|
|
Stoutenburglezing
door Kees Both, 2 oktober 2005
Leven
met natuur
Natuurwaarden,
natuurbeleving en religie
Lezing
- Noten - Aanbevelingen -
Literatuur - Download pdf
Dat juist ik ditmaal de jaarlijkse Stoutenburglezing houd
hangt samen met mijn afscheid van het bestuur van het Franciscaans Milieuproject
Stoutenburg (SFM), na ruim 10 jaar. De vraag was om in deze lezing mijn kijk
op de ontwikkeling van het project te geven en dat probeer ik dan ook te doen.
Nadeel is daarbij dat het over 'alles' gaat, dat er breed uitgehaald wordt en
nogal wat dingen aangestipt worden, zonder ze voldoende uit te werken. Dat is
het risico van deze opdracht. Het zij zo, ik doe mijn best. In een aantal aanbevelingen
aan het slot wordt het verhaal toegespitst in consequenties voor het SFM. In
deze tekst zijn ook literatuurverwijzingen opgenomen, soms als verantwoording,
vaker als aanmoediging om daar verder te lezen over wat hier beperkt aan de
orde komt. Mijn verhaal is meer dan de voorgaande lezingen - met uitzondering
van het interview met Ria Beckers - een persoonlijk verhaal, vanuit directe
betrokkenheid bij Stoutenburg. Ik zal af en toe teruggrijpen op de eerder gehouden
lezingen en op het onderzoek dat in 2002 werd gedaan naar 'Leerervaringen
op Stoutenburg'. Het weer doornemen van al dat materiaal deed mij eerlijk
gezegd aanvankelijk de moed in de schoenen zinken: wat kan ik daar nog aan toevoegen?
Het is een gelukkige coïncidentie dat deze lezing wordt gehouden in de
periode dat in de Nieuwe Kerk in Amsterdam de tentoonstelling is over 'Wereld,
natuur, kunst'(zie daarover Bussink, 2005 en Schouten, 2005).
Educatie
Deze lezing gaat over educatie. Beter: het perspectief waarin de in de titel
aangeduide inhoud geplaatst wordt is dat van educatie. Dat mag je van een pedagoog
ook verwachten.
Educatie betekent vorming van mensen, maar deze vorming is in hoge mate zelfvorming.
Mensen geven zelf betekenis aan wat zij aangeboden krijgen en wat zij meemaken,
dat geldt ook al voor kinderen. Educatie mikt bewust op die zelfvorming en moet
daarom nadrukkelijk onderscheiden worden van indoctrinatie. Dat laatste is een
vorm van geestelijke manipulatie. Laat ik het nog sterker zeggen: educatie komt
van e-ducere, wat uitleiding betekent. Betrokken op de natuur- en milieueducatie
gaat het dan ook om het ontmaskeren van zogenaamde 'vanzelfsprekendheden' in
onze maatschappij, zoals 'we moeten steeds meer hebben en verdienen, dat is
goed voor de economie en dus voor ons allemaal'.
Dat ontmaskeren kan je - zoals dertig jaar geleden gebeurde - doen op de manier
van de boeken 'Maatschappijanalyse, doet u mee?' en 'Kiezen we echt voor de
armen?'(Stuurwold, z.j.). Ik vond ze terug in een stoffige hoek.Van een discussiegroep
over die boeken kwam je zwaar gedeprimeerd thuis. Het was bloedserieus, zelfs
de zwarte humor van de cartoons die erin stonden. Je kon het nooit goed doen,
onze maatschappij was door en door rot, deeloplossingen waren een vorm van 'repressieve
tolerantie', bevestigden alleen maar het onrechtvaardige systeem. Alleen
splintergroepen die je nog op demonstraties kan tegenkomen denken nog in zulke
zwartwit-schema's. Dat kan niet meer zo, op Stoutenburg gaat dat ook anders.
Het weer doorkijken van genoemde boeken maakt me trouwens wel weer onrustig:
in hoeverre ben ik gesetteld geraakt, verburgerlijkt, aangepast? Dezelfde onrust
die mijn vrouw en ik voelden in de beginjaren van Stoutenburg - moesten we ons
huis niet verkopen en daar gaan wonen? Het is er om diverse redenen nooit van
gekomen.
Leerprocessen
Vanaf het begin ben ik geboeid door de leerprocessen die zich in
het project afspelen, binnen de communiteit die hier leeft, werkt en viert en
in de kringen van mensen daar omheen: vaste vrijwilligers, de deelnemers aan
themaweken en andere inhoudelijke bijeenkomsten, 'losse bezoekers'. En tevens
was - en is eigenlijk altijd gebleven - de vraag aan de orde naar de plaats
van Stoutenburg binnen de milieubeweging en de samenleving als geheel: wat heeft
Stoutenburg daaraan bij te dragen en op welke manieren kunnen de leerervaringen
van Stoutenburg gecommuniceerd worden naar die grotere wereld? Een samenleving
die door de Vlaamse sociaal pedagoog Danny Wildemeersch in zijn Stoutenburglezing
van 2001 getypeerd is met de volgende punten:
- een steeds sterker globaliserende wereld - wat elders gebeurt heeft rechtstreeks
en voelbare gevolgen voor ons hier;
- een in ons deel van de wereld steeds sterker individualiserende samenleving;
- met als gevolg een vacuüm tussen
• enerzijds individualisering - zoals het steeds meer verantwoordelijkheid
willen dragen voor het voor eigen bestaan en die verantwoordelijkheid ook toegeschoven
krijgen, vanuit het beeld van het individu als regisseur van het eigen leven
- en
• anderzijds de macht van abstracte systemen; bestuurders lijken machteloos
en kunnen niet op tegen de krachten van markt en techniek - zie het onbehagen
over de politiek.
In reactie daarop worden groepen en netwerken van burgers belangrijk (de 'civil
society'), die locale belangen behartigen, met alle gevaren van groepsegoïsme,
maar vaak ook internationaal opereren, zoals veel niet gouvernementele organisaties
(NGO's) en de netwerken van de 'anders-globalisten'. Die verbinding in 'lerende
gemeenschappen' van het plaatselijke en in ruimtelijk grotere kringen, tot het
globale toe, is een belangrijk sociaal leerproces: Globaal leren denken en plaatselijk
handelen en omgekeerd. Dat kan ook het gevaar neutraliseren dat kleine groepen
altijd bedreigt - het zich afschermen tegen kritiek van buiten - en kan het
leren ook openhouden voor het onverwachte en onvoorspelbare, ook al zo'n kenmerk
van onze tijd.
Richtinggevend voor het leerproces op Stoutenburg is de doelstelling van het
project:
'Het bevorderen van de ontwikkeling van het landgoed Stoutenburg tot een
plaats waar de zorg voor natuur en milieu vanuit de franciscaanse spiritualiteit
wordt voorgeleefd, gevierd, bemediteerd, bestudeerd en geoefend'.
Dat voorleven, oefenen en mediteren leek wel duidelijk in de praktijk van de
communiteit en in het meeleven en werken met de communiteit. Maar over het 'bestudeerd'
waren al die jaren discussies: wat bestudeer je dan en hoe? En wat moet de uitkomst
van dat studeren zijn? En bij dat 'wat' en 'hoe' van het studeren is er ook
de vraag hoe de relatie is met het voorleven, mediteren en oefenen. Het gaat
op Stoutenburg en elders toch in de eerste plaats om het beter leren leven met
de natuur en het milieu? Ja zeker, maar beslist ook om het nadenken over dat
leven.
Al vroeg is toen het begrip 'conceptontwikkeling' geïntroduceerd.
Om dat te verhelderen laat ik nu een leertheoretisch model zien en zal dat toelichten.
1)
Leren
door pendelen
Ieder mens, ook binnen Stoutenburg, heeft een 'subjectief concept'
over een natuur- en milieuvriendelijk leven, over hoe mensen met elkaar horen
samen te leven, over 'het goede leven', over religie. Veel daarin is
on- of halfbewust, komt tot uiting in het handelen 'dat doe je zo'. Gevoelens
en emoties zijn een belangrijk aangrijpingspunt om je meer bewust te worden
van dat subjectieve concept en van wat voor jou werkelijk van waarde is, zoals
de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum in haar werk laat zien: waar verheug
je je over? wat ontroert je? wat maakt je woedend? waar ben je bang voor? of
verdrietig? (Nussbaum, 2000 en 2005) Daarbij hoef je nog niet bij de psychiater
op de divan om bepaalde gevoelens en emoties bewust te worden - ze kunnen 'geopend'
worden - aan de orde komen - naar aanleiding van gebeurtenissen in het gewone
leven. Voor alle zekerheid: hiermee wil ik niet (en Martha Nussbaum nog minder)
beweren dat emoties altijd 'gelijk hebben', zoals veel mensen tegenwoordig lijken
te denken, laat staan om anderen met jouw emoties op het lijf te vallen. Kritisch
nadenken over emoties is nodig en bovendien zijn er diepere lagen in onze persoon,
bepaalde angsten, die wel kunnen meespelen, maar lastig te 'bereiken' zijn.
Reflectie is geen therapie. Maar emoties zijn wel een bron van kennis, n.l.
kennen met het hart, dat zoals Pascal in de 17e eeuw al zei, 'zijn redenen heeft
die de rede niet kent'.
