|
Home
> spiritualiteit>Interview Guy
|
![]() |
In Todtmoos/Rùtte beleefde Guy zijn ´tweede noviciaat´ |
Guy was jarenlang werkzaam als algemeen secretaris van Pax Christi. Dat was een intensieve baan, waar hij na zes jaar een punt achter zette. Hij vertelt van enkele tekenen, die hem aanzetten tot dat besluit. Guy: Ik droomde van een plant die voortrolt zonder wortels in de woestijn. Bij het ontwaken wist ik: dat gaat over mij. Ik word maar voortgejaagd om te werken, werken, werken en ik verwaarloos mijn eigen wortels. Ik kwam ook de trap niet meer op. Ik wilde en kon niet meer verder, dat waren de signalen vanuit mijn geest en vanuit mijn lichaam. Toen volgde een sabbatjaar in het Dürckheim-centrum in Todtmoos-Rutte. Guy beschouwt dit jaar als zijn ‘tweede noviciaat’. Met zichtbaar genoegen herinnert hij zich het Einüben en Hineinhorchen tijdens zijn verblijf in het Zwarte Woud. Hij oefende zijn creatieve gaven en ontdekte zijn lichamelijkheid tijdens het tekenen, dansen, zwaardvechten en het Zenzitten. Voor hem opende zich hierdoor de deur naar het Geheim. Guy: Het was een werkelijke initiatie in de religieuze laag van het bestaan. Alles wat naar buiten komt zegt iets over je binnenkant. Met die ontdekking wilde ik, terug in Nederland, verder. Toen werd ik gevraagd om jongerenwerk op te zetten.
Gegroeid uit het religieus jongerenwerk
Het werken met jongeren – of beter nog: met jongvolwassenen - vond hij heerlijk vanwege de openheid, de gezamenlijke zoektocht. Guy: In het Koetshuis dat apart van 'het kasteel' staat hadden we verschillende activiteiten voor jongeren. We probeerden door te dringen tot onze existentiële laag, waren eerder onderzoekend dan oordelend bezig en ik was verrast toen bleek dat biodiversiteit ook bij mensen gestalte krijgt. Iedereen is een eigen, unieke openbaring van de Eeuwige. We gebruikten werkvormen om op het spoor te komen van eigen spiritualiteit en tot mijn verwondering bleek het mogelijk om te praten over vragen als Wat voor geur heeft God voor je? Wat voor kleur heeft Hij?
Gaandeweg ontstond in het koetshuis een groep mensen rond de vraag of we niet een gemeenschap zouden kunnen vormen, een eigentijds klooster. Als een bloem, die vanuit de bodem van de secularisatie naar boven komt, zo is ons project eigenlijk gegroeid uit het religieus jongerenwerk. Door de mooie plek werd onze focus als vanzelfsprekend gericht op natuur en milieu. Het is fijn om de Franciscaanse spiritualiteit van eerbied voor onze moeder zuster aarde op deze plek vorm te geven. Van het bestuur van de Franciscanen kregen we op 4 oktober 1990 toestemming voor 5 jaar met een optie voor nog eens 5 jaar.
Ruimte voor de Bron
De leden van de Stoutenburg-gemeenschap hadden zeer verschillende achtergronden. Om te kunnen groeien naar een eigen spiritualiteit heeft men er toen voor gekozen om sterk in te zetten op stilte. Woorden kunnen verstoren, de stilte verbindt. We maken ruimte voor de bron, die in ieder van ons op kan borrelen. Zo puitten we ook vaak uit de geschriften van Thich Nhat Hanh, Kalil Gabran en Roemi. En als ik geen geschikte tekst kon vinden, probeerde ik er zelf een te schrijven. ‘Over liefde’ is zo’n een bundeling van zelfgemaakte overwegingen. Bij onze lekenspiritualiteit stuit je op beelden, waarvoor je termen zoekt vanuit een voor iedereen verstaanbaar taalveld. Tijdens loopmeditatie bijvoorbeeld ervaar je dat alles wat ademt de Heer, de levensgeest looft. Dat is een heel directe ervaring die je samen kunt delen. Ademen en beademd worden. Die beweging in jezelf toelaten en daarmee tot doorgeefluik worden van de Eeuwige. Landen in je eigen midden. Dat is heel helend.
