Jan Huijgen van de Eemlandhoeve over Aarde, mijn aarde

Passie, visie en lef Jan Huijgen.

 

Eeuwige boer,

Ploeg onze verlamming om
tot moed om de aarde te redden
Zaai liefde in de voren van onze angst
Laat kracht groeien in onze onmacht
Oogst toekomst voor ons samen

Otto de Bruijne

De tweedaagse 'Aarde, mijn aarde', begon met het verhaal van Jan Huijgen. Kees Both geeft er zijn persoonlijke impressie van weer.

God als boer

Voordat de lezing begint, lees ik op de flap die klaar hing, bovenstaande tekst ‘Eeuwige boer’ van Otto de Bruijne. Die intrigeert me. Er zijn vele namen voor en beelden van God, maar God als boer is toch nieuw voor me. Dan is de wereld en zijn wij mensen de akker, maar naar analogie van God ook boer. Dat klinkt al vertrouwder – de tuin ‘bewerken en behoeden, ‘zu dienen und hüten’, zo vertalen Martin Buber en Franz Rosenzweig dat in hun ‘Verdeutschung’ van het Aloude Testament. Jan Huijgen zegt het niet in deze woorden, maar zijn verhaal komt er mijns inziens wel op neer.

De drie kernwoorden van de titel worden door Jan vooraf kort toegelicht:
‘Passie’ slaat op geraakt worden
‘Visie’ op dromen, verre uitzichten, visioenen
‘Lef’ op ‘leven’, dat volgens Loesje immers het meervoud van lef is.
Jan: “Je moet iets doen, want anders gebeurt er niets”.

Het verhaal gaat over de wording, het functioneren en de toekomst van de Eemlandhoeve, een ‘boerderij’ tussen Amersfoort en Bunschoten. ‘Boerderij’ is een te beperkt begrip, het is feitelijk uitgegroeid tot een landgoed. Het is de uitwerking van een droom, ‘van ver en diep’. Jan is dankbaar dat hij dit heeft mogen doen.

Brede landbouw in een groen hart

Het verhaal van de Eemlandhoeve is een ‘lefverhaal’. Het is het verhaal van een ‘boerderij plus’. In de landbouw vindt - het lijkt een ijzeren economische wet - een sterke intensivering plaats, die niet alleen leidt tot intensiever gebruik van de grond, maar ook tot schaalvergroting. Melkveehouders, ook in Eemland, produceren als mega-producenten voor markten ver weg. De band tussen producent en consument is afwezig. Wat wordt gedaan voor wie om de hoek woont? Jan laat een kaart zien, met Amersfoort en Almere die sterk groeien, plus het dichtbevolkte Gooi. Daar tussenin ligt het Eemland, als een ‘groen hart’. Ideaal achter de ontwikkeling van de Eemlandhoeve was en is de burgers weer te betrekken bij de productie van hun voedsel en ook andere groene diensten aan te bieden (verbrede landbouw). Het ontwikkelen van een 'cityside- oasis'. De Eemlandhoeve is inmiddels een heel eind op weg om die visie te realiseren:
-directe binding tussen consumenten en boerderij, via een boerderijwinkel en andere zo kort mogelijke lijnen tussen het land en de burger;
- een educatief aspect (doorbreken van de vervreemding van de bronnen van het dagelijks voedsel). Educatie wordt tevens breder aangepakt richting onderwijs, met eigen educatieve medewerkers;
-natuurbeheer, mede met het oog op natuurbeleving;aandacht voor het verhaal van het landschap;
-zorgboerderij en de participatie van maatschappelijk kwetsbare mensen aan het werk op de boerderij;
-plaats voor bezinning – zelf bezinning initiëren en ruimte bieden aan bezinning als vergader- en congrescentrum.

Lef hebben betekent volgens Jan ook dat je klein moet handelen – gericht op het concrete en nabije- maar tegelijkertijd groot moet denken: netwerkontwikkeling, van de regio tot op Europese schaal. Dat is van elkaar leren, met geestverwanten elkaar bemoedigen en stimuleren, maar ook gemeenschappelijke belangen behartigen en laten zien dat je niet de enige bent die zo denkt en handelt. Erkenning is belangrijk voor de continuïteit. De Eurocommissaris voor de landbouw bezocht een Europese conferentie op de Eemlandhoeve! Je kunt zo laten zien dat je deel uitmaakt van een 'new rural paradigm' een nieuwe agri-cultuur die in ontwikkeling is.