Ze komen vooral aan bod in 'cruciale' of 'kritische' situaties' die zich voordoen
en die duidelijk maken hoe ieder daar in staat ('openen'). 'Je kunt ook situaties
scheppen om ze te openen, zoals samen een verhaal over zo'n situatie bespreken
- 'wat zou jij doen als
.. ?' Of een bezoeker uitnodigen om eens met je
mee te lopen en vragen te stellen over wat je doet en de manier waarop je iets
doet. Of iemand die een film maakt over het project. Je kunt bepaalde teksten
lezen die een appél doen op je gevoelens: psalmen, teksten van mystici
of natuurschrijvers, gedichten, of
Je kunt samen naar een museum gaan
of op andere manieren receptief of productief omgaan met beeldende kunst of
landschapskunst. Of samen gaan wadlopen, om maar een voorbeeld te noemen. Of
ieder een eigen favoriete plek laten zoeken en daar een half uur stil zitten
en luisteren en kijken en de ervaringen daarmee uitwisselen (een oefening binnen
Earth Education). Ook de praktijk van anderen - door bezoeken over en weer -
is zo'n openende situatie. Ook informatie over andere praktijken en beschouwingen
(zie de Stoutenburglezingen en studiedagen, de teksten daarvan staan allemaal
op het internet!!) kunnen cruciaal zijn voor het openen en bespreekbaar maken
van het subjectieve concept. Een goede leersituatie is ook: samen actie voeren
voor of tegen iets. Stoutenburgers - mensen van de communiteit en de kringen
daar omheen - zijn regelmatig bij acties te vinden en leren daar ook van, kunnen
daarop reflecteren. Maar ik wil herinneren aan de waarschuwing van - notabene
- Ria Beckers - in de Stoutenburglezing van 2000: Laat Stoutenburg s.v.p. geen
actiegroep worden!
Belangrijk is dat de gevoelens en gedachten in beelden en woorden neergeslagen
worden, op de een of andere manier gedocumenteerd worden, waardoor je ze kan
delen met anderen. Daarin zit ook een confronterend element: anderen kunnen
het heel anders zien dan ik.
Kortom: conceptontwikkeling is een leerproces, waarbij gependeld wordt tussen
het persoonlijke subjectieve concept en praktijk en informatie en waardoor zodoende
het individuele concept verhelderd en uitgedaagd wordt (dus veranderbaar is)
en gezocht wordt naar een gemeenschappelijke basis voor handelen. Het samen
iets maken - een brochure over Stoutenburg bijvoorbeeld die gepubliceerd wordt
of het voorbereiden en uitvoeren van een cursus - is zo'n vruchtbaar leerproces.
Begripsvorming
Het idee is dat je methoden van leren moet vinden die zo dicht mogelijk
bij de geleefde praktijk blijven - geaard blijven - en waardoor tegelijkertijd
daar dingen uitgetild worden, die als bewuste leermomenten bouwstenen zijn voor
de verdere ontwikkeling van het project, in een spiraalvormig proces. Het verwoorden
en de vorming van begrippen (een 'body of knowledge') die de verdere
ervaringen mee kunnen sturen en toetsen is, bij alle beperkingen die eigen zijn
aan het gesproken en zeker het geschreven woord, wezenlijk. Het gaat ook om
het zoeken van een nieuwe taal in de uitwisseling van ervaringen en bij het
articuleren van nieuwe ervaringen. Het past ook bij de leercyclus zoals Chris
Elzinga die beschreef in 'Leerervaringen op Stoutenburg' (Elzinga, 2001),
waarbij in zijn visie de begripsvorming tekortschiet. Vandaar in onderstaand
schema het kruis door 'denken/ begripsvorming'. Ervaring en beleving en de reflectie
daarop horen bijeen.
Schematische weergave van de leercyclus van Stoutenburg

Ik wil nu dat leerproces verbinden met een op Stoutenburg belangrijk element: natuurbeleving
Natuurwaarden
Er wordt de laatste 10 jaar veel gesproken en geschreven over waarden, vaak
in combinatie met 'normen'. Een waarde moet goed onderscheiden worden van een
'smaak' en een 'belang' (Smith, 1998). Over smaak valt niet te twisten, die
is zeer subjectief. Een belang is als regel objectief vast te stellen en is
vaak inzet van strijd. Over 'waarden' valt met rede te twisten - ze nemen een
tussenpositie in tussen 'smaak' en 'belang'. Als het om natuur gaat worden twee
soorten waarden onderscheiden:
-instrumentele waarden: het nut van natuur voor mensen in een brede zin - 'natuurlijke
hulpbronnen' als voedsel, bouwmaterialen, mineralen, medicijnen, de natuur als
afvalverwerker - en de natuur als bron voor welzijn - gezondheid, zingeving,
e.a.
-intrinsieke waarden: respect voor de natuur als waarde in zichzelf.
In ons land is de laatste tijd meer aandacht voor intrinsieke waarden, in beleidsnota's
van de overheid bijvoorbeeld en in Europese richtlijnen over onder andere 'biodiversiteit'.
In de praktijk is dat in mijn waarneming echter boterzacht, bijvoorbeeld het
voorkomen van uiterst zeldzame ('Rode Lijst') dieren en planten op plekken die
men wil 'ontwikkelen'. Het voorkomen van de inmiddels spreekwoordelijke uiterst
zeldzame en minieme zeggekorfslak (ik heb het beestje zelf nooit gezien) en
van dassenburchten heeft in Midden Limburg het doorsnijden van het Swalmdal
door de A73 niet kunnen tegenhouden. Degenen die een sterke nadruk leggen op
de intrinsieke waarde van natuur zijn vaak ook sterk geneigd om mensenbelang
en natuurbelang tegenover elkaar te plaatsen, waarbij deze elkaar lijken uit
te sluiten. Soms is dat zo en ik vind dat er gebieden (wildernissen) moeten
zijn die mensen met rust moeten laten 2),
maar bij alle sympathie die ik voor 'intrinsieke waarde' heb - het is ook educatief
bezien een belangrijk concept . Ik heb er echter grote moeite mee als ervan
uitgegaan wordt dat de belangen van mensen en natuur elkaar in principe uitsluiten.
Daar komt nog bij dat met de benadering van het 'verlicht eigenbelang' (instrumentele
waarde van de natuur, breed bezien) in de praktijk vaak meer bereikt wordt.
Biophilia
Hier is ook een omslag in benadering binnen educatie en voorlichting
met betrekking tot natuur en milieu in het geding. Ik besprak al de loodzware
benadering in de jaren '70 en '80 van de vorige eeuw. In ons huis hing een poster
van STROHALM, met een menselijk embryo afgebeeld en daaronder de tekst: 'Als
we voor de economie ons vruchtwater moesten vervuilen, dan deden we dat'
en het vaste slot van het tv-programma " 't Is uit het leven gegrepen"
luidde: 'morgen zullen lucht en water weer vuiler zijn dan vandaag'. De omslag
is dat de nadruk veel sterker kwam te liggen op de positieve kanten van natuur-
en milieubewust leven, op kwaliteit van leven, 'het goede leven', de esthetische
kant van de natuur, het genieten. Daarbij wordt niet gedacht vanuit de tegenstelling
van mens en natuur, maar wordt de mens gezien als deel van de natuur en kan
de menselijke invloed op de natuur positief uitwerken op de natuur. Aandacht
voor natuurrijke cultuurlandschappen - zoals rond Stoutenburg, hoort daar ook
bij. 3)
Er wordt daarbij dikwijls uitgegaan van het begrip 'biophilia, oftewel
'liefde voor het leven' (Kellert/Wilson, 1993; Kellert, 1997). Het is
de hypothese dat de natuur ons mensen nooit onverschillig laat - er bestaan
'oerangsten' - zoals voor spinnen en slangen - en 'oersympathieën', zoals
bij kinderen voor niet bedreigende zoogdieren en bloeiende bloemen en bij volwassenen
en kinderen voor savanne-achtige landschappen. Biologen schrijven deze biophilia
toe aan onze lange evolutionaire geschiedenis, waarbij deze gedragingen functionele
aanpassingen waren, in onze genen vastgelegd zijn en nog steeds min of meer
werkzaam zijn. Het grootste deel van zijn geschiedenis heeft de mensheid immers
in direct contact met de wilde natuur geleefd. Als je de totale geschiedenis
van de mensheid vergelijkt met iemand van zeventig jaar, dan heeft deze persoon
maar een dag in een technologische samenleving doorgebracht (Gebhard, 2003,
p. 118). Biophilia is een relatief zwakke erfelijke neiging, die wel gevoed
moet worden. Als deze tot zijn recht komt draagt het bij aan de geestelijke
en lichamelijke gezondheid van mensen. In een recent advies van de Gezondheidsraad,
een adviesraad van de regering, over Natuur en Gezondheid wordt ook van deze
biophilia - hypothese uitgegaan (Gezondheidsraad, e.a., 2004). Een dergelijke
hypothese valt natuurlijk niet direct te 'bewijzen', maar er zijn voldoende
aanwijzingen die een dergelijke hypothese wel aannemelijk maken. Het rapport
van de Gezondheidsraad is typerend voor bovengenoemde omslag in benadering.
Natuur lijkt -op grond van wereldwijd verricht onderzoek, van groot belang te
zijn voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van mensen, zowel preventief
als in het kader van genezing. In het advies van de Gezondheidsraad wordt daarbij
- opmerkelijk - ook aandacht gegeven aan zingeving.
