|
|
Tiende Stoutenburglezing door Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren
Wij
zijn allen deel van het ene Ecosysteem
Zolang
de mens doorgaat met het wreed vernietigen van andere levende wezens,
zal hij nooit gezondheid en vrede kennen. Want zolang zij massaal dieren
doden, zullen ze doorgaan met elkaar de doden. Want het is toch zo, dat
hij die het zaad van de dood en pijn zaait, kan nooit openstaan voor joy
and love.
(Pythagoras)
Beste mensen,
Hartelijk dank voor de uitnodiging om hier te mogen spreken bij het Franciscaans
Milieuproject. In de week dat Gandhi 128 geworden zou zijn. Een omgeving
als deze nodigt zeer uit om te spreken over geschiedenis. De geschiedenis
van Gandhi, van Einstein, van Franciscus. Grote namen die op verschillende
plaatsen in de tijd hetzelfde nastreefden: mededogen en duurzaamheid.
Ik wil graag beginnen met u iets te vertellen over mijn eigen geschiedenis
en drijfveren om op te komen voor dieren, natuur en milieu en daarna de
geschiedenis van de Partij voor de Dieren, hoewel een deel daarvan mogelijk
al via de krant tot u gekomen is.
Rooms-katholiek gezin
Ik ben
35 jaar geleden geboren in Doorwerth in een rooms-katholiek gezin. M'n
ouders hebben me vanaf aanvang bijgebracht dat respect voor een leefomgeving
een groot goed is. Dat niet het recht van de sterkste centraal hoort te
staan in het leven, maar het belang van de zwaksten.
Als kind , opgroeiend op de Veluwe, heb ik me steeds verbaasd over de
vele betonnen stallen en schuren waar dieren op elkaar gepakt verblijven.
Stallen zonder daglicht, zonder voldoende ruimte, waar medeschepselen
leven alsof ze niet meer dan dingen, productiemiddelen zijn. Het werd
me duidelijk dat het vaak streng gelovige christenen waren die bedrijven
in de bio-industrie hadden. En dat zij ervan uitgingen dat de mens als
heerser over de schepping, meer in het bijzonder als heerser over de dieren,
dacht naar willekeur te kunnen beschikken over het leven van de dieren.p
Hubertusmissen
Toen ik
ook merkte dat de kerk waarvan ik lid was de wapens zegende van mensen
die voor hun plezier dieren dood schoten, in speciale Hubertusmissen,
vormde dat voor mij aanleiding de kerk de rug toe te keren. Ik bleef affiniteit
houden met het christendom, maar kon niet goed uit de voeten met de wijze
waarop navolgers van het christendom invulling gaven aan begrippen als
mededogen en duurzaamheid.
Dat was ongeveer 15 jaar geleden.
Toen ik 6 jaar geleden Niko Koffeman tegenkwam bij Bont voor Dieren, verbaasde
het me toen ik hoorde dat hij christen was en lid van een kerk. In kringen
van dierenbeschermers wordt er veelal vanuit gegaan dat het beschermen
van dieren op gespannen voet staat met het lid zijn van een christelijke
kerk, omdat in de meeste kerken de mens centraal gesteld wordt en al het
andere leven op aarde aan de belangen van de mens ondergeschikt lijken
te zijn.
Toen ik Niko daarnaar vroeg, vertelde hij me dat die houding niet noodzakelijkerwijs
hoorde bij elke christelijke kerk. Net zo goed als binnen de islam diervriendelijke
en dieronvriendelijke stromingen te herkennen zijn. En in tal van andere
wereldgodsdiensten. Teruggevoerd op de kern hebben alle religies respect
voor het leven, ook dat van de dieren.
 |
|
Marianne Thieme in de kapel van Stoutenburg
|
Werelddierendag
Afgelopen week was het Werelddierendag. De dag waarop overal ter wereld
werd stilgestaan bij de rechten van de dieren in onze samenleving. 4 Oktober
is ook de sterfdag van Sint-Franciscus van Assisi (1181-1226), de grondlegger
van de kloosterorde der Franciscanen. Uit de verhalen over het leven van
deze heilige zijn vooral die over zijn liefde voor de natuur en de dieren
tot de verbeelding gaan spreken zowel bij katholieken als bij protestanten.
