|
|
In dialoog met de natuur
Kennismaken met het waarnemen
en interpreteren van uitstraling en levensenergie in de natuur.
Lezing voor de Studiedag op Stoutenburg op zaterdag 9 maart 2002
Resonantietherapie en de rol van techniek
Met resonantietherapie worden zieke bossen op afstand behandeld. Daarbij wordt
gebruik gemaakt van computers en zogenaamde radionische apparaten: kleine, zwarte
kastjes met glimmende knoppen, waarmee getallencombinaties kunnen worden ingesteld
die een genezende werking hebben. Grondlegger van de radionica is Dr. Albert
Abrams. Een Amerikaanse arts, die aan het begin van de vorige eeuw, als hoogleraar
pathologie, aan de Universiteit van Stanford verbonden was. De resonantietherapie
ontwikkelde zich in tien jaar van proeven met potplanten tot de behandeling
van een Russisch natuurreservaat van 40.000 ha. Ik was nauw betrokken bij deze
ontwikkeling. Van 1990 t/m 1998 werkte ik voor het Instituut voor Resonantietherapie
in Duitsland.
In 1989 kwam ik in aanraking met de resonantietherapie. Het doel van het IRT
was een methode te ontwikkelen waarmee grote, zieke bossen op afstand kunnen
worden genezen. De methode moest niet alleen effect hebben, maar ook verklaarbaar
en overdraagbaar zijn. De aanleiding waren de alarmerende berichten over de
stervende bossen in grote delen van Europa. Er waren op dat moment enkele succesvolle
experimenten gedaan, die voldoende vertrouwen gaven om op de ingeslagen weg
verder te gaan, maar al met al stond de methode nog in de kinderschoenen.
Ik vond het een fascinerend idee om bij te dragen aan de ontwikkeling van een
nieuwe, revolutionaire methode, desalniettemin riep de resonantietherapie vragen
bij mij op. Techniek deed volgens mij eerder kwaad dan goed aan de natuur; de
stervende bossen zijn immers een gevolg van onze moderne industrie met zijn
vervuilende fabrieken en auto's! Hoe is het dan mogelijk dat je met technische
apparaten de natuur kunt genezen?
De natuur genezen moest je mijns inziens met 'blote handen' doen, zonder de
hulp van een apparaat. Tevens had ik het gevoel dat ik mee ging helpen een auto
te ontwikkelen, terwijl ik zelf nog niet eens kon lopen. Misschien kun je met
techniek de natuur genezen, maar ik wilde het ook zelf kunnen. Hoe doe je dat?
Toen ik me afvroeg wat ik me precies voorstelde bij 'met blote handen', kwam
de associatie met groene vingers op; onmiddellijk gevolgd door herinneringen
aan oom Kees en tante Ans. Oom Kees had namelijk groene vingers.
Groene vingers
Als kind ging ik vaak op bezoek bij oom Kees en tante Ans. Het waren geen echte
oom en tante van me, maar iedereen in de buurt noemde ze zo. Ze woonden een
paar straten verderop in een klein huisje met een prachtige tuin. Oom Kees was
gepensioneerd en al zijn vrije tijd besteedde hij aan zijn bloemen, planten
en groentes. In de tuin gonsde het van leven maar tegelijkertijd heerste er
ook een diepe rust. Het was een andere wereld; totaal verschillend van de drukke
straat met auto's die er voor langs liep. Buiten werd gejacht en gejaagd, binnen
de groene omheining stond de tijd stil, en in deze zee van tijd was oom Kees
het middelpunt.
Oom Kees werkte in alle rust het ene klusje na het andere af en zei nooit veel.
Hij ging helemaal in zijn bezigheden op en was één met zijn tuin
en planten. Ik kan me goed herinneren dat hij soms helemaal in de groene plantewereld
verdween. Dan loste hij plotseling op en moest ik met mijn ogen knipperen om
hem weer te laten verschijnen. Bij het afscheid gaf oom Kees mij altijd een
oude krant met groenten mee.
Mijn moeder was blij met de groenten omdat ze zo lekker smaakten en goed houdbaar
waren. Ze zei dat ze veel meer kwaliteit hadden dan de produkten uit de winkel.
Wat oom Kees met planten deed was volgens haar een wonder. Het hele seizoen
groeiden ze als kool, de kleur was prachtig, ziekten en plagen kwamen niet voor,
en zijn produkten smaakten heerlijk. Waarom groeide en bloeide alles dat hij
aanraakte?
In de buurt leidde het wonder van oom Kees zijn tuin tot geanimeerde gesprekken.
De buurtbewoners hielden het er op dat oom Kees het 'gewoon' in zijn vingers
had; hij had groene vingers. De ouders van een vriendje zeiden lachend dat oom
Kees plant-aardig was. Het heeft lang geduurd voordat ik deze woordspeling begreep.
Ik ben jaren later nog eens gaan kijken, toen er andere mensen in het huisje
woonden. De indeling van de tuin was nog hetzelfde. Toch er ontbrak iets wezenlijks;
er stonden bloemen en planten, zelfs een nieuwe, koude kas met tomaten, maar
de bijzondere sfeer was weg; niets straalde en glansde meer, er was geen kleur,
geen fleur. Toen werd me duidelijk dat geen enkele bodem de planten kan geven
wat oom Kees hun gaf; aandacht. Ondersteund door tante Ans, had hij met hart
en ziel in de tuin gewerkt. Hij had de tuin, en alles wat er in groeide en bloeide,
als het ware bezield. Die ziel was nu weg.
Zen en motoronderhoud
Ik ben tante Ans en oom Kees, en de magische momenten die ik in de tuin beleefde,
nooit vergeten. Het wás een andere wereld, de tijd stónd er stil
en oom Kees verdween werkelijk voor mijn ogen. Dat was geen kinderfantasie,
dat waren levensechte belevenissen, die me zelfs nu nog helder voor de geest
staan. Tijdens mijn biologiestudie verdwenen deze herinneringen samen met de
groene vingers van oom Kees naar de achtergrond.
Als ik niet was gaan nadenken over de natuur met 'blote handen' genezen, zou
oom Kees waarschijnlijk altijd hebben voortgeleefd in een vergeten hoek van
mijn geheugen. Nu kwamen de herinneringen spontaan op: zijn groene vingers moesten
dus iets met mijn 'blote handen' te maken hebben. Ik snapte alleen niet wat.
Het boek 'Zen en de kunst van het motoronderhoud' van Robert Pirsig bood uitkomst.
In het boek beschrijft Pirsig zijn tocht van de Amerikaanse oost- naar westkust
die hij met zijn zoontje op de motor maakt. Hoofdthema van het boek, en het
doel van zijn tocht, is het vinden van het antwoord op de vraag: 'wat is kwaliteit?'
Aan het einde van de rit weet Pirsig het en ontwikkelt een nieuwe visie, die
tegenstellingen in het wetenschappelijk denken overbrugt. Een ander belangrijk
onderwerp in het boek is de relatie mens-techniek. Daarover straks meer, eerst
kwaliteit.
Wat is kwaliteit?
De wetenschap spreekt van uiterlijke kwaliteit als een groente er gaaf en gezond
uitziet, van innerlijke kwaliteit als er geen schadelijke stoffen in zitten
en van produktiekwaliteit als de groente milieuvriendelijk is geproduceerd.
Maar volgens Pirsig is dit geen Kwaliteit. Kwaliteit is iets bijzonders. Je
schrijft het daarom met een hoofdletter. Kwaliteit is geen eigenschap van een
object. Kwaliteit is niet statisch. Het is een gebeuren. Kwaliteit is dynamisch.
Tot deze goed onderbouwde conclusie komt Pirsig aan het einde van zijn boek.
Ik zal proberen om Pirsig's betoog in een paar woorden samen te vatten:
De wetenschap analyseert de wereld om de levensverschijnselen te kunnen verklaren.