Natuurwaarden
en natuurbeleving
Als uitwerking van de biophilia-hypothese zijn natuurwaarden beschreven,
die ik hieronder samenvat en verbind met voorbeelden van activiteiten op het
terrein van natuurbeleving. 4) Vooraf nog
iets over 'natuurbeleving'. Ervaringen met natuur zijn altijd ook ervaringen
met onszelf: natuurervaringen/ natuurverschijnselen geven aanleiding tot denken
en voelen over wie we zelf zijn. Bij 'natuurbeleving' wordt de uiterlijke ervaring
tot een bijzondere (unieke), subjectief betekenisvolle innerlijke ervaring.
In tegenstelling tot 'entertainment' is deze ervaring niet te produceren, het
valt je toe, het is een geschenk, waarvoor je open kunt (leren) staan en waarvoor
je vaak een zekere moeite voor moet doen (Gebhard, 2005). Vogels zijn daarvan
een belangrijk voorbeeld, daar is het 'zien, soms even' (de titel van een boek
van Huub Oosterhuis), als zij zich aan je 'openbaren' (v.d. Kruk, 2005). Een
natuurbelevingpedagogiek richt zich op de verbinding van het natuur - 'object'
en de persoon, in de hoop dat door positieve natuurbelevingen de personen een
andere morele houding, c.q. een hogere waardering ten aanzien van de natuur
ontwikkelen en bereid zijn zich daarvoor in te zetten. Dat dit laatste inderdaad
zeer waarschijnlijk een gevolg is, is in onderzoek keer op keer bevestigd. De
persoon ervaart het als verrijking.
Natuurbeleving vereist concentratie, overgave aan de situatie en openheid voor
reflectie achteraf. Dat laatste is onmisbaar voor het 'leereffect'. Zie het
eerder besproken pendelschema en de leercyclus.
Dan nu de natuurwaarden, c.q. natuurbelevingswaarden.
Algemeen: Uitnodigende natuur
Specifieker:
-Esthetische natuur: De zintuiglijke aantrekkingskracht van de natuur,
geraakt worden door schoonheid, genieten, spelen, verbeelden, vormgeven.
-Intigrerende natuur, die uitdaagt tot ontdekken en onderzoeken ,waarover
je meer wil weten en die je wil begrijpen.
-Existentiële natuur: Emotionele verbondenheid, intimiteit, troost,
vriendschap, geven en ontvangen, vertrouwen, ervaren van transcendentie (spiritualiteit),
beschouwen, de rol van de natuur in menselijke relaties.
-Te beheersen natuur:Veiligheid, onafhankelijkheid. De natuur is niet
alleen maar mooi en lief, daar geldt 'eten en gegeten worden', de elementen
kunnen ook 'woeden', er zijn gevaren in de natuur waarop je bedacht moet zijn,
de macht van de natuur moet erkend worden, naast verwondering is er ook verbijstering.
In religieuze termen: Er is ook zoiets als 'Het bittere raadsel van de goede
schepping' (Segaar, e.a., 1962). Hier moet je een realistische houding ontwikkelen,
verbonden met kennis hoe met risico's om te gaan. Een over-romantisch rozig
natuurbeeld - 'Bambi-natuur' - kan zomaar omslaan in een even onberedeneerde
afkeer en angst.
-Gebruiksnatuur: Produceren en verwerken van grondstoffen, voedsel, geneesmiddelen,
energie. Morele en emotionele dilemma's in het werk.
-Te beschermen natuur, met de nadruk op respect voor de waarde van de
natuur zelf: beheer, natuurzorg, natuurontwikkeling, natuurnabij tuinieren.
-Symbolische natuur: Natuurverschijnselen als metafoor (spiegel) voor
het mensenleven, als bron voor verbeeldingskracht, verhalen, rituelen, viering,
taal.
Er zijn allerlei onderlinge relaties tussen deze waarden - zoals tussen esthetische
natuur enerzijds en existentiële en symbolische natuur anderzijds.
Een paar opmerkingen nog over enkele natuurwaarden.
1. Chaos en kwetsbaarheid
In haar haar Stoutenburglezing van vorig jaar vroeg Angela Roothaan aandacht
voor met name twee aspecten van natuur (Roothaan, 2004 en 2005):
a. Het chaotische, onvoorspelbare, 'vreemde', in zijn zowel positieve als negatieve
kant voor ons mensen. Dat heeft een relatie met zowel de existentiële als
de te beheersen natuur. Ik zie hier een relatie met het religieuze, het 'heilige',
dat zowel fascineert en aantrekt als een zekere angst inboezemt, afstoot, je
doet huiveren. De godsdienstonderzoeker Rudolf Otto noemde dit 80 jaar geleden
'het numineuze' en in zijn recente boek over dit numineuze laat Tjeu van der
Berk zien dat natuurbeleving ook dat aspect kan hebben (v.d. Berk, 2005). Iets
van dat dubbele ervoeren wij afgelopen zomer ook bij het wandelen in de Noorse
bergen, toen wij los van een gemarkeerd route onze weg terug naar een berghut
probeerden te vinden, waarbij wel trouwens wel enkele vaste oriëntatiepunten
hadden. Maar je komt onverwachte problemen tegen, moet regelmatig terug en omlopen,
het was prachtig en eng.
b. De kwetsbaarheid van natuur, maar daarin ook haar kracht, kwetsbare kracht.
Dat spreekt mij persoonlijk meer aan, ook in religieuze zin, dan het grandioze,
overweldigende: die plant die standhoudt en bloeit temidden van barre omstandigheden.
Daarin kunnen wij mensen onszelf spiegelen. Op een andere schaal gedacht - de
wereld als geheel - zien we echter een omkering - de natuur is nog wel sterk
en bedreigend, maar de mens is in andere opzichten zo machtig geworden dat de
stabiliserende krachten van de natuur gevaar lopen.
2. Beheersen en gebruiken
De kant van de controle over de natuur en van de gebruiksnatuur hoort ook bij
natuurbeleving en natuur- en milieueducatie. 'Stadjers' dreigen dat wel eens
te vergeten, maar op Stoutenburg weten ze daar veel van, net zoals boeren. Het
is samenwerken met de natuur, maar zeker ook vaak vechten met de natuur, een
soort schaakspel, met de natuur als tegenstander. De manier waarop je dat spel
speelt is van groot belang, waarbij de productieve kracht van de natuur (met
name de bodem) in stand moet blijven en ook andere waarden meespelen. De natuur
is leverancier van voor ons mensen essentiële zaken. Veel kinderen hebben
geen beelden meer van de herkomst van hun dagelijks voedsel en dat is een ernstige
vorm van vervreemding. Zonder de natuur zijn wij nergens.
3. Natuurbeleving en kennis
Wat is in de natuurbeleving de betekenis van kennis? Bij het tuinieren is kennis
onmisbaar, bij het zoeken van eetbare wilde planten idem, maar hoe zit dat verder,
hoe ontstaat kennis? Moet je eerst veel weten om iets te zien?
De Amerikaanse biologe Rachel Carson, die wereldberoemd werd door haar boek
over de fatale effecten van landbouwvergiften - Dode lente - schreef ook een
essay voor opvoeders, over 'verwondering' (Carson, 1984). Zowel voor de opvoeder
als voor het kind 'is het niet half zo belangrijk te weten dan te voelen':
"Als feiten de zaden zijn die later kennis en wijsheid voortbrengen, dan
zijn de gevoelens en emoties en de indrukken van de zintuigen de vruchtbare
aarde waarin de zaden moeten groeien. Als deze gevoelens eenmaal gewekt zijn
- een besef van schoonheid, de opwinding over het nieuwe en onbekende, een gevoel
van sympathie, medelijden, bewondering of liefde - dan willen we ook meer weten
over het voorwerp van onze gevoelsmatige reactie. Eenmaal gewekt, is dit van
blijvende betekenis."
Kennis is dus niet onbelangrijk - als je meer weet zie je inderdaad meer -,
maar heeft een relatie met verbondenheid. Dat geldt ook voor de kennis van de
namen van planten en dieren. Dat heeft in natuurbelevingskringen nog wel eens
een slechte naam - de hele natuur in vakjes stoppen en zo beheersen. Maar daarbij
wordt vergeten dat er een verschil is tussen etiketteren en bij de naam noemen.
Het laatste drukt respect en betrokkenheid uit - net zoals het tussen mensen
het verschil maakt aangesproken te worden als 'jij die met dat rode jasje' of
als 'dag Karel'. Naamgeven van planten en dieren heeft voor mij te maken met
'groeten'. Je zou zoveel mogelijk de medebewoners van het stukje aarde waar
je woont moeten kunnen groeten, daar echt moeite voor doen. Sommige niet-menselijke
levende wezens kan je ook als individu hekennen: huisdieren, wilde vogels met
iets afwijkende veren, bomen, soms kruidachtige planten. Dan is zelfs een eigennaam
passend , zoals bij huisdieren steeds het geval is.
Met daarnaast is het ook goed je te oefenen in het zo open mogelijk kijken naar
dingen, alsof je ze voor de allereerste keer ziet, een oefening binnen 'Kunstzinnige
natuureducatie'. Dan moet je de namen gewoon vergeten, zoals al het andere dat
je denkt te weten (van Boeckel, 2004). 5)
Biophobie
Ik zou graag nog verder willen ingaan op biophobie, de angst voor
natuur, waar mensen meestal niet zo graag voor uitkomen, bijvoorbeeld de angst
om 'overwoekerd te worden' door 'onkruid' en 'ongedierte'. Is dat een van de
redenen/ oorzaken dat mensen hun voortuinen steeds vaker betegelen (met daarop
planten in potten), of volgooien met grind? Ik verwijs voor 'biophobie' echter
kortheidshalve naar het essay 'De verborgen angst voor de natuur' van de omgevingspsychologe
Agnes van den Berg, dat op internet te vinden is (v.d.Berg, 2004).