Met name de uit de geschiedschrijving bekende preek van Franciscus tot
de vogels heeft steeds opnieuw inspiratie gegeven. In de twintigste eeuw
ontstond er een sterke opleving in de belangstelling voor Franciscus als
dierenvriend. Die belangstelling heeft zeker meegespeeld toen in 1929
tijdens een internationaal congres van verenigingen voor dierenbescherming
in Wenen de sterfdag van de heilige Franciscus werd uitgeroepen tot internationale
dag van het dier.
De naamgever van het christelijk geloof heeft gezegd " wat ge de
minsten der Mijnen gedaan hebt, dat hebt ge aan Mij gedaan" Ik denk
dat we de dieren ook onder zouden moeten rekenen.
Maar
ook de Islam geeft veel aandacht aan het welzijn van dieren. Het is hoogst
merkwaardig dat voor halal vlees alleen een tamelijk wrede en pijnlijke
wijze van slachten wordt gehanteerd. Terwijl de koran vooral voorschrijft
dat dieren een eerzaam leven moeten hebben gehad voorafgaand aan de slacht.
Een leven waarin ze zich hebben kunnen gedragen naar hun aard. Ik kan
u verzekeren dat er maar heel weinig halal vlees wordt aangeboden dat
aan die kwalificatie voldoet, en dat is heel erg spijtig, temeer daar
islamitische onderzoekers hebben aangegeven dat de onverdoofde slacht
eigenlijk helemaal geen religieuze eis zou hoeven zijn binnen de islam.
In
het boeddhisme is de pantsjasila het ethisch uitgangspunt gevormd door
"de Vijf Regels of Voorschriften van Deugdzaamheid". De eerste
regel luidt: "Ik houd mij aan het voorschrift om af te zien van het
doden van levende wezens." Merkwaardig genoeg zien veel boeddhisten
daarin toch geen belemmering om vlees te eten, maar veel anderen zien
in de Pantsjasila een duidelijke aanwijzing om geen dieren te doden of
te laten doden. Logisch ook vanuit de reïncarnatiegedachte. Boeddha
zei: To become vegetarian is to step into the stream which leads to nirvana".
Ook
veel hindoes zijn vegetariër omdat ze geen dieren willen doden. De
beroemde uitspraak van Ghandi hoort daarbij: "The greatness of a
nation and its moral progress can be judged by the way its animals are
treated."
Top
van de beschaving?
Maar goed,
zo kan ik wel even doorgaan, maar belangrijker is denk te constateren
dat mensen te vaak zozeer met zichzelf bezig zijn dat ze zichzelf beschouwen
als de top van de beschaving en daarmee als de maat van alle dingen. Ze
vinden het boeiender om met elkaar in discussie te gaan over de oorsprong
van het leven dan over de waarde en de beschermwaardigheid daarvan. Terwijl
er toch niet veel fantasie voor nodig is om de beschermwaardigheid van
het leven los te zien van een visie op de oorsprong van het leven. Wie
gelooft dat het leven geschapen is door een hogere macht zou zich moeten
realiseren dat de mens verantwoording draagt en verantwoording schuldig
is aan die hogere macht voor de wijze waarop hij met andere wezens omgaat.
Voor wie gelooft dat het leven een product van tijd en toeval is zou moeten
gelden dat de loutere toevallige omstandigheid dat de ene levensvorm een
of enkele evolutionaire stappen van de andere verwijderd is. Waarbij het
wel zeer discutabel wordt om " familieleden" die genetisch nauw
verwant zijn aan de mens, te onderwerpen en respectloos te behandelen.
In die zin vind ik de wijze waarop we vandaag de dag met andere levende
wezens omgaan veel boeiender dan hypothetische discussies over de oorsprong
van levens die we vergeten te beschermen.
Wel
is het is overduidelijk dat levensbeschouwelijke inspiratie veel mensen
ertoe aanzet om dieren te ontzien, ze met respect te bejegenen en hun
belangen serieus te nemen.