De gangbare methode is de wereld in twee delen te snijden en dat keer op keer
te herhalen. Het resultaat is een deeltjeswereld, die is opgebouwd uit elementaire
bouwstenen, bijvoorbeeld atomen. De twee grootste brokken zijn geest en materie,
anders gezegd subject en object ofwel de mens en de dingen om hem heen.
Kwaliteit wordt normaal gesproken in verband gebracht met dingen en voorwerpen,
desalniettemin treedt het gevoel van Kwaliteit soms in ons op zonder dat er
sprake is van enig voorwerp. Wellicht is Kwaliteit daarom persoonsgebonden.
Maar subjectiviteit, persoonlijke beleving is ook geen Kwaliteit, want Kwaliteit
vermindert subjectiviteit. Kwaliteit voert je buiten jezelf, maakt je bewust
van de wereld om je heen.
Kwaliteit staat tegenover de persoonlijke beleving. Het kan daarom niet onafhankelijk
in verband gebracht worden met ofwel de persoon ofwel het voorwerp. Kwaliteit
wordt alleen aangetroffen in de relatie van die twee tot elkaar. Het is geen
ding. Kwaliteit is een gebeuren waarbij de persoon het voorwerp gewaar wordt.
En omdat er zonder voorwerpen geen persoonlijke beleving kan bestaan - omdat
de voorwerpen ons bewust maken van ons zelf - is Kwaliteit het gebeuren waarbij
het besef van zowel personen als voorwerpen mogelijk wordt. Dit betekent dat
Kwaliteit niet slechts het gevolg is van het samenstoten van persoon en voorwerp.
Het hele bestaan van personen en voorwerpen wordt verkregen vanuit het Kwaliteitsgebeuren.
Kwaliteit is de bron, de oorsprong van alle personen en voorwerpen.
Kwaliteit en Tao
Kwaliteit is de aanhoudende prikkel, die onze omgeving ons opdringt, om de
wereld te scheppen waar in we leven. De hele wereld, tot het kleinste onderdeel
toe. Daarom kan Kwaliteit niet worden gedefinieerd. Wanneer we het definiëren,
definiëren we iets geringers dan Kwaliteit zelf.
In de 2400-jaar oude Tao Te-tsjing van Lao-tse wordt Kwaliteit als volgt omschreven:
De Kwaliteit die genoemd kan worden is niet de Absolute Kwaliteit.
Kwaliteit is de oorsprong van hemel en aarde.
Zich uitstrekkend van mysterie tot nog dieper mysterie
Is zij de poort tot het geheim van alle leven.
Kwaliteit is alomvattend.
En onuitputtelijk is haar voorkomen!
Bodemloos!
Als de sprankelende bron van alle dingen ...
Niet door haar opgang is er licht,
Niet door haar ondergang is er duisternis.
Een beeld van wat bestond voor God.
Hij die vanouds de Kwaliteit bewaart
Kan het oerbegin kennen,
Dat voortzetting is van Kwaliteit.
Kwaliteit is volgens Pirsig het zelfde als de Tao, de grote scheppende kracht
van iedere religie, oosters of westers, uit heden en verleden, van alle kennis,
alles. Tao wordt vertaald met 'de Weg'. We worden ons bewust van Tao door de
Weg te gaan. De Weg is het doel. De Weg gaan is een gebeuren, een dynamisch
proces, waardoor we ons bewust worden van de Schepping.
In de christelijke traditie is Kwaliteit misschien te vergelijken met God die
zich openbaart in de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De Weg is analoog met
de Zoon die ons voorgaat. Door de Zoon komen we bij Kwaliteit. Maar voordat
we Kwaliteit bereiken staan we voor de poort tot het geheim van alle leven,
de Hemelpoort. De open poort voert naar de Vader - de wijze met informatie -
en de Heilige Geest - de onuitputtelijke bron met levensenergie.
Kwaliteit en groene vingers
Volgens de wetenschap is de wereld samengesteld uit geest en materie. Pirsig
komt tot de conclusie dat de wereld niet is samengesteld uit twee, maar uit
drie dingen: geest, materie én Kwaliteit. Op het moment dat geest en
materie, persoon en voorwerp, versmelten is er Kwaliteit. Op momenten van zuivere
Kwaliteit is er geen persoon en geen voorwerp meer. Persoon en voorwerp zijn
dan identiek.