Natuurvernietiging en psychische gezondheid
De verarming en vernietiging van natuur en milieu is mogelijk ook van invloed
op de geestelijke (volks-) gezondheid
De nu volgende vragen lijken mij bijvoorbeeld belangrijk om nader te onderzoeken:
1. Hoe komt het toch dat de meerderheid van de mensen van de natuur houdt en
tegelijkertijd eraan meewerkt, c.q. het toelaat dat de wereld naar de knoppen
gaat? (Eibl-Eibesfeldt, 1996; Nicholson, 2002;)
2. Hoe is de tegenspraak te verklaren die zichtbaar wordt in onderzoek, tussen
het optimisme van volwassenen en jongeren als het om de eigen toekomst gaat
en het pessimisme m.b.t. de toekomst van de wereld?
3. Wat gebeurt er met mensen die meemaken dat geliefde plekken (natuur, landschappen)
onherkenbaar veranderen door wegenaanleg, bebouwing, e.a. en waar verzet vruchteloos
bleek, je niet alert genoeg was of het gewoon maar liet gebeuren 'omdat het
toch niets uitmaakt om wat te doen'? Hoe zit het met 'rouw'- processen in verband
met zo'n verlies, met machteloze woede? (Gebhard, 2003; Windle, 1994).
4. Wat heeft slecht milieunieuws en het daarbij. behorende toekomstperspectief
voor uitwerking op volwassenen? En op kinderen? Ook als kinderen in opvoeding
en onderwijs niet nadrukkelijk geconfronteerd worden met natuur- en milieucatastrofes
pikken ze toch veel op, uit media, van de gevoelens van volwassenen, etc. (Gebhard,
1994, hst. 10).
5. Merken psychotherapeuten iets van psychische gevolgen bij volwassenen?
Het vermoeden lijkt gerechtvaardigd, dat er met betrekking tot milieuproblemen
op een grote schaal verdringingsprocessen plaatsvinden, die onder ander te maken
kunnen hebben met de omvang en complexiteit van de problematiek (zie hierover
met name de psychologe en psychotherapeute Nicholson, 2002 en Gebhard. 2003).
Dat kan mede de relatief grote apathie ten aanzien van milieuvragen verklaren.
Naar je mag vermoeden gaat het hier om een complex van gevoelens van wanhoop,
machteloosheid, schuldgevoelens (bijvoorbeeld tegenover de opgroeiende generatie),
onzekerheid, rouw, woede, pijn. En verdrongen angsten en zorgen beïnvloeden
op een indirecte wijze ook kinderen, zoals we bijvoorbeeld weten van Joodse
gezinnen waarin door de ouders nooit werd gesproken over ervaringen in de Tweede
Wereldoorlog.
Ik realiseer mij heel goed dat we hier een glibberig pad betreden, met veel
vermoedens en een lastig te onderzoeken terrein. Maar dat mag ons niet verhinderen
vragen als boven onder ogen te zien.
En
de religie?
In bovengenoemde natuurwaarden zijn al relaties met religie zichtbaar - zowel
op het gebied van zingeving als op ethisch gebied. Religie is breder dan 'godsdienst',
omvat echter ook de godsdiensten. Religio komt van re-ligare, wat betekent 'je
opnieuw verbinden'. De Vlaamse criminologe Anouk Depuydt (Depuydt, e.a., 2001)
plaatst deze verbondenheid tegenover 'de-link-wentie', geen link of verband
meer hebben en legt daarbij ook een relatie met de natuur. Dat is een waardevolle
benadering, maar we moeten onder ogen zien dat religie, zowel in de vorm van
'religies' als in individuele religiositeit, zeer ambivalent als het over een
positieve verbondenheid met de natuur gaat.
Er bestaan vormen van religie die geen positieve aandacht geven aan het lichaam,
de aarde en wat daarop leeft en de kosmos of daar zelfs regelrecht vijandig
tegenover staan:
- ze kijken omhoog, weg van de aarde, 'want hier beneden is het niet';
in Amerika bestaan bijvoorbeeld rechts-christelijke groepen die 'het einde der
tijden' binnenkort verwachten en daarom niets tegen klimaatverandering willen
ondernemen;
- er wordt uitgegaan van een sterke scheiding ('hyperseparatie') van mensen
enerzijds en dieren en 'overige natuur' anderzijds (Plumwood, 2002);
- er wordt hiërarchisch gedacht over de relatie mens - natuur, de mens
moet heersen, de natuur aan zich dienstbaar maken; analoog daaraan moet de geest
het lichaam onderwerpen en moet de werkelijkheid steeds meer 'vergeestelijkt
worden' en - het is ook een macho-wijze van denken - staan mannen hoger dan
vrouwen; en God staat als heerser buiten en hoog boven zijn Schepping; dit laatste
hoeft overigens niet aarde-vijandig te zijn - denk aan de opvatting van het
'rentmeesterschap'.
Van deze aarde-vreemde en - vijandige denkwijzen bestaan ook puur seculiere
varianten.
Van het mainstream Christendom in ons land kan (helaas) gezegd worden dat een
positieve aandacht voor de natuur marginaal is. Het is sterk gericht op het
heil van mensen, natuur is in het leven van gemeentes en parochies - in liturgie,
pastoraat, e.a.- afwezig en de maatschappelijke betrokkenheid richt zich eenzijdig
op mensen. Guy Dilweg gebruikte in dit verband ooit de uitdrukking: 'Het is
een christelijk werk om heidenen te bekeren, maar een heidens werk om christenen
te bekeren. De Amerikaanse theoloog Santmire spreekt dan ook over 'het ecologisch
failliet van kerk en christendom', al ziet hij tekens van veranderingen ten
goede, 'een wedergeboorte van de natuur in kerk en theologie' (Santmire, 1985
en 2000). 6)
Daartegenover is in religie ook een positieve houding tegenover natuur
en natuurbeleving te vinden (zie ook Bussink, 2005; Schouten, 2005; Tucker,
2003):
- In de nadruk op de gebondenheid van mensen aan de aarde, op onderlinge
afhankelijkheid en op compassie met alle leven;. Om enkele voorbeelden uit de
joodse- en christelijke traditie te geven: Adam, de 'bloedrode mens uit de bloedrode
aarde' (zoals de Naardense bijbel dat vertaalt), gemaakt uit humus ('humility'
- bescheidenheid, hangt samen met 'humus!), en geschapen tegelijk met de dieren;
het gaat erom als mensen de aarde te dienen en te behoeden (Genesis 2).
De theoloog Dietrich Bonhoeffer stelde tegenover godsdienstcritici als Nietsche
en Feuerbach die het christendom verweten niet trouw aan de aarde te zijn, dat
juist het bijbelse geloof de mens juist nog sterker dan deze critici naar de
aarde verwijst; 'streeft naar wat op aarde is', de Eeuwige heeft deze wereld
intens lief (Bonhoeffer, 1971). 7)
- Een positieve aandacht voor het lichaam, het genieten, het zinnelijke,
sexualiteit - het lichaam als tempel Gods.
- De nadruk op verwondering over de natuur, als schepping, in de woorden
van de Joodse filosoof Abraham Joshua Heschel:
"De mensheid zal niet omkomen door een tekort aan informatie, maar alleen
door een tekort aan waardering. Het begin van ons geluk ligt in het begrijpen
dat een leven zonder verwondering niet waard is om geleefd te worden. Wat we
missen is niet een wil om te geloven maar een wil om ons te verwonderen"
(Heschel, 1997, p. 70)
- Het verlangen naar heelheid / verbondenheid, dat tot uiting komt in
beelden/ visioenen van verzoening van mens en aarde - 'de schepping die in barensnood
is en reikhalzend uitziet naar de mensen zoals die bedoeld zijn'. Hiermee verbonden
is een perspectief van hoop temidden van de wanhoop, tegen het cynisme, moed
(de centrale boodschap van alle religies is volgens de quaker Parker Palmer
'Vrees niet'), geestelijke vrijheid, je eigen beperkingen kunnen overstijgen
door de ervaring van een 'grotere wereld', rituelen en symbolen die daar uitdrukking
aan geven.
De relatie van religie en geestelijke vrijheid zal menig lezer waarschijnlijk
verbazen Want 'religie' wordt - en helaas terecht - heel vaak juist verbonden
met dogmatisme, elkaar de maat nemen, je moeten aanpassen, onverdraagzaamheid,
mensen angst aanjagen, macht over mensen, dus met geestelijke onvrijheid. Maar
toch is dat niet het hele verhaal. Religie, geloof, kan mensen vrij maken tot
handelen voor humaniteit, als het moet zelfs tegen de meerderheid in. Vanuit
een diep beleefd geloof werd de aanval ingezet op de slavernij, de apartheid
(Beijers Naudé, Desmond Tutu), andere vormen van onrechtvaardigheid.
En dat kan ook met het oog op de natuur. Vaclav Havel, die toch heel goed weet
wat geestelijke onvrijheid is, heeft op het verband van religie en geestelijke
vrijheid gewezen.