Hoewel
de Partij voor de Dieren een seculiere partij is, delen wij het ethisch
besef dat heel veel mensen putten uit de meest uiteenlopende levensbeschouwingen.
Ons beginselprogramma is daar helder over.
 |
Marianne Thieme met naast
haar voorzitter Jan-Willem Biekart |
Lichamelijke
nn geestelijke integriteit
Het leven
op aarde manifesteert zich in velerlei vormen. Alleen al het aantal diersoorten
bedraagt meer dan een miljoen. Iedere levensvorm tracht zichzelf optimaal
in stand te houden, ook indien dit ten koste gaat van andere levensvormen.
Diersoorten kunnen elkaars concurrent zijn of in een jager-prooi relatie
tot elkaar staan. Alle levensvormen tezamen maken deel uit van het wereldwijde
ecosysteem, dat zich in een natuurlijk, dynamisch evenwicht bevindt. Het
leven op aarde is hierdoor niet een vredig paradijs, maar een permanente
strijd die bij alle betrokkenen leed veroorzaakt, tot aan de dood toe.
De mens is onderdeel van het aardse ecosysteem, maar door zijn mentale
ontwikkeling, ethisch besef en de daaruit voortgekomen cultuur is hij
in staat zijn eigen belangen ten koste van andere levensvormen intensiever
en grootschaliger te behartigen dan welke ander levend wezen ook. Door
die zelfde mentale ontwikkeling heeft hij echter ook de vrijheid om andere
levensvormen alsook zijn eigen soortgenoten in heden en toekomst geen
onnodig leed en schade te berokkenen. Dit respect voor de lichamelijke
en mentale integriteit van alle levensvormen op aarde vormt de basis voor
een meer vreedzame wijze waarop mensen met elkaar, met de dieren en met
de natuur in het algemeen kunnen omgaan.
Dit respect voor het leven is onder mensen nog onvoldoende ontwikkeld.
Dit heeft geleid en leidt steeds opnieuw tot grote ruwheid en onzorgvuldigheid
in het gedrag van mensen. Daardoor verdwijnen in hoog tempo natuurgebieden,
sterven diersoorten uit, wordt het mondiale ecosysteem zwaar belast en
ontwricht, en worden grote bevolkingsgroepen in hun voortbestaan bedreigd.
Het is moreel onacceptabel dat de mens de natuur zo intensief exploiteert
dat hierdoor de leefomstandigheden op aarde dramatisch veranderen en de
biotoop van de mens zelf en van andere levensvormen verslechtert, kleiner
wordt of zelfs verdwijnt. Toekomstige generaties zullen met de gevolgen
hiervan nog meer geconfronteerd worden dan de huidige generatie. Het is
daarom van groot belang dat de mens, in het bijzonder de mens met ethisch
besef, zichzelf aanzienlijke ecologische beperkingen oplegt. Die dienen
gericht te zijn op het reduceren van het gebruik van ruimte, grondstoffen,
energie, planten en dieren.
Het
dier telt niet mee
Er wordt vaak gezegd: verbeter de wereld: begin bij jezelf. Wat kunnen
wijzelf ondernemen? In onze omgang met dieren kunnen we ervaring opdoen
met een bijzondere deugd: de deugd van de medeschepselijkheid.
In de menscentrale ethiek telt het dier niet mee. Alles richt zich op
de medemens. Met zoveel verschillende soorten dieren: productiedieren,
in het wild levende dieren en zogenaamde 'schadedieren', en natuurlijk
onze huisdieren en andere landbouwdieren is deze toch wel beperkte ethiek
niet vol te houden en zullen we verder moeten kijken dan alleen de menselijke
belangen. Het zijn medeschepselen, die net als wij, mensen, recht hebben
op leven en welzijn. Het wordt tijd dat we onze blik verruimen.
Dieren hebben geen enkele morele status. Er kan van alles met ze gebeuren,
en er gebeurt dan ook van alles met ze. Je kunt er de meest onwaardige
experimenten mee doen, bijvoorbeeld levende varkens bewerken met vlammenwerpers
in defensieproeven voor nieuw wapentuig (en leg ze maar eens uit waar
het allemaal goed voor is), je kunt ze onderwerpen aan de hel van de bio-industrie
(waar hun enige gewicht dat ze in de waagschaal leggen hun slachtgewicht
is), je kunt dieren laten opdraven in de amusementsindustrie, je kunt
ze op allerlei manieren lichamelijk en geestelijk mishandelen, vernederen
en beroven van hun identiteit. Een dier is tenslotte maar een dier. Vooral
wanneer het gebruik van dieren een commercieel doel dient is alles, werkelijk
alles, geoorloofd. We offeren miljoenen gezonde dieren op het altaar van
de economie om dierziekten, die we over onszelf afroepen, het hoofd te
bieden. Daarbij is het middel van ruiming dodelijker dan de kwaal ooit
had kunnen zijn als we 'm hadden laten uitwoeden. Echter onze economische
belangen verzetten zich daar nu eenmaal tegen. Geld is belangrijker dan
leven. Alleen maar oog hebben voor economische belangen zonder oog te
hebben voor onze leefomgeving is misdadig.
Het wordt tijd dat we de ethiek van de medemenselijkheid laten uitmonden
in de ethiek van de medeschepselijkheid, of in de ethiek van eerbied voor
de aarde en eerbied voor het leven. Via onze dieren en zorg voor deze
aarde kunnen we ons mooi in deze ethiek oefenen.
Dieren kunnen niet praten. Maar een goed christen kent het leven van zijn
dieren volgens de Bijbel. Gelovigen zeiden vroeger: 'Als er een boer bekeerd
wordt, merken de dieren dat het eerst'.
Erst
das Fressen, dann die Moral
 |
Marianne Thieme in gesprek met Jan de Valk
van het studiesecretariaat |
Met
de aarde kun je als mens niet alles maar doen. Wij dragen er verantwoordelijkheid
voor. Dieren, bossen en rivieren op deze aarde mogen rekenen op onze zorg.
Wij, mensen, zijn de enige soort die z'n eigen leefomgeving vernietigt.
Wij zorgen voor de opwarming van de aarde, die leidt tot overstroming
en hongersnood.
Erst das Fressen, dann die Moral, schreef Bertold Brecht in 1928 en dat
is meer waar dan ooit voor onze tijd.
Voor elk gezin zitten er 120 dieren ergens in Nederland in een donker
hok opgesloten. Nog niet eens om ze zelf te consumeren, maar voor de export,
omdat we de slager en melkboer van heel Europa willen zijn. Ex- minister
Veerman zei: het systeem is vastgelopen: we importeren veevoer, we exporteren
varkens en we houden de rommel hier en dat is 4000 kg dierlijke mest per
Nederlander.
Nooit eerder in de geschiedenis vormde de veehouderij zo'n geperfectioneerd
vernietigingssysteem,nooit eerder doodde de mens zulke aantallen dieren
als we nu doen, nooit eerder gebeurde dat na dieren slechts een kort en
ellendig leven te gunnen dat letterlijk het daglicht niet kan verdragen.
We gebruiken als meest veedichte land ter wereld een veelvoud van het
oppervlak van ons eigen land, om in arme landen (waar veelal honger heerst)
veevoer te verbouwen voor ons eigen vee. Dat kan niet doorgaan op de schaal
waarop we dat nu doen. Zeker niet in een wereld waar de ene helft van
de bevolking lijdt aan ondervoeding en de andere helft aan overgewicht.
Inmiddels laten gezaghebbende instituten als Wereld voedselorganisatie
en Worldwatch institute weten dat de veeteelt een aanzienlijk grotere
bijdrage levert (18%) aan de opwarming van de aarde dan verkeer en vervoer
doen (13%). Helemaal nieuw is die informatie niet. Pieter van Geel, de
huidige fractievoorzitter van het CDA liet in 2004 al weten dat hij vlees
beschouwde als het meest milieubelastende onderdeel van ons voedselpakket.
Maar nu er alle aanleiding is de CO2 uitstoot te beperken wordt de besparing
alleen maar gezocht bij verkeer en vervoer, die in aanzienlijk mindere
mate bijdragen.
