Home > Teksten >Franciscus en de ontdekking van de gemeenschap

De ontdekking van de broederschap

Ik moest me laten vinden

‘Ja, hoe is dat begonnen?’ Franciscus streek nadenkend over zijn stoppelbaard.
‘Ik moest me eerst losmaken van mijn verlangen naar eer en roem. Ik had ontdekt dat dat niet mijn weg was. Maar ik moest nog een stap verder gaan: me losscheuren van mijn familie. Dat was uiterst pijnlijk maar het moest, vraag me niet waarom? Ik was toen lange tijd alleen, eenzaam ook, met mijn bange, onzekere en zoekende hart. Ik heb gelopen, gelopen, gelopen om te vinden wat ik zocht. En ik heb gebeden, gebeden, gehuild en gebeden om helderheid in de duisternis van mijn ongewisheid.
Franciscus ontmoet de melaatse
En toen kwam daar die bedelaar op mijn pad, die melaatse. Daar is het begonnen. Toen ik eenmaal van mijn paard afgekomen was en oog in oog met hem stond, gebeurde er iets dat mijn verdere leven zou gaan bepalen. Ik had contact, doordat die man zijn armen naar me uitstrekte en mij omhelsde. Wat me altijd bitter had geleken, werd toen opeens zoetheid naar ziel en lichaam. Ik heb daar toen lang over nagedacht, of beter: nagevoeld. Het werd me duidelijk dat ik evenzeer gezocht werd als ik zelf op zoek was. Dat gaf me rust. Ik voelde dat ik me moest laten vinden. Maar hoe doe je dat? je laten vinden?

Ik bleef bidden, maar mijn gebed werd rustiger, meer overgegeven. De tranen die eerder in mijn keel opkropten verdwenen en er kwam zacht en zoet vertrouwen dat ik maar moest doen wat mijn hand me te doen gaf. En dat dát dan de zegen had van de Allerhoogste. Ja, en toen gebeurden er wonderlijke dingen. Ik zocht de afzondering, maar er kwamen mensen die mij zochten. Er volgden er meer, steeds meer. En ik wist ab-so-luut niet wat ik er mee aan moest. We zijn het toen de Heer gaan vragen. En Zijn antwoord was weer simpel: ga leven volgens het evangelie van mijn Zoon en verkondig de Blijde Boodschap.

De oneindige omhelzing van God

Het was wonderlijk hoe iedere wending in mijn leven mij steeds dieper is gaan verbinden met dat Evangelie. Hoe dieper ik me ermee verbond, des te groter werd de groep mensen die zich met mij ging verbinden. Nou ja, ik zeg dan wel ‘met mij’, maar je weet wel dat het weinig met mij te maken had en alles met de aantrekkingskracht van de Allerhoogste. Ik heb gemerkt dat evangelisch leven gemeenschapstichtend is. En daarvoor hoef je niet tot een orde toe te treden, want die gemeenschap die is er al. Dat is een belangrijk deel van de Blijde Boodschap: je bent gezien én je bent gedragen. Zelfs in je diepste verlatenheid is er de oneindige barmhartige omhelzing van God. In een broederschap wordt die zichtbaar en voelbaar in de onderlinge liefde en zorg. Wij zorgen als moeders voor elkaar. Ieder naar zijn talent.

Franciscus ontmoet de sultanEn daar bleef het niet bij. De gemeenschap van de broeders en van de zusters bleek nog te klein voor het Evangelie. Ik ben daar vaak door een ervaring achter gekomen. En als ik er eenmaal achtergekomen was, vond ik het vanzelfsprekend: ook de rijken en de mensen die zich van ons afkeren horen tot die gemeenschap, net als boeven en criminelen. Door hen liefde te betonen kun je soms in hen ook dat besef van verbondenheid wekken. En ook de Saracenen die gewoonlijk toch als onze vijanden worden beschouwd. In Damiate heb ik ontdekt dat als je maar diep genoeg reikt onder je vooroordelen, onder je belangen, onder de schijnbare afgescheidenheid door, dat je dan op een niveau komt waarin je in hen je broeder en zuster herkent.

Een broederlijke genegenheid

Franciscus ontmoet de vogelsEn nog was het niet genoeg. Ook de onredelijke schepselen vormen mee die gemeenschap. Daar kwam ik pas achter toen ik met de broeders in de buurt van Bevagna aan het lopen was. Daar zag ik dat de vogels net zo goed zaten te wachten op de Blijde Boodschap. Ja, misschien nog wel meer als de mensen. Het was een grote vreugde om voor hen te preken en zij waren er ook erg blij mee, als ik het goed gezien heb. Het heeft in ieder geval geleid tot de ontdekking dat de broederschap en zusterschap zich uitstrekt over heel de schepping. Zozeer zelfs dat ik in mijn Loflied van de Schepselen ook de hemellichamen en de elementen uit het diepst van mijn hart mijn broeder en zuster ging noemen.

Ja, Leo, zo heeft de Heer het mij gegeven de gemeenschap te ontdekken. Hoe dieper we reiken, hoe breder die wordt, tot ze tenslotte de hele kosmos omvat. En laat dat dan ook ons omgaan met de ander en het andere bepalen: dat we hen tegemoet treden met een broederlijke en zusterlijke genegenheid.

Guy Dilweg 23 augustus 2013. )

>> Meer teksten
>> Naar Franciscus

Terug       Top

Augustus 2013