- De verschuivingen in het godsbeeld van veel mensen van een bovennatuurlijke
God 'daarboven' naar het besef dat God geen afzonderlijk wezen is, maar alomvattende
en alles doordringende Geest. 'Leven is: deelhebben aan de immanentie van
God. Geloven is: dat ook willens en wetens doen .
Gods transcendentie
bevindt zich niet op lichtjaren afstand, maar zijn sacrale presentie is nabij
en verhult en openbaart zich in het gewone leven. De werkelijkheid is het sacrament
van God
Bezielde toewijding is de kern van de religie
. Het zoeken
van en toegroeien naar een nieuwe vorm van toewijding, niet meer aan een verre
God, maar aan het goddelijke Geheim, dat het gewone doordringt, omvat en overstijgt.
Met alle geconcentreerde aandacht en zorg voor het detail, liefdevolle zorgvuldigheid
met dingen en mensen (en planten en dieren en plekken, KB), die daar bij hoort.
Die overtuiging komt niet uit het niets vallen, maar heeft traditie, gemeenschap,
rituelen en spirituele praktijken nodig' (de Lange, 2005). Dat betekent partnerschap
tussen mens en natuur in deze scheppingswerkelijkheid.
- Mystici van alle tijden en uit alle religies hebben aan zo'n geaarde
spiritualiteit aandacht gegeven en kunnen inspireren: Eckhardt, Thich Nhat Hanh,
Simone Weil, Thomas Merton (!), Hammarskjöld, e.a.
Merton - de Trappist met een 'franciscaanse ziel' (Deignan, 2003) bijvoorbeeld
ontwikkelde
'een grotere geestelijke vrijheid en innerlijke concentratie, die bij hem
ook tot een grotere openheid voor de natuur leidt, waaraan hij eerder min of
meer aan voorbij gelopen was en die zich nu voor hem opent in een schoonheid
die hij nooit eerder zag. Het is indrukwekkend te zien hoe bij velen het gebed
de ogen voor de natuur heeft geopend. Het gebed maakt de mens beschouwend en
vol aandacht. In plaats van manipulerend staat de biddende mens ontvangend in
de wereld. Hij grijpt niet, maar streelt, hij bijt niet, maar kust, hij ondervraagt
niet maar bewondert. Aan deze mens kan de natuur zich geheel nieuw tonen. In
plaats van een obstakel wordt zij een weg, in plaats van een ondoordringbaar
schild, een sluier die zicht geeft op ongekende verten
. De schoonheid
van de schepping maakt hem arm en geeft hem vrede en geluk. Deze schoonheid
weerhoudt hem ervan de natuur als bezit te willen beleven, maar doet hem zijn
stilte en eenzaamheid diep ervaren'. (Nouwen, 1970, p.24 en 42)
8)
Ik concentreer mij hier op de potenties van de christelijk religie, ondanks
de stevige kritiek die ik daarop heb, zeker als het gaat om de kerken in Nederland.
En waarbij ik mij tevens realiseer dat mensen zich ook vanuit expliciet niet-religeuze
en anders-religieuze bronnen zich inzetten voor natuur en milieu 8). Elk christelijk
exclusivisme is mij vreemd. Maar tegelijkertijd lijkt het mij vanzelfsprekend
dat een Franciscaans milieuproject zeker de 'eigen' christelijke bronnen uiterst
serieus zal nemen.
Een mooi voorbeeld hiervan is Merton. Toen hij zich verdiepte in de Bagavadgita
vroeg een bekende hindoeïstische goeroe hem of hij wel op de hoogte was
van de mystieke tradities binnen het christendom, die volgens deze hindoe zeer
de moeite waard waren. Merton heeft deze uitdaging serieus opgepakt, maar tevens
onderzocht hoe het taoïsme (hierover schreef hij een boek - De weg van
Chang Tzu) en boeddhisme konden bijdragen aan een christelijke existentie in
onze tijd.
Bij een 'geaarde religie' staat de ethiek niet voorop, maar is een gevolg van
religieuze ervaringen. Voor alle duidelijkheid: 'aan de vruchten kent met de
boom', geloof zonder 'werken' stelt niets voor. Maar de boom is de oorsprong
van de 'vruchten'. Religie, verlangen naar God, is intrinsiek, 'om niet' (Schaeffer,
1989). Het woord 'genade' is in het Hebreeuws verwant met 'gein' en in het Latijn
is 'gratias' verwant met gratis ('gratuite') en met gratie. Leven van genade
als levenshouding, in het besef dat de belangrijkste dingen in het leven niet
mijn bezit zijn, maar 'gegeven' zijn. Er is hier een sterke relatie met verwondering.
'Religie cultiveert primair de gratuïteit. Zij stelt dat het leven ten
diepste niet door de mensen gemaakt hoeft te worden, maar dat het ontvangen
wordt' (Maas, 2005). Let op dat 'ten diepste', want dit betekent om de dooie
dood niet dat dit ten koste gaat van mondigheid, gelijkwaardigheid en pluraliteit.
In de woorden van een liedje van Robert Long: dankbaar moet je zijn, nederig
en klein'. Dat alsjeblieft niet. Maar het mensenleven is gelaagd en meerdimensionaal.
9) Bonhoeffer drukte dit uit in de metafoor
van de polyfone muziek. Er is een basisvertrouwen - 'geloof' ('pistis') is primair
'vertrouwen' in plaats van het van alles voor waar moeten houden - de 'cantus
firmus'. En er zijn de angsten en zorgen, de objectieve feiten en subjectieve
gevoelens van het concrete leven: het contrapunt (vgl. Wiersinga, 2004, hfst.4:
De polyfonie van het leven).
Om voor de derde en laatste keer bij Merton te rade te gaan - die drukte in
een brief aan zijn vrienden in de vredesbeweging de noodzaak van het putten
uit diepere bronnen als iets van intrinsieke waarde als volgt uit:
'Maak jezelf niet afhankelijk van de hoop op resultaat. Je moet er rekening
mee houden, dat al je inspanningen mogelijk vruchteloos blijven of in hun tegendeel
verkeren. Als je je daaraan went, zul je je langzamerhand steeds meer concentreren
op de waarde, het verantwoord zijn, op de waarheid van waar je op dat moment
mee bezig bent, en steeds minder op het resultaat ervan' 10).
Een psalmdichter verwoordt deze diepte-ervaring (die veel, zo niet alles te
maken heeft met ervaringen van het leven met de natuur) als volgt:
'want bij u is de bron van het leven
door úw licht zien wij licht.'(Psalm 36, vers 10).
Volgens mij ligt daar vooral de potentiële kracht van Stoutenburg. Voor
zowel individuele zoekende mensen als in de richting van georganiseerde levensbeschouwelijke
groepen zoals kerken. En voor mensen in de milieubeweging, die zich willen bezinnen
op hun inspiratiebronnen en op de existentiële kant van de inzet voor natuur
en milieu, het falen en de successen.
NOTEN
1) Dit model komt uit de traditie van het 'reflectief handelen'.
Mensen die handelen doen dat vanuit meestal impliciete opvattingen en verwachtingen
('theorie') en als het anders loopt dan men verwacht wordt even nagedacht over
hoe dat komt (reflectie-in-actie) en wordt het handelen bijgestuurd. Je kunt
ook bewust nadenken over handelen dat nog niet zo lang achter je ligt: reflectie
op het handelen. Bijvoorbeeld door het schrijven van een dagboek.
Zie hierover: Kelchtermans (2001). Hoewel dit boek sterk gericht is op het werk
van leraren bevat het de beste samenvatting van de theorie van de 'reflectieve
practicus' die ik ken, inclusief aandacht voor de emotionele, politieke en morele
aspecten van het handelen. Toegespitst op mensen die actief bezig zijn met natuur
en milieu - de 'reflective environmentalist' - is: Tomashow (1995). Het leren
van en door reflectie op handelen heeft wel zijn grenzen. De relatie tussen
denken en intuïtie in het handelen is heel ingewikkeld. Er zijn bovendien
lagen in onze persoon, die moeilijk bereikbaar zijn. De Amerikaanse Quaker Parker
J. Palmer wijst in dit verband op de existentiële angst om de controle
over je leven te verliezen, die ook meespeelt in onze houding tegenover milieuproblemen,
onder andere angst voor schaarste. In een interview (Palmer, 1998) zegt hij
daarover:
'U spreekt over de schaarste aan natuurlijke hulpbronnen, van grenzen aan de
ecologie van de aarde. Een belangrijk thema waarmee we moeten klaarkomen is
deze hele dynamiek van schaarste en overvloed die maar doorgaat, zowel binnen
ons als buiten ons. De hele kwestie van schaarste en grenzen aan de groei heeft
zijn parallel in ons innerlijk leven. Ik kan bijvoorbeeld rondlopen met de angstige
houding die mij zegt:"Alles wat ik werkelijk nodig heb is schaars, dus
hoe eerder ik mijn deel te pakken krijg, hoe beter het is, voordat iemand anders
zijn hand er op legt en er nauwelijks iets voor mij overblijft."Deze wijze
van zijn leidt tot een hebzuchtige levensstijl en consumentisme. Gevolg daarvan
is dat in de buitenwereld schaarste steeds meer tot werkelijkheid wordt. Het
is een zichzelf vervullende profetie. Daardoor slaag ik er niet in te komen
tot vormen van gemeenschap die ons in staat stellen om de hulpbronnen van de
aarde te delen en om op een meer vreugdevolle wijze op deze aarde te leven.
