|
|
Toespraak
door bestuurslid Kees Both bij jubileum Milieuproject
Tien
jaar in vogelvlucht en sneltreinvaart
Ik
kan me het nog goed herinneren, eind augustus 1991, op net zo’n mooie
zonnige zaterdagmiddag als nu - de officiële start van het project – ruim
aangekondigd, met een hele groep belangstellenden erbij. De communiteit
stelde zich voor, Bette sprak een woord als voorzitter van het bestuur.
De
aanloop van het project was toen al anderhalf jaar gaande – met zijn wortels
met name in het Franciscaanse jongerenwerk, waarvan mensen regelmatig
in het Koetshuis bijeenkwamen. De paters waren inmiddels al weer heel
wat jaren uit het kasteel vertrokken. Er ontstonden ideeën voor een ‘Aarde
Eren Communiteit’, aansluitend op het gelijknamige project van de Franciscaanse
Samenwerking, als bijdrage aan het ‘Conciliair Proces voor Vrede, Gerechtigheid
en Heelheid van de Schepping’. Vanaf het allereerste begin is er de ‘Koetsier
van Stoutenburg’ - een onregelmatig verschijnend blaadje over het wel
en wee van alle activiteiten.
In een praatpapier
uit die voorbereidingstijd werd gesproken over ‘de vier van Stoutenburg’
– vier activiteitengebieden:
- Een leefgroep
voor bejaarde religieuzen.
- ‘De Aarde Eren
– communiteit – met religie en leefstijl als verbindende factor.
- Een vormingshuis,
c.q. gastenhuis – voor groepswerk en vergaderingen, later wellicht
ook voor individuen.
- Het werken
in bos en tuin – wat hier, op deze plek, prachtig mogelijk zou zijn.
Het
eerste punt heeft men maar laten vallen, de andere drie staan nog helemaal
overeind. Ik
wil het tienjaren-overzicht in sneltreinvaart (geen tijd voor ‘onthaasten’!)
nu aan de hand van enkele thema’s vervolgen.
Allereerst
de Communiteit
De
‘eerste’ communiteit bestond uit 9 volwassenen en 6 kinderen. Het streefgetal
voor de communiteit werd vastgesteld op 10 volwassenen, plus kinderen.
Het zijn er nooit meer dan 9 en meestal minder geweest, met als ondergrens
5. In de beginjaren was het nog erg kloosterachtig en trