Home > spiritualiteit>Interview Guy

Paddenstoelen'Wij zijn als paddestoelen'

Will van de Ven in gesprek met Guy Dilweg ofm

Het jaar 2010 werd door de Nederlandse religieuzen uitgeroepen tot het jaar van bezinning op onze 'zuster moeder aarde'. Guy werkte mee aan een handreiking voor de zusters en de broeders. Reden voor communicatiemedewerker Will van de Ven en directeur Patrick Chatelion Counet van de Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR) op bezoek te gaan in het Milieuklooster'. Will maakte een verslag.

Het huidige ‘kasteel van Stoutenburg’ is een herenhuis daterend uit 1888. De Franciscanen kochten het in 1948 en maakten er een klooster van. Na de Tweede Wereldoorlog was de toeloop van kandidaten zo groot dat hier een tweede Franciscaans noviciaat gehuisvest werd. Daartoe was een ingrijpende verbouwing noodzakelijk. Er kwam een verdieping bovenop en aan de achterzijde werd een vleugel aangebouwd. Toen de belangstelling voor traditioneel religieus leven verminderde, werd Stoutenburg een bezinningscentrum. Vanaf 1991 wordt het huis bewoond en gebruikt door de leden van het Franciscaans Milieuproject, een religieuze ’leef- en werkgemeenschap’, geïnspireerd op Franciscus van Assisi, maar ook op andere tradities als het zenboeddhisme. Naast de vier communiteitsleden behoort al elf jaar een Afghaans vluchtelingenpaar tot de vaste bewoners. Er zijn vrijwilligers die meehelpen in de tuin en het huis, en een aantal keer per jaar worden meeleefweken gehouden. Ook verhuurt de gemeenschap een deel van het huis als conferentieoord.

Guy Dilweg ofm stond aan de wieg van het Franciscaans Milieuproject. In deze bijdrage vertelt hij over zijn drijfveren.

Zonder wortels

Logieshuis in Rùtte
In Todtmoos/Rùtte beleefde Guy
zijn ´tweede noviciaat´

Guy was jarenlang werkzaam als algemeen secretaris van Pax Christi. Dat was een intensieve baan, waar hij na zes jaar een punt achter zette. Hij vertelt van enkele tekenen, die hem aanzetten tot dat besluit. Guy: Ik droomde van een plant die voortrolt zonder wortels in de woestijn. Bij het ontwaken wist ik: dat gaat over mij. Ik word maar voortgejaagd om te werken, werken, werken en ik verwaarloos mijn eigen wortels. Ik  kwam ook de trap niet meer op. Ik wilde en kon niet meer verder, dat waren de signalen vanuit mijn geest en vanuit mijn lichaam. Toen volgde een sabbatjaar in het Dürckheim-centrum in Todtmoos-Rutte. Guy beschouwt dit jaar als zijn ‘tweede noviciaat’. Met zichtbaar genoegen herinnert hij zich het Einüben en Hineinhorchen tijdens zijn verblijf  in het Zwarte Woud. Hij oefende zijn creatieve gaven en ontdekte zijn lichamelijkheid  tijdens het  tekenen, dansen, zwaardvechten en het Zenzitten. Voor hem opende zich hierdoor de deur naar het Geheim. Guy: Het was een werkelijke initiatie in de religieuze laag van het bestaan. Alles wat naar buiten komt zegt iets over je binnenkant. Met die ontdekking wilde ik, terug in Nederland, verder. Toen werd ik gevraagd om jongerenwerk op te zetten.

Gegroeid uit het religieus jongerenwerk

Het werken met jongeren – of beter nog: met jongvolwassenen - vond hij heerlijk vanwege de openheid, de gezamenlijke zoektocht. Guy: In het Koetshuis dat apart van 'het kasteel' staat hadden we verschillende activiteiten voor jongeren. We probeerden door te dringen tot onze existentiële laag, waren eerder onderzoekend dan oordelend bezig en ik was verrast toen bleek dat biodiversiteit ook bij mensen gestalte krijgt. Iedereen is een eigen, unieke openbaring van de Eeuwige. We gebruikten werkvormen om op het spoor te komen van eigen spiritualiteit  en tot mijn verwondering bleek het mogelijk om te praten over vragen als Wat voor geur heeft God voor je? Wat voor kleur heeft Hij?

Gaandeweg ontstond in het koetshuis een groep mensen rond de vraag of  we niet een gemeenschap zouden kunnen vormen, een eigentijds klooster. Als een bloem, die vanuit de bodem van de secularisatie naar boven komt, zo is ons project eigenlijk gegroeid uit het religieus jongerenwerk. Door de mooie plek werd onze focus als vanzelfsprekend  gericht op natuur en milieu. Het is fijn om de Franciscaanse spiritualiteit van eerbied voor onze moeder zuster aarde op deze plek vorm te geven. Van het bestuur van de Franciscanen kregen we
op 4 oktober 1990  toestemming voor 5 jaar met een optie voor nog eens 5 jaar.