De gevolgen hiervan zijn absoluut vernietigend. Dit manifesteert zich ook in
al onze maatschappelijke instellingen. Eén manier om de pathologie van
de instituties te benoemen is te zeggen dat elke institutie ons het liefst laat
geloven dat het goed dat zij beheren schaars is en dat alleen zij de voorraden
daarvan beheren. Hoe meer we dit namelijk geloven, des te groter is de macht
die zij over ons uitoefenen. Als kerk x de enige plaats is waar je het heil
kunt verkrijgen, omdat ze je doen geloven dat het heil schaars is en alleen
op hun manier te verkrijgen is, dan hebben ze een enorme macht over mensen.'
Hierover ook: Palmer, 1990 (!) en 2005. (Terug naar de tekst)
2) Thomas van Slobbe, van Stichting wAarde, heeft als symbool daarvan ergens
in ons land een plek met een vlechtheg ontoegankelijk gemaakt voor mensen, een
'lege plek'. Hij wil niet zeggen waar dat is, gaat er ook zelf niet heen, maar
schreef er een fraai boekje (fictie) over: Dagboek van een lege plek. Beek-Ubbergen,
2005.
'Het gebied is onttrokken aan de daadkracht van de mensen. Niemand kan er komen,
niemand kan het bestemmen en niemand kan het ervaren'. Niet bezitten, maar 'laten
zijn'. Ik sympathiseer sterk met deze creatieve actie. (Terug
naar de tekst)
3) Toen de Indiase dichter Rabindranath Tagore in 1878 als student van India
naar Londen reisde stapte hij in Brindisi (Italië) van de boot en reisde
verder per trein naar Calais. Hij schrijft daar later over: 'Ik herinner mij
hoe, in mijn jeugd, tijdens een treinreis dwars door Europa, van Brindisi naar
Calais, ik met groot genoegen dat continent bekeek, dat overvloeide van rijkdom
onder eeuwenlange aandacht van de ridderlijke minnaar, de westerse mensheid
het heroïsche liefdesavontuur van het Westen, het actieve beminnen
van de aarde' (Dubos, 1980., p. 49) Tagore genoot van de grote verscheidenheid
aan mooie en natuurrijke landschappen die aan zijn oog voorbijtrokken.
(Terug naar de tekst)
4) Ze kunnen daarom ook 'natuurbelevingswaarden' genoemd worden. (Terug
naar de tekst)
5) Mensen spreken in mensvormige ('antropomorfe') termen over dieren en andere
dingen in de natuur - een 'dreigende' lucht, 'blij' zingende vogels, etc.. De
natuur levert veel symbolen en vergelijkingen - 'hondstrouw', 'hoge bomen vangen
veel wind', etc. Over antropomorfie wordt verschillend gedacht. Het is aan de
ene kant een vorm van betrokkenheid bij de natuur en teken van de aanwezigheid
van de natuur in de cultuur (de mensentaal). Dit in tegenstelling tot het 'afstandelijke'
wetenschappelijke kennen. Het is anderzijds ook belangrijk om je regelmatig
af te vragen in hoeverre dieren, planten, de tuin, , etc. te sterk vermenselijkt
worden en of er wel voldoende recht gedaan wordt aan de dingen en levende wezens
zelf.
Zie hierover: Bulhof, 1989. (Terug naar de tekst)
6) In Duitsland en in de angelsaksische landen ligt dat anders, met name ook
in de Anglicaanse/Episcopal traditie, maar ook bij bijvoorbeeld calvinisten
als Calvin deWitt. Enkele bronnen, behalve de reeds genoemde: Hessel, 1996;
Gottlieb, 1996; Hessel/Radford - Ruether, 2000; Carrol, 2004, het laatste met
veel aandacht voor 'milieukloosters' in de USA).(Terug naar de
tekst)
7) Dit thema komt ook in Bonhoeffers beroemde brieven en aantekeningen uit de
gevangenis, gepubliceerd als 'Verzet en Overgave' (Bonhoeffer, 2003), op diverse
plekken aan de orde, maar ook al in het eveneens postuum gepubliceerde 'Ethik'
(Bonhoeffer, 1992). In het laatste boek wordt een uitvoerig hoofdstuk gewijd
aan 'Das natürliche Leben', dat eindigt met enkele zinnen over 'Die natürliche
Rechte des geistigen Lebens', waarbij drie 'fundamentele gedragswijzen van het
geestelijk leven ten aanzien van de werkelijkheid' worden genoemd, te weten:
oordelen, handelen en genieten . 'Daarin treedt de mens de werkelijkheid waartoe
hij zelf behoort tegemoet en bewijst daarin zijn menszijn.' (p. 216/217). (Terug
naar de tekst)
8) Teksten van Merton in het Nederlands, o.a.:
- Ter Overweging (oorspr. Titel 'Seeds of Contemplation'), Utrecht/Antwerpen:
Het Spectrum. Prismaboek 560.
Recent:
- Wegen naar het paradijs. Een dagboek van wijsheid en geloof, samengesteld en
vertaald door Dirk DOMS, Lannoo/Ten Have Baarn, 2001.
- Een leven lang om geboren te worden. Mediteren met Thomas Merton, samengesteld
en ingeleid door Hein Blommestein en Riet Hoogerwerf, Meinema, Zoetermeer, 2001.
- In gesprek met de stilte, Ten Have-Davidsfonds, 2002.
- Contemplatief gebed, Meinema, Zoetermeer, 2003. (Terug naar de
tekst)
8) Boeiend is hier de ontwikkeling binnen het seculiere humanisme. Al eerder
waren er binnen het Humanistisch Verbond pleidooien te horen voor ruimte voor
'religieus humanisme. Recent pleitte een 'tophumanist' als de filosoof Harry
Kunneman voor serieuze aandacht voor religieuze gevoeligheid' (Kunneman, 2005;
Veltman, 2005). (Terug naar de tekst)
9) Het gaat mij hier om 'geloof dat aanspreekt en tegenspreekt'. Anders gezegd:
om de wisselwerking tussen de polen verzet en overgave Bonhoeffer!), ook wel
te benoemen als uitdaging en troost, strijd en aanbidding, onderweg zijn en
thuiskomen. (Terug naar de tekst)
10) Zie Forrester, J. (1992), Living with Wisdom. A ife of Thomas Merton. Maryknoll:
Orbis Books, p. 155 (Terug naar de tekst)
AANBEVELINGEN
Opmerkingen vooraf
- Onderstaande aanbevelingen zijn soms goed te combineren.
- De mogelijkheid van realisering hangt mede af van de aanwezigheid van een studiesecretaris
die veel van het werk kan doen.
- Samenwerking met andere instellingen en groepen is nodig.
- Alle aanbevelingen samen leveren jaren werk, er zijn geen prioriteiten aangegeven.
- Voor specifieke activiteiten zou afzonderlijke projectfinanciering verworven
kunnen worden.
- De aanbevelingen zijn mede geïnspireerd door de drie "P's "van
de keltisch - christelijke traditie: Presence (de aanwezigheid Gods), Poetry
(kunst) en Pilgrimage (Bradley, 1997).
1. Geef in het werk van Stoutenburg aandacht aan alle genoemde dimensies van
natuurbeleving, ook aan die van het beter leren kennen van planten, dieren,
processen en plekken op Stoutenburg zelf ('intigrerende natuur').
Dat laatste kan bijvoorbeeld door intensief de seizoenen te beleven, inclusief
wat dan bloeit, zingt, vliegt, etc. Geef gericht aandacht (bijv. ook in vieringen)
aan bijvoorbeeld de aankomst van de eerste boerenzwaluw of tjftjaf, de eerst
waargenomen citroenvlinder in het heel vroege voorjaar, het sintjanslot aan
de bomen midzomer, de vogeltrek in het najaar, het karakter van de bomen zonder
blad in de winter, de veranderingen gedurende het jaar aan een geadopteerde
boom of plek. Doe mee aan www.natuurkalender.nl
Richt ergens op een 'openbare plek' een natuurtafel in waar waarnemingen en
ervaringen gedocumenteerd worden.
Zelf begon ik ooit aan een 'Flora van Stoutenburg' - een map met per waargenomen
plantensoort een afbeelding (kleurenkopie uit de Oecologische Flora) en kort
wat typerende gegevens over deze soort, inclusief verhalen over de naam. De
map is op Stoutenburg aanwezig. Houd dat bij met hulp van de KNNV, breid het
uit met dieren, geef de map een plek waar iedereen (ook gasten, plastificeer
eventueel de bladen) bij kan, laat een van de communiteitsleden daar oog op
houden. En voeg daar persoonlijke ervaringen en belevingen aan toe, waarnemingen
waar het op het terrein te vinden is.
2. Ontwikkel binnen dat geheel van natuurbeleving vooral ook activiteiten op
het terrein van kunst en natuur
Kunst heeft hoofdzakelijk een intrinsieke waarde, gaat om 'belangeloze belangstelling
voor doelloze doelmatigheid' (Kant) en vormt daardoor een mooie brug tussen
enerzijds de meer praktische en kennisgerichte dimensies van natuurbeleving
en anderzijds de religieuze/ spirituele dimensie.