Pirsig zegt dat zulke Kwaliteitsmomenten ontstaan als we iets met hart en ziel
beleven, 'opgaan in iets'. Voorwaarde is innerlijke gemoedsrust. Mensen met
innerlijke gemoedsrust hebben geduld, hart voor hun werk, en aandacht bij alles
wat ze doen. Hun gemoedsrust is natuurlijk en spruit voort uit een harmonische
band met hun werk. Zij hebben een gevoel van identificatie met wat ze onder
handen hebben en produceren zodoende Kwaliteitsproducten.
Dat is de samenhang tussen Kwaliteit en groene vingers. Oom Kees had innerlijke
gemoedsrust en deed zijn werk van harte. Door die innerlijke houding had hij
groene vingers en daaraan ontsproot Kwaliteit.
Kwaliteit en biologisch-dynamische landbouw
Ik wist nu iets beter hoe je zelf 'met blote handen' de natuur kunt genezen,
maar hoe zat het met de relatie samenleving-techniek? Ik was begonnen in de
tuin van oom Kees. De schakel tussen tuin en samenleving is de landbouw. In
mijn verlangen naar gezonde, onbespoten groentes, stuitte ik op de biologisch-dynamische
landbouw.
De biologisch-dynamische landbouw, kortweg bd-landbouw, is een milieuvriendelijke
landbouw zonder kunstmest en chemicaliën, die in de twintiger jaren ontstond
nadat Rudolf Steiner, grondlegger van de Antroposofie, met een serie voordrachten
de eerste aanzet gaf. In de bd-landbouw wordt voor het optimaliseren van de
teelt onder meer gebruik gemaakt van preparaten - homeopathische middelen -
en de stand van sterren en planeten bij het zaaien en bewerken van het gewas.
BD-boeren gaan er prat op dat zij Kwaliteit produceren. Dat klopt. Dat houden
de woorden 'biologisch-dynamisch' in. Biologische landbouw wil zeggen, milieuvriendelijk
en zo natuurlijk mogelijk. Maar dat heeft slechts indirect met Kwaliteit te
maken. Afzien van kunstmest schept alleen een voorwaarde voor Kwaliteit. 'Dynamisch'
is het sleutelbegrip: Kwaliteit is dynamisch, het is het Leven, de Weg. Dynamische
landbouw is landbouw met Kwaliteit.
Hahnemann, de grondlegger van de homeopathie, zegt dat dynamiseren het vrijmaken
van levenskrachten is. In deze samenhang betekent het, dat dynamische landbouw
levenskrachten vrij maakt. Het onttrekt geen levenskrachten aan de bodem, zoals
de gangbare landbouw. Het houdt de levenskrachten niet op peil, zoals de biologische
landbouw, maar het heeft Kwaliteit, het maakt extra levenskrachten vrij. BD-landbouw
voegt levenskracht aan de Aarde toe. Haar ideaal is een 'Levende Bodem'. Daarover
straks meer.
Landbouw, cultuur en civilisatie
Is er een samenhang tussen landbouw en samenleving? Heeft die ook met Kwaliteit
te maken? We komen verder door het woord 'samenleving' door 'cultuur' te vervangen.
Cultuur duidt op een aantal aspecten van een samenleving, uiteenlopend van de
bewerking van het land tot activiteiten op kunstzinnig en intellectueel gebied.
De oudste betekenis van cultuur is bebouwing van een akker (cultura agri). Dit
is nog terug te vinden in het Engelse woord voor landbouw: agriculture.
Cultuur is afgeleid van het Latijnse colere, dat verzorgen, bebouwen en veredelen
betekent. Het in cultuur brengen, ofwel cultiveren van een stuk grond, wil dus
letterlijk zeggen de Aarde verzorgen, bebouwen en veredelen. In die zin hield
cultuur oorspronkelijk vooral een zorgzame, edele omgang met de natuur in.
Veredelen betekent iets verfijnen. Iets edels is iets hoogstaand. De Aarde verzorgen
en veredelen wil dus zeggen de Aarde verfijnen, op een hoger plan brengen. Met
andere woorden: de grofstoffelijke Aarde - met alles er op en er aan - fijnstoffelijker
maken. De donkere materie als het ware lichter maken.
De Aarde laten stralen, door haar te cultiveren, was voor de mens in de oudheid
het doel. Landbouw was het middel. Als dank voor dit werk schonk de Aarde haar
produkten. Deze oeroude vorm van landbouw was Kwaliteit. Er was een eenheid
tussen mens en natuur. Kwaliteit en cultuur waren in de oudheid hetzelfde.
Tegenwoordig wordt cultuur nog maar zijdelings in verband gebracht met landbouw
en Kwaliteit. In de loop der eeuwen zijn zij steeds verder uit elkaar gedreven.
In de 18de eeuw werden plotseling de begrippen cultuur en civilisatie naast
elkaar gebruikt. Civilisatie heeft betrekking op uiterlijke kenmerken, zoals
eigendom, bezit, kledij en goede manieren. Cultuur op innerlijke gesteldheid,
zoals geestelijke ontwikkeling en verantwoordelijksgevoel.
Het onderscheid werd gemaakt omdat er vanaf de 18de eeuw niet langer plaats
is voor cultuur in de buitenwereld. Op dat moment kreeg het materialisme vaste
grond onder de voeten. Het veredelen van de Aarde is sindsdien niet meer belangrijk.
Het nastreven van persoonlijke doelen staat voorop.
Materialisme,
techniek en Kwaliteit
Volgens het materialisme is de gehele werkelijkheid slechts te begrijpen en
te verklaren uit materie, die is opgebouwd uit steeds kleinere deeltjes. Er
is geen geest, geen God. De materialist is geïnteresseerd in de Aarde,
maar hij wil haar in principe niet veredelen en verfijnen. Hij wil de Aarde
beheersen en ontwikkelt daarvoor techniek.
Het materialistische doel is welvaart - economische voorspoed en materiële
behoeftebevrediging. Meer en nieuw zijn sleutelbegrippen. Het betekent voor
de landbouw, en in mindere mate voor de bosbouw, dat bodem en gewas zoveel mogelijk
moeten produceren. De aandacht ligt bij kwantiteit: de opbrengst telt. De natuur
is een vijand. Ziekten en plagen worden zo snel mogelijk gedood. Overal heerst
de strijd om het bestaan. Kwaliteit en welzijn - gezondheid en harmonisch levensgevoel
- zijn bijzaak.
Maar hoe zit het nu met de techniek? Is dat werkelijk de grote boosdoener?
Volgens Pirsig moeten we met techniek en apparaten op dezelfde manier omgaan
als oom Kees met zijn planten; met hart en ziel. Met haat tegen techniek draaien
we ons zelf een rad voor ogen. De Boeddha, of God de Vader, zetelt met evenveel
gemak in het circuit van een digitale computer of in de tandraderen in de versnellingsbak
van een motor, als op de top van een berg of in de blaadjes van een bloem.
Techniek is niet goed of slecht. Het heeft geen moraal, geen eigen wil; het
is juist gewillig en laat zich zo voor elk doeleinde inzetten. De boosaardigheid
ligt in de mens die techniek maakt en misbruikt. De ware lelijkheid ligt in
de relatie mens-techniek. Een apparaat, dat liefdeloos en zonder aandacht is
gemaakt, wordt liefdeloos en onachtzaam gebruikt. Om die reden heeft techniek
geen Kwaliteit, want er is alleen Kwaliteit als persoon en voorwerp identiek
zijn.
Waar je dus voor moet zorgen bij ieder werk, is een innerlijke gemoedsrust die
jou niet scheidt van je omgeving. Wanneer dat je lukt, verloopt al het andere
natuurlijk. Gemoedsrust zorgt voor juiste waarden, juiste waarden zorgen voor
juiste gedachten. Juiste gedachten zorgen voor juiste handelingen, juiste handelingen
leveren werk af dat een materiële verzinnenbeelding is voor anderen, die
de sereniteit zullen ontwaren die het middelpunt van dit alles is. Dat is pure
Kwaliteit en het wezen van ieder ambacht.