Het voorrecht te mogen bedelen
![]() |
| Guy vertelt Patrick met verve wat hij beleeft aan de moestuin van het Milieuklooster (foto WvV) |
In twintig jaar zijn er veel onderwerpen de revue gepasseerd waarover men het niet bij voorbaat eens was met elkaar. Een goede oplossing bleek dan om het onderwerp te laten rusten om te kunnen rijpen. Guy: Een sprekend voorbeeld uit de begintijd was de auto. We waren toen met acht volwassenen, zes kinderen en drie auto’s. Dat kon natuurlijk niet. We besloten om de beste van de drie auto’s te behouden, maar deze werd op zekere dag total loss gereden. Dan is het een voorrecht van de armoe om te mogen bedelen. Ik had al snel 5.000 gulden binnen als start voor de aanschaf van een tweedehandse nieuwe. Maar binnen de communiteit was niet iedereen overtuigd van de noodzaak. Hoezo een auto, is dat wel nodig? We besloten om het voorlopig op experimentele basis zonder auto te doen. Die ‘experimentele fase’ duurde maanden en uiteindelijk zijn we nu al 18 jaar niet op teruggekomen. Een soortgelijke ontwikkeling deed zich voor in het conferentie-centrum, waarvan ze voor hun inkomsten afhankelijk waren.Guy: Zelf leefde de gemeenschap vegetarisch, maar in ons conferentieoord kwamen regelmatig huisartsen en die waren gewend om vlees te eten. Als compromis kwamen we uit op paardengehakt. Dat was nog het meest diervriendelijk. Zo stond ik ballen paardengehakt te draaien. Ik was bang dat we anders klanten zouden verliezen. Maar op een dag kon ik die angst los laten. We kozen ervoor dat er bij ons uitsluitend vegetarisch wordt gekookt. Dat paste veel beter bij onze eigen levenskeuze en dan moesten we de consequenties maar op de koop toenemen. In feite betekende het dat er toen groepen kwamen, die veel beter bij ons pasten.
Het milieuproject is al drie maal bedreigd met het einde. Guy: Eerst wilden de franciscanen het huis verkopen. Wij zochten en vonden in Natuurmonumenten een nieuwe ons sympathieke eigenaar. Maar vervolgens werd Stoutenburg weer doorverkocht aan het Utrechts Landschap. En die was na vijf jaar ook van plan ons de huur op te zeggen. Het is een wonder dat we nog bestaan.
We zijn afhankelijk van de goedheid van anderen. Dat heeft heel goed gewerkt. Zo hebben we voor tien jaar subsidie gekregen van verschillende religieuze instituten om de huurverhogingen te kunnen betalen.
Het is prachtig om te leven met de natuur als invalsbasis. Het zelf verbouwen van je eten, die eeuwige cyclus van het voedsel dat uit de tuin komt, dat wordt bereid, aan tafel wordt genuttigd, wordt omgezet in energie en uiteindelijk weer terugkeert in de aarde. Als je die cyclus echt doorleeft, dan mag het ook een keer ophouden. Stoutenburg is een plek waar mensen over lezen, over praten en van dromen. Het is als een soort mycelium, een web van ondergrondse draden en schimmels, waarop wij momenteel de paddestoelen zijn. Als wij er niet meer zijn, houdt dat ondergrondse universum niet op, maar voedt elders gewoon weer nieuwe paddestoelen.
Will van de Ven, KNR-bulletin 2010-3.
>>
Terug naar de pagina onze spiritualiteit.
>> Naar
de pagina's over Franciscus
Andere pijlers: gemeenschapsleven en natuurverbondenheid.
juli 2010