Denk hierbij aan natuurfotografie; schilderen en tekenen (werk daarbij samen
met het Vindselmuseum 'In Natura' in Amersfoort); 'landart' zoals in 2005 in
de Weeribben gemaakt is (v.d. Weert/v.d. Molen, 2005), geïnspireerd door
onder andere Andy Goldsworthy; 'efemere kunst': mooie dingen maken van natuurlijk
materiaal, die ook weer vergaan door regen, wind, etc.; poëzie, gedichten
voordragen bij plekken, gedichten samen lezen, workshops gedichten schrijven;
natuurproza zoals van Koos van Zomeren en Annie Dillard, (Dillard, 1978,) e.a.
lezen en zelf proza schrijven. 'Art-based nature education (van Boeckel, 2004)
kan hierbij inspireren.
3. Ga verder met het Stoutenburgbrevier, met als het kan jaarlijkse afleveringen.
Het begin dat daarmee gemaakt is moet een vervolg krijgen. Er kan een nieuwe
aflevering komen, maar ook kan gewacht worden tot voor het hele jaar - mede
verbonden met de seizoenen - een 'compleet' brevier gemaakt zou kunnen worden.
Geef ook een korte inleiding bij het brevier over de manieren van omgang met
deze teksten - het 'brevieren'.
4. Blijf schrijven en publiceren - het project (en daarbinnen de communiteit)
is daarmee op de goede weg
Publiceer jaarlijks ook een Stoutenburg-Essay, vergezeld van reflecties van
eerste lezers (als hulp bij een 'geaarde' manier van lezen).
Zorg ook voor artikelen in weekbladen (VolZin, e.a.), kranten, andere tijdschriften
(Speling, Streven, e.a.) over de ontwikkelingen binnen het project.
5. Vraag dichters en musici een of meer liederen te schrijven, of maak een
selectie van bestaande liederen aan de hand van zo helder mogelijke criteria.
Er zijn te weinig religieuze liederen over de schepping en die er wel zijn worden
vaak weinig gezongen. Elk goed lied dat er bij kan komen is meegenomen. Verzamel
om te beginnen de liederen die er wel zijn uit verschillende tradities in het
christendom en daarbuiten. Wees daarbij niet te kieskeurig. Vergeet de inmiddels
vertaalde liederen van de Iona Community niet. Gebruik de verzameling ook om
de criteria voor 'een goed lied' aan te scherpen.
Organiseer in de regio samen met anderen een uitvoering van 'Het lied van de
aarde' van Huub Oosterhuis.
6. Rituelen en symbolen beschrijven voor gebruik elders
Op Stoutenburg zijn rituelen en symbolen in gebruik die beschreven kunnen worden
in beeld en woord voor gebruik thuis, voor een gezonde omgang met de tijd en
met de natuur.
7. Oefen in de communiteit en met anderen in het lezen van teksten van mystici
die een relatie hebben met natuur en de aarde. Houd het terrein van milieuspiritualiteit
warm
Richt je daarbij vooral ook op teksten uit de joods en christelijke traditie.
Hiermee is al veel ervaring in de communiteit. Het gaat hier vooral om de methodiek
van het omgaan met de vaak weerbarstige teksten van mystici. Hier kan samengewerkt
worden met het Titus Brandsma Instituut in Nijmegen. De aandacht voor natuur-
en milieuspiritualiteit warm houden. Vertaal teksten van Merton (zie de bundel
van Kathleen Deignan).
8. Ontwikkel een aanbod aan religieuze groepen, werkgroepen, etc. en aan individuele
zoekers
Frits de Lange (de Lange, 2005) en Gijs Dingemans in zijn boek over 'Ietsisme'
(Dingemans, 2005) zien verschillende authentieke gestalten van christen zijn
in onze tijd: de (vooralsnog verder afkalvende) locale parochies en gemeenten,
waar toch nog veel sociaal en religieus potentieel aanwezig is, kleine min of
meer vaste groepen (lees- en leerhuisgroepen, werkgroepen, e.a.) en 'religieuze
solisten' die wel van tijd tot tijd samen met anderen willen studeren, iets
praktisch aanpakken, zich willen voeden, etc. Stoutenburg kan zich op bepaalde
thema's richten, zoals 'liturgie', een natuur- en milieuvriendelijk parochie/gemeente
zijn, vorming- en toerusting, etc. (zie hierover ook mijn aanbevelingen aan
het slot van 'Leren leven met en in de natuur' - Both, 2000) of breder een oriëntatie
op 'scheppingsspiritualiteit' bieden voor beginners en gevorderden, van een
avond of middag tot een tweedaagse of ....
De eigen regio is hierbij ook werkgebied. De ervaringen daarmee worden verwerkt
in een breder aanbod. Daarbij wordt samengewerkt met landelijke clubs als de
Werkgroep Kerk en Milieu (Oikos). De methodiek van Palmer die gebaseerd is op
de seizoenen van een mensenleven, zou op Stoutenburg ook vruchtbaar te maken
zijn (Palmer, 2005).
9. Organiseer vanuit het thema voeding een aantal gesprekken tussen boeren,
burgers, natuurbeschermers over zorgen en verlangens van ieder, inspiratiebronnen
- een 'boeren-, burgers- en buitenluiberaad'.
Het bijeenbrengen van mensen met verschillende perspectieven op hetzelfde verschijnsel,
die goed naar elkaar luisteren en elkaars perspectief proberen te begrijpen
is uiterst waardevol, waarbij het proces voorop staat en het product kan zijn:
een gemeenschappelijk statement over overeenkomsten en verschillen en hoe daarmee
omgaan kan worden. Aan de leiding van zo'n reeks gesprekken worden hoge eisen
gesteld. Hier kan eventueel samengewerkt worden met de Landbouwuniversiteit,
het Rathenau-instituut, e.d.
10. Ontwikkel een aanbod aan mensen uit de milieubeweging, de politiek, etc.
over inspiratie en het omgaan met tegenslagen ('rouwverwerking')
Binnen de natuur- en milieubeweging zou dit wel eens de belangrijkste functie
van Stoutenburg kunnen zijn: even los van allerlei strategische en tactische
overwegingen aandacht geven aan de emotionele en spirituele bronnen van het
handelen. Een dergelijk aanbod moet uiteraard heel goed doordacht en voorbereid
worden, met medewerking van diverse specialisten 'van buiten'. Wat het omgaan
met tegenslagen en gevoelens van boosheid, machteloosheid en 'rouw' betreft
kan er uiteraard geen sprake zijn van 'therapie', hoe 'therapeutisch' gesprekken
(alleen al het delen van gevoelens) en andere onderdelen van zo'n aanbod ook
kunnen zijn (zie Windle, 1994; Weber Nicholson, 2002; Palmer 1990 en 1998; Gebhard,
2003, hfst. 11). Ik herinner mij bijvoorbeeld zelf een viering van Goede Vrijdag
op Stoutenburg, waar de deelnemers gevraagd werd om een kreet te vinden en te
uiten die de persoonlijke gevoelens van smart over de wereld zou uiten. Al die
persoonlijke kreten, die tegelijkertijd geuit werden, waren tegelijkertijd uiting
van verdriet en van (letterlijk) saamhorigheid, in die zin ook bevrijdend.
11. Organiseer samen met anderen een symposium over milieucrisis en geestelijke
volksgezondheid.
Samenhangend met de vorige aanbeveling is het wenselijk om het stilzwijgen over
de mogelijke gevolgen van de milieucrisis voor de geestelijke volksgezondheid
te doorbreken door het initiatief te nemen tot het organiseren van een symposium.
Een mogelijke partner daarbij is de Katholieke Stichting Geestelijke Volksgezondheid,
de opvolger van de Katholieke Centrale Vereniging voor Geestelijke Volksgezondheid,
die in 1963 een brochure uitbracht over Mens, dier en natuur, vanuit een symposium,
geschreven door Buytendijk, Strasser en Fortmann, met een voorwoord van Trimbos.
Daarbij kan ook aangesloten worden bij het advies over Natuur en gezondheid
van de Gezondheidsraad. Ulrich Gebhard (Hamburg) zou daarbij een goede gastspreker
zijn.
12. Theologenberaad
Organiseer een theologenberaad, waarbij in de aanpak de theologische discussies
'aarden' via andere activiteiten. Bij het theologenberaad kan samengewerkt worden
met de Werkgroep Kerk en Milieu en / of het Werkgezelschap Atomium
13. Interreligieuze ontmoeting
Organiseer een of meer interreligieuze ontmoetingen over 'milieuspiritualiteit'.
(Bronnen: Schouten, 2005; Tucker, 2003).
14. Tweejaarlijkse netwerkconferentie
Zo'n netwerkconferentie over een thema op het terrein van natuur, milieu en
levensbeschouwing is al in voorbereiding. Wenselijk is een tweejaarlijkse conferentie
over verschillende thema's, ook belangrijk als een ontmoetingsplek.
15. Documentatie en netwerk
Zorg voor een goede documentatie op het terrein van natuur, milieu en levensbeschouwing/
spiritualiteit: boeken en andere publicaties, vooral ook van soortgelijke groepen,
met korte beschrijvingen op de website. Maak dit ruim bekend en toegankelijk
voor geïnteresseerden - studenten, e.a. , bied ook mogelijkheden om op
Stoutenburg te studeren.
16. Pelgrimage en uitwisseling
Organiseer pelgrimages naar verwante groepen in binnen- en buitenland, om elkaar
te inspireren en uit te dagen. Wissel zo mogelijk personen voor enkele maanden
uit.
Bied Stoutenburg ook aan als doel voor pelgrimages, in de regio en ruimer.