De materie veredelen
Toen ik me bewust werd, dat niet de techniek, maar de mens verantwoordelijk
is voor de verstoring van het natuurlijk evenwicht, sloot ik vrede met alle
machines, instrumenten en apparaten. Op dat moment kregen zij een ander aanzien
en herinnerde ik mij waar het oorspronkelijk om ging; in een ver verleden ging
het om 'cultura agri'; het verzorgen, bebouwen en veredelen van de Aarde. De
Aarde op een hoger plan brengen, verfijnen, lichter maken, als het ware laten
stralen. En die manier van doen, die Weg, is Kwaliteit - de poort tot het geheim
van alle Leven.
Door het ontwikkelen van techniek is de materie op een hoger plan gebracht!
We zijn begonnen met haar te veredelen en te verfijnen. We hebben uit grote
brokken ijzererts, puur ijzer gesmolten, dit weer tot roestvrij staal gemaakt
en dat vervolgens in allerlei vormen en verbindingen in de meest uiteenlopende
techniek verwerkt. We maken van grove delen een functionerend geheel. Edeler
kan het niet!
Het zelfde geldt bijvoorbeeld voor aardolie. Voordat het kan worden verwerkt
wordt de ruwe aardolie geraffineerd. Raffineren is een soort veredeling, het
betekent immers ruwe produkten verfijnen. Het uiteindelijke resultaat zijn brandstoffen,
plastics, textiel en geneesmiddelen. Zo zijn er talrijke voorbeelden; je hoeft
alleen maar aan de miljoenen gebruiksvoorwerpen op de wereld te kijken. In elk
is de materie op een hoger, complexer niveau gebracht.
Pas
op de plaats
Het materialisme heeft - onbewust - een begin gemaakt met het cultiveren van
de Aarde. We zijn op de goede weg, maar er is onderweg een (te) grote sprong
gemaakt. Het pad in de oudheid was eerst innerlijke gemoedsrust en een zorgzame
houding in jezelf oproepen. Vanuit die grondhouding werd het land bebouwd. Het
resultaat was Kwaliteit. Aan innerlijke gemoedsrust en zorgzame omgang met de
Aarde heeft het materialisme echter geen boodschap. Het materialisme begint
gelijk met het veredelen van de materie en laat Kwaliteit daarbij links liggen.
De gevolgen zijn bekend.
We zijn op de goede weg, maar voordat het veredelingsproces kan worden voortgezet,
moet er eerst pas op de plaats worden gemaakt. Punt één is innerlijke
gemoedsrust en cultuur creëren, en de dingen weer met hart en ziel beleven.
Punt twee is een zorgzame omgang met de Aarde ontwikkelen. Kortom: niet tegenwerken
maar samenwerken in dialoog met de natuur
Als dat voor elkaar is, is er opnieuw ruimte voor Kwaliteit en staat de poort
naar het geheim van alle Leven weer open. De voorwaarden voor het verder cultiveren
van de Aarde zijn dan vervuld en het ideaal van de biologisch-dynamische boer,
een Levende Bodem, kan worden verwezenlijkt. Wat is eigenlijk een Levende Bodem?
Levende Bodem
Veredelen betekent niet alleen een grotere complexiteit en de bodem op een
hoger plan brengen, maar ook fijner maken. Met andere woorden: de grove, zware
materie fijner en lichter maken. Een Levende Bodem heeft niet alleen een grote
biodiverstiteit, maar is ook licht en stralend. Het grofstoffelijke is fijnstoffelijk
geworden. De veredelde materie is energetisch geworden. Zij straalt energie
uit. Geen fysische energie maar levensenergie. Een Levende Bodem straalt levensenergie
uit. Dat is het wezenlijke. Het gevolg van die levensenergie is de bodemuitstraling.