Heeft het te maken met het merkwaardige idee in sommige kringen dat dierlijke
eiwitten nu eenmaal niet weg te denken zijn uit ons voedselpatroon? Met
de gedachte dat vlees een onaantastbare verworvenheid is die nauw raakt
aan ons niveau van welvaart?
Hoeveel leed mogen we dieren aandoen om onze smaakpapapillen hooguit enkele
plezierige minuten te bezorgen? We zouden de hele wereld van voedsel kunnen
voorzien, maar doen dat niet omdat we vinden dat we wereldgrondstofvoorraden
vooral bedoeld zijn voor ons gedeelte van de wereld.
Mededogen
en duurzaamheid
Mededogen en duurzaamheid vragen om een paradigma verandering waarin we
inzetten op een meer efficiente productie die schoner is en meer mensen
van voedsel kan voorzien.
Eerstehands voedsel, dat geconsumeerd kan worden vers van het land en
zonder dat het maag-darmkanaal van dieren eraan te pas gekomen is, waarmee
90% van de energie die in plantaardig voedsel te vinden is , wordt weggegooid.
De grootschalige productie van dierlijke eiwitten getuigt van grote decadentie
en is in een wereld die zucht onder vervuilings-, klimaat en verdelingsvraagstukken
niet langer verantwoord. We zullen moeten inzetten op regionale productie
waarmee de eigen voedselvoorziening op hoogkwalitatieve wijze vorm kan
krijgen, waarin consumenten weer contact krijgen met de wijze waarop hun
voedsel geproduceerd wordt en waarin weer de bereidheid groeit een fatsoenlijke
prijs te betalen voor onze voeding.Als we het beste voor onszelf en onze
kinderen willen, moeten we af van de gedachte dat we vooral het goedkoopste
aanschaffen.
Er
is alles voor te zeggen om meer te kiezen voor plantaardig voedsel, waarvoor
geen levende wezens gedood hoeven te worden.
Maarten Luther zei dat wanneer hij zou weten dat morgen de wereld zou
vergaan, hem dat niet zou weerhouden vandaag een boom te planten. Dat
is een geweldig voorbeeld voor mensen die denken dat deze wereld eindig
is, maar toch niet willen vervallen in fatalisme. Wij kunnen de wereld
een beter aanzien geven, dat is ook onze opdracht.
De
Eeuw van het Dier
In mijn boek De Eeuw van het Dier heb ik het volgende geschreven:
De mens is voortdurend op zoek naar andere vormen van leven, op andere
planeten. Zelfs een vermoeden van water op Mars brengt wetenschappers
in extase, terwijl hoog ontwikkelde levensvormen op onze eigen planeet,
genetisch gezien nauwelijks afwijkend van de mens, op niet meer kunnen
rekenen dan totale onachtzaamheid of louter selectieve aandacht. De hond
of de kat worden gekoesterd, maar het nota bene aanzienlijk intelligentere
varken wordt ten diepste vernederd en misbruikt. Er schuilt zoveel tegenstrijdigs
in de wijze waarop wij mensen met ander leven en met onze leefomgeving
omspringen, dat het voor de hand ligt om een totale herijking te overwegen.
Zou het denkbaar zijn dat, wanneer we leven op Mars zouden ontdekken van
het niveau van het varken, we dat leven direct zouden onderwerpen aan
onze eigen opvattingen en behoeften? Zouden we dergelijke Marsbewoners
kunnen domesticeren en onderbrengen in grootschalige concentratiekampen,
waar ze zouden worden vetgemest en gedood, louter voor onze eigen lustbeleving?
Met welk recht zouden we zoiets doen, en wat zou het zeggen over ons eigen
niveau van beschaving en ontwikkeling? Aan welke criteria zullen andere
mogelijke bewoners van het heelal door ons getoetst worden, hoe zullen
we bepalen of ze in leven mogen blijven en/of hun zelfstandigheid mogen
behouden? En zullen wij aardbewoners mogelijk ook ooit op soortgelijke
gronden getoetst worden door hen, wanneer zij een hogere vorm van intelligentie
zouden vertegenwoordigen?
Ik wil besluiten met een toepasselijk gedicht van Marianne Dart:

>> Lees ook: het gesprek
met de zaal.
guy
dilweg 8 oktober 2007
|