17. Ontwikkel een community supported garden (coöperatieve tuin), die
echt economisch moet produceren
De ontwikkeling van een tuin naast de huidige moestuin is een van de 'peilers'
voor de verdere ontwikkeling van het project. Dat kan een 'helende tuin' worden,
of een coöperatieve productietuin. Ik zou een pleidooi willen houden voor
het laatste - gezien de relaties met de directe omgeving (klanten/ aandeelhouders)
en de grote educatieve betekenis daarvan, ook voor kinderen.
18. Organiseer je eigen kritische vrienden
Tenslotte: organiseer je eigen 'tegenspraak' via intervisie met verwante groepen
of door een onafhankelijk 'adviesgroep', die gevraagd en ongevraagd adviezen
kan geven, gebaseerd op de doelstelling van het project.
LITERATUUR
-Berg, A. v.d./M. v.d. Berg (2001), Van buiten word je beter. Een essay over
de relatie tussen natuur en gezondheid. Wageningen: Alterra
-Berg, A. v.d., e.a. (2004), De verborgen angst voor natuur. Essay en verslag
debat. Den Haag: InnovatieNetwerk Groene Ruimte en Agrocluster http://www.agro.nl/innovatienetwerk/doc/verborgen_angst_natuur.pdf
-Berk, T. v.d. (2005), Het numineuze. Zoetermeer: Meinema
-Boeckel, J. van (2004), Forget Your Botany. Zie: www.resurgence.org/resurgence/issues/boeckel000.htm
-Bonnhoeffer, D. (1971), Trouw aan de wereld. Baarn: Ten Have
- Both, K. (2000), Leren leven met en in de natuur. Een zorgperspectief op natuur-
en milieueducatie. In: Chr. Elzinga/ Chr. Hogenhuis (red.), Grond onder onze
voeten. Duurzame welvaart, christelijke spiritualiteit en intimiteit met de
natuur. Kampen: Kok
-Bradley, I. 1997), Keltische spiritualiteit, Zoetermeer: Meinema
-Bulhof, I. (1989), Solidair met de natuur, Toespraak Academische Zitting Katholieke
Theologische Universiteit Utrecht
-Bussink, M. (2005, Wie vinden we wat we zijn? Natuurhoogleraar Schouten over
onze identiteitscrisis. In: Milieudefensie Magazine, sept.
-Buytendijk, F.J.J./ S. Strasser/ H. Fortmann (1963), Mens, dier en natuur,
Utrecht/Antwerpen: Het Spectrum.
-Carrol, J.E. (2004), Sustainability and spirituality. Albany: SUNY Press
-Carson, R. (1984), The Sense of Wonder. New York: Harper and Row. Voor het
grootste deel vertaald door Kees Both en gepubliceerd in Mensen-kinderen, sept.
en nov. 1992; jan., maart, mei en sept. 1992.
-Deignan, K. (ed.)(2003), Thomas Merton - When the tree says nothing. Notre
Dame: Sorin Books
-Depuydt, A./ J. Declerck/ G. Deboute (2001), 'Verbondenheid' als antwoord op
'de-link-wentie'?. Leuven/Leusden: Acco
-Dillard, A. (1978), Waterspiegelingen. Haarlem: Gottmer (oorspr. Titel 'Pilgtim
at Tinker Creek; bekroond met de Pullitzerprijs).
-Dingemans, G. (2005), Het Ietsisme. Een basis voor christelijke spiritualiteit?
Kampen: Kok
-Dubos, R. (1980), The Wooing of Earth. New perspectives on man's use of nature.
London: The Athlone Press
-Eibl-Eibesfeldt, I. (1996), Warum wir die Natur lieben und trotzdem zerstören,
in: Feuilleton-Beilage der Süddeutsche Zeitung, 1. Dezember 1996
-Elzinga, Chr. (2001), Leerervaringen op Stoutenburg. Stoutenburg: Franciscaans
Milieuproject.
-Gebhard, U. (2003), Kind und Natur. Die Bedeutung der Natur für die Psychische
Entwicklung. Opladen: Westdeuscher Verlag
-Gebhard, U. (2005), Natur, Atmosphäre und Erlebnis. In: Unterbrunner,
U. (Hrsg.), Naturerleben. Neues aus Forschung & Praxis zur Naturerfahrung.
Innsbruck: Studien Verlag
-Gezondheidsraad en Raad voor Ruimtelijk, Milieu- en Natuuronderzoek (2004),
Natuur en gezondheid. Invloed van natuur op sociaal, psychisch en lichamelijk
welbevinden. Den Haag: Gezondheidsraad en RMNO. Zie www.gr.nl/ adviezen/ 2004/
Natuur en gezondheid
Gottlieb, R. (ed)( 1996), This Sacred Earth. Religion, nature, environment.
Routledge : London/ New York
-Hammerskjöld, D. (1983), Merkstenen. Haarlem: Gottmer
-Heschel, A.J. (1997), God zoekt de mens. Een filosofie van het jodendom. Houten:
De Haan/ Unieboek
-Hessel, D. (ed)(1996), Theology for Earth Community. A Field Guide. Maryknoll:
Orbis Books
Hessel, D. /R. Radford - Ruether (eds)(2000), Christianity and Ecology. Cambridge
(MA): Harvard University Press
-Kelchtermans, G. (2001), Reflectief ervaringsleren voor leerkrachten. Deurne
(Be.): Wolters-Plantyn
-Kellert, S./ E.O, Wilson (eds.)(1993), The Biophilia Hypothesis. Washington:
Island Press
-Kellert, S.R. (1997), Kinship to Mastery. Biophilia in Human Evolution and
Development. Washington: Island Press
-Kunneman, H. (2005), Voorbij het dikke-ik, bouwstenen voor een kritisch humanisme.
Amsterdam: SWP
-Kruk B. v.d. (2005), Vogels zien, soms even. In: VolZin, 22 juli 2005
-Lange, F. de (2005), God, maar dan anders. In: Trouw, 17 sept. 2005
-Lemaire, T. (2002), Met open zinnen. Amsterdam: Ambo
-Maas, F.A. (2005). De bijbel als bron van levenskunst. In: Interpretatie. Tijdschrift
voor bijbelse theologie, 13, 19.
-McFague, S. (1997a), Het lichaam van God. Een ecologische theologie. Zoetermeer:
De Horstink
-McFague, S. (1997b), Super, Natural Christians. How we should love nature.
London: SCM Press
-Merton, T. (2001), Een leven lang om geboren te worden. Mediteren met Thomas
Merton. Zoetermeer: Meinema
-Nouwen, H. (1970), Bidden om het leven. Het contemplatieve leven van Thomas
Merton. Bilthoven: Ambo
-Nussbaum, M. (2000), Wat liefde weet. Emoties en moreel oordelen. Amsterdam:
Boom
-Nussbaum, M. (2005), Oplevingen van het denken. Amsterdam: Ambo
-Palmer, P.J. (1990), The Active Life. Wisdom for Work, Creativity and Caring.
San Francisco: Harper
-Palmer, P.J. (1998), Spiritual Formation and Social Change. In: B. Webb - Fugitive
Faith. Interviews, Maryknoll: Orbis Books. Samenvatting verkrijgbaar bij Kees
Both
-Palmer, P.J. (2005), Leraar met hart en ziel. Groningen: Wolters Noordhoff
-Plumwood, V. (2002), Environmental Culture. The Ecological Crisis of Reason.
London: Routledge
-Roothaan, A. (2005), Terugkeer van de natuur. De betekenis van natuurervaring
voor een nieuwe ethiek. Kapellen/ Kampen: Klement
-Santmire, H.P. (1985), The Travail of Nature. The ambiguous ecological promise
of christian theology. Minneapolis, Fortress Press
-Santmire, H.P. (2000), Nature Reborn. The Ecological and Cosmic Promise of
Christian Theology, Minneapolis, Fortress Press
-Schaeffer, H. (1989), God uit het duister. In: Wending, jrg.44, nr. 4
-Schouten, M. (2005), Spiegel van de natuur - Het natuurbeeld in cultuurhistorisch
perspectief. Utrecht: KNNV Uitgeverij
-Schut, M.(ed.) (2002), Food & Faith - justice, joy and daily bread. Denver:
Living the Good News
-Segaar. J., e.a. (1962), Het bittere raadsel van de goede schepping. Themanummer
Wending, juli/augustus
-Smith, R. (1998), Spirit of Middle Earth: Practical thinking for an instrumental
age. In: Cooper, D.E./ J.A. Palmer (eds.), Spirit of the Environment. Religion,
Value and Environmental Concern. London: Routledge
-Stuurwold, B. (z.j.), Maatschappij-analyse. Doet u mee? Nijkerk: IKVOS
-Tomashow, M. (1995), Ecological Identity. Becomiong a Reflective Environmentalist.
Cambridge (MA)/ London: MIT Press
-Tucker, M.E. (2003), Wordly Wonder. Religions Enter their Ecological Phase.
Chicago: Open Court
-Veltman, C. (2005), We moeten af van het dikke-ik. Interview met Harry Kunneman.
In: VolZin, 26 augustus 2005
-Weber Nicholson, S. (2002), The Love of Nature and the End of the World. The
unspoken dimensions of environmental concern. Cambridge (MA): MIT Press
-Weert, M.v.d./ K. v.d. Molen (2005), Kunstbroedplaats De Weerribben. Amsterdam:
Stichting ReRun Producties
-Wiersinga, H. (2004), De vitale vragen van Bonnhoeffer. Zoetermeer: Meinema
-Windle, Ph. (1994), The Ecology of Grief. In: Orion, Winter 1994.
guy dilweg;
november 2005.
|