Dynamische techniek
Als het veredelen van de bodem het uitstralen van levensenergie tot gevolg
heeft, geldt dan hetzelfde voor de techniek? In de techniek komt de materie
al in een veredelde vorm voor. Zal een verdere veredeling door een zorgzame
omgang, met hart en ziel, voor zoveel Kwaliteit kunnen zorgen dat er een levende
techniek ontstaat? Een techniek die ook levensenergie uitstraalt? Ofwel een
dynamische techniek, die levenskracht aan haar omgeving toevoegt.
Maar hoe moet je je dat voorstellen? Door fysische energie werkt een apparaat,
maar dat bevordert ook de slijtage en dat verkort weer de levensduur. Een apparaat
heeft alleen een lange levensduur als het regelmatig een controle- en onderhoudsbeurt
krijgt. De levensduur van elk apparaat is zodoende afhankelijk van aandacht.
Wij geven de techniek fysische energie waardoor zij functioneert én verslijt.
Wij geven haar aandacht, waardoor zij heel blijft en levensduur krijgt.
Dynamische techniek voegt levensenergie aan de natuur toe. Het natuurlijk evenwicht
wordt daardoor niet verstoord, integendeel: de natuur kan zich juist beter organiseren.
Het betekent dat dynamische techniek, in tegenstelling tot gangbare techniek,
hoogstwaarschijnlijk geen of heel weinig fysische energie nodig heeft. Om te
kunnen functioneren heeft dynamische techniek daarentegen des te meer aandacht
nodig. Haar brandstof is harte-energie, liefde.
Dynamische techniek is geen lamp desalniettemin verlicht zij. Zij straalt door
de aandacht van de mens levensenergie uit. Op die manier versterkt zij de levenskrachten
en aktiveert levensprocessen. Het effect is genezing. Dynamische techniek heelt
mens en natuur.
Resonantietherapie, waarmee met apparaten, op afstand, grote ecosystemen worden
behandeld, is een vorm van dynamische techniek.
Van groene vingers naar resonantietherapie
Behalve resonantietherapie zijn er talrijke andere mogelijkheden om de natuur
te genezen en te veredelen; je kunt planten, bomen en bossen behandelen met
bijvoorbeeld positieve aandacht, bidden, handoplegging, muziek, homeopathische
middelen, symbolen, kleuren, orgonstralers en magneten. Wie deze verschillende
therapieën op een rijtje zet, ontdekt dat er een bepaalde ontwikkeling
in zit. Deze ontwikkeling noem ik 'de weg van groene vingers naar resonantietherapie'.
Groene vingers en resonantietherapie zijn twee uitersten van het zelfde principe:
het helen en gezond maken van de natuur. Bij groene vingers gebeurt dit onbewust
met kleine systemen ter plaatse, bijvoorbeeld kamer- of tuinplanten. Bij resonantietherapie
is het een bewust proces met technische middelen voor grote (eco)systemen op
afstand. Wel beschouwd loopt de weg van groene vingers naar resonantietherapie
tussen polariteiten: van onbewust naar bewust, van innerlijk naar uiterlijk,
van ter plaatse naar op afstand, van kleinschalig naar grootschalig en van doe
het zelf naar techniek.
De mechanische behandelingen, waarbij apparaten en technische hulpmiddelen worden
gebruikt, zijn in wezen hetzelfde als mentale behandelingen, zoals bidden voor
planten. De uiterlijke, mechanische behandelingen zijn imitaties van een innerlijk,
mentaal proces.
Welk middel of welke techniek je ook kiest, alle behandelingen hebben één
ding gemeenschappelijk: de mens staat altijd centraal. Hij is de bemiddelaar
tussen het zieke systeem en het geneesmiddel. De ontwikkeling van mentaal naar
mechanisch, van innerlijk naar uiterlijk, van klein- naar grootschalig enz.
noem ik de 'weg van groene vingers naar resonantietherapie'. De mens bewandelt
deze weg.
De weg gaan
Wie deze weg gaat, zal ervaren dat, innerlijke gemoedsrust niet alleen voorwaarde
is voor zijn eigen welzijn, maar ook voor het welzijn van de wereld om hem heen.