De passie

Het verhaal van de Eemlandhoeve is een succesverhaal. Het streven naar resultaat is niet verkeerd, maar succes kan er ook toe leiden dat de oorspronkelijke drijfveren ('oorspronkelijk' ook bedoeld als de diepe bron waaruit geput kan worden, de passie) uit beeld raken. Het resultaat is geen doel in zichzelf.
Jan vertelt ook over de dieptepunten, zoals dat moment dat hij land moest verkopen om het hoofd financieel boven water te houden. Dan ga je door de diepte heen. Zulke grenssituaties zijn overigens ook (pijnlijke) leermomenten.

De U-bocht

Later in zijn verhaal legt Jan de link tussen zulke grenssituaties en de U-bocht – een model voor diepgaande verandering dat ontwikkeld werd door Otto Scharmer. Als je een probleem wilt oplossen – hetzij een probleem waarin je ongewild terechtkomt, hetzij een probleem dat je bewust wilt doordenken kun je grofweg twee benaderingen kiezen:
-Een 'shortcut – benadering' – zo snel mogelijk een oplossing bedenken en deze doorzetten. Voor alledaagse beslissingen kan deze benadering tot op grote hoogte voldoen. Het bezwaar kan zijn dat je vastloopt in denkgewoonten en in ‘zo doen we dat hier'.
-Een benadering waarbij je ruimte laat voor 'niet weten', voor 'leegte', de diepte in gaat, onderzoekt wat er precies aan de hand is en waar het wezenlijk om gaat, probeert met nieuwe ogen naar de voor je gevoel vastgelopen / vastlopende situatie te kijken, te reflecteren en zoeken naar innerlijk weten. Daarbij zijn er drie fasen: (1) diagnose ('observeer, observeer, observeer'), (2) de diepte ingaan en onderzoeken van de waarde van dingen, 'waar het op aan komt' en (3) het weer, op een andere, getransformeerde wijze, in de werkelijkheid van alledag gaan staan en doelgericht te handelen, met een natuurlijke 'flow'.

Ik moest hier denken aan het onderscheid dat Thomas Merton, maar ook Vaclac Havel, maken tussen twee niveaus van leven en handelen:
-het instrumenteel handelen, gericht op 'resultaat'; dit is op zichzelf niet slecht, want er moet vaak eenvoudigweg gehandeld worden, vanuit gewoonten en intuïties; het is ook concreet iets neerzetten;
-leven en handelen vanuit diepere, intrinsieke waarden.

Kwetsbaarheid en droom

Jan greep in zijn verhaal ook terug op Franciscus en op Theo Zweerman, filosoof en franciscaan. Je moet pijn durven lijden, om je passie te ontdekken. Uit wat hij hierover zei werd voelbaar hoe belangrijk deze inspiratiebron voor hem was. Durf de pijn te voelen om je passie te voeden.
Een andere bron die hij noemde was Dag Hammarskjöld, diplomaat en secretaris-generaal van de Verenigde Naties, die na zijn dood een geestelijk dagboek achterliet waaruit bleek dat hij zijn hele leven heeft geworsteld om los te laten en vrij te worden van zichzelf, geïnspireerd door de Evangeliën en christelijke mystici als Thomas a Kempis en vooral Jan van ’t Kruis.
Jan heeft vanaf zijn studententijd heel veel gelezen, met name ook op filosofisch gebied. Hij is uiteindelijk tot te conclusie gekomen dat hij de geloofstraditie, waarin hij is opgegroeid – de christelijke – een faire kans wil geven in zijn bestaan.
Het model van de U-bocht werd door Jan ook gebruikt om aan te geven dat het belangrijk is je droom te dromen (passie!!!) om je visie te behouden.

Een van de laatste uitspraken van Jan over zijn passie luidde: Gods tegenwoordigheid geneest.

Kees Both

>> Terug naar de Inleiding
>> Lees ook: Vaclav Havel over Hoop.

Terug       Top

guy dilweg 4 juni 2009