemaal van die lichtpilaren. Allemaal zijn we net als Franciscus. Want het gaat er om, dat we allemaal deel hebben aan God. Franciscus is ook maar een deel van God. En wij zijn allemáál een deel van God. Eigenlijk, in de diepste essentie van ons Zijn, zijn we allemaal één in dat licht. En dat heeft Franciscus zo ervaren. En dat mogen wij ook steeds dieper ervaren.

Unamore, 1 oktober 2000.

Unamore woont op de Nassaukade 169 b, 1053 LL Amsterdam
en is tussen 17.00 en 21.00 per telefoon te bereiken 020 6123532.
Ieder eerste weekend van de maand
opent ze haar atelier voor belangstellenden
onder de titel LOuverture dUnamore.
Website: www.unamore.com


Terug       Top