De natuur genezen begint bij jezelf. Alleen vanuit innerlijke rust, en door
iets met hart en ziel te doen en te beleven, kom je tot Kwaliteit.
In alle rust en stilte ben je dynamisch, op Weg, één met het gebeuren
en aangesloten op de stroom van het Leven. Dan is er Kwaliteit en alleen Kwaliteit
kan iets zieks gezond maken. Op het moment van Kwaliteit zijn subject en object,
persoon en voorwerp, mens en wereld identiek. Op dat moment ontstaat uit de
zieke delen weer een gezond geheel.
Maar het gaat niet alleen om het genezen van de natuur. Het pad gaat verder;
van ziek naar gezond en vervolgens van gezond naar beter. Bij alle stappen gaat
het om het verzorgen, bebouwen en veredelen van de Aarde. Een nieuwe, dynamische
techniek kan daarbij helpen. De techniek is geen vijand maar een vriendin, die
ons met hart en ziel nodig heeft, en met wie we op een heel nieuwe manier kunnen
samenwerken. De vrucht van die samenwerking komt iedereen ten goede, want zij
kost geen energie; zij geeft energie, beter gezegd: zij geeft levensenergie.
Uitstraling en levensenergie
Alles wat leeft heeft een uitstraling. Bij de mens noemen we deze uitstraling,
de aura. De grootte van de uitstraling is een maat voor gezondheid en vitaliteit.
Dit geldt ook voor de uitstraling van een bodem, boom en gewas. De uitstraling
is een gevolg van de hoeveelheid levensenergie in een organisme.
In bijna alle culturen heeft deze energie een naam gekregen. De Chinezen spreken
van Ch'i als zijnde de universele levensenergie die alles in de schepping doorstroomt.
Alle materie, bezield of onbezield, is samengesteld uit en doordrongen van Ch'i.
Het is de energie met duizend namen, die alles met alles verbindt; vergelijkbaar
met het Griekse Pneuma, het Latijnse Spiritus Vitalis, het Prana uit de yoga,
het Mana van de Kahuna's, het Licht van de Christenen, Ka van de oude Egyptenaren,
Ki in Reiki enz.
De Oostenrijker Wilhelm Reich beschreef in de veertiger jaren van de vorige
eeuw levensenergie als orgon: kleine lichtgevende energiebolletjes die overal
om ons heen aanwezig zijn. Iedereen kan orgon met zijn ogen waarnemen. Reich
ontwierp apparaten waarmee orgon aangetrokken en verzameld wordt, zodat het
voor therapeutische doeleinden kan worden gebruikt.
Energetische
waarnemingen
Energetische waarnemingen geven, naast de normale, gangbare metingen, een dieper
inzicht in de stand van zaken in een tuin, in het bos of op de boerderij. Vanwege
hun fijnstoffelijke karakter gaan energetische veranderingen, bijvoorbeeld een
dalende bodemuitstraling, altijd vooraf aan biologische veranderingen. Daardoor
kan op energetisch nivo al in een veel vroeger stadium worden waargenomen of
er iets mis is met de gezondheid van de bodem.
Zodoende kan men sneller ingrijpen en hoeft er niet met (biologische) bestrijdingsmiddelen
gewerkt te worden. Energetische teeltmaatregelen, zoals een mentale kleurbehandeling
of homeopathische middelen zijn in dat geval afdoende. De hoeveelheid levensenergie
in een bedrijf is ook van invloed op de sfeer en de samenwerking van de medewerkers.
Energetische waarnemingen maken de mens op een hele nieuwe manier bewust van
zijn omgeving en geven hem een dieper inzicht in zijn situatie. Iedereen kan
leren om uitstraling en levensenergie waar te nemen. Dit vereist geen bijzondere
begaafdheid. Hier geldt waar een wil is, is een weg. Oefening baart kunst. Maar
zoals uit het voorgaande is gebleken is dit geen koud kunstje. Het is een warm
kunstje. Het waarnemen van uitstraling en levensenergie kan alleen, als we dat
doen vanuit innerlijke gemoedsrust en met hart en ziel.
Guy Dilweg;
maart 2002
|