Ruimte voor de Bron

De leden van de Stoutenburg-gemeenschap hadden zeer verschillende achtergronden. Om te kunnen groeien naar een eigen spiritualiteit heeft men er toen voor gekozen om sterk in te zetten op stilte. Woorden kunnen verstoren, de stilte verbindt. We maken ruimte voor de bron, die in ieder van ons op kan borrelen. Zo puitten we ook vaak uit de geschriften van Thich Nhat Hanh, Kalil Gabran en Roemi. En als ik geen geschikte tekst kon vinden, probeerde ik er zelf een te schrijven. Over liefde’ is zo’n een bundeling van zelfgemaakte overwegingen. Bij onze lekenspiritualiteit stuit je op beelden, waarvoor je termen zoekt vanuit een voor iedereen verstaanbaar taalveld. Tijdens loopmeditatie bijvoorbeeld ervaar je dat alles wat ademt de Heer, de levensgeest looft. Dat is een heel directe ervaring die je samen kunt delen. Ademen en beademd worden. Die beweging in jezelf toelaten en daarmee tot doorgeefluik worden van de Eeuwige. Landen in je eigen midden. Dat is heel helend.

Het voorrecht te mogen bedelen

Guy vertelt
Guy vertelt Patrick met verve wat hij beleeft aan de moestuin van het Milieuklooster (foto WvV)

In twintig jaar zijn er veel onderwerpen de revue gepasseerd waarover men het niet bij voorbaat eens was met elkaar. Een goede oplossing bleek dan om het onderwerp te laten rusten om te kunnen rijpen. Guy: Een sprekend voorbeeld uit de begintijd was de auto. We waren toen met acht volwassenen, zes kinderen en drie auto’s. Dat kon natuurlijk niet. We besloten om de beste van de drie auto’s  te behouden, maar deze werd  op zekere dag  total loss gereden. Dan is het een voorrecht van de armoe om te mogen bedelen. Ik had al snel 5.000 gulden binnen als start voor de aanschaf van een tweedehandse nieuwe. Maar binnen de communiteit was niet iedereen overtuigd van de noodzaak. Hoezo een auto, is dat wel nodig? We besloten om het voorlopig op experimentele basis zonder auto te doen. Die ‘experimentele fase’ duurde maanden en uiteindelijk zijn we nu al 18 jaar niet op teruggekomen. Een soortgelijke ontwikkeling deed zich voor in het conferentie-centrum, waarvan ze voor hun inkomsten afhankelijk waren.Guy: Zelf leefde de gemeenschap vegetarisch, maar in ons conferentieoord kwamen regelmatig huisartsen en die waren gewend om vlees te eten. Als compromis kwamen we uit op paardengehakt. Dat was nog het meest diervriendelijk. Zo stond ik ballen paardengehakt te draaien. Ik was bang dat we anders klanten zouden verliezen. Maar op een dag kon ik die angst los laten. We kozen ervoor dat  er bij ons uitsluitend  vegetarisch wordt gekookt. Dat paste veel beter bij onze eigen levenskeuze en dan moesten we de consequenties maar op de koop toenemen. In feite betekende het dat er toen groepen kwamen, die veel beter bij ons pasten.

PaddenstoelenHet milieuproject is al drie maal bedreigd met het einde. Guy: Eerst wilden de franciscanen het huis verkopen. Wij zochten en vonden in Natuurmonumenten een nieuwe ons sympathieke eigenaar. Maar vervolgens werd Stoutenburg weer doorverkocht aan het Utrechts Landschap. En die was na vijf jaar ook van plan ons de huur op te zeggen. Het is een wonder dat we nog bestaan.
We zijn afhankelijk van de goedheid van anderen. Dat heeft heel goed gewerkt. Zo hebben we voor tien jaar subsidie gekregen van  verschillende religieuze instituten  om de huurverhogingen te kunnen betalen.

Het is prachtig om te leven met de natuur als invalsbasis. Het zelf verbouwen van je eten,  die eeuwige cyclus van het voedsel dat uit de tuin komt, dat wordt bereid, aan tafel wordt genuttigd, wordt omgezet in energie en uiteindelijk weer terugkeert in de aarde. Als je die cyclus echt doorleeft, dan mag het ook een keer ophouden. Stoutenburg is een plek waar mensen over lezen, over praten en van dromen. Het is als een soort mycelium, een web van ondergrondse draden en schimmels, waarop wij momenteel de paddestoelen zijn. Als wij er niet meer zijn, houdt dat ondergrondse universum niet op, maar voedt elders gewoon weer nieuwe paddestoelen.

Will van de Ven, KNR-bulletin 2010-3.

>> Terug naar de pagina onze spiritualiteit.
>> Naar de pagina's over Franciscus

Andere pijlers: gemeenschapsleven en natuurverbondenheid.

Terug       Top

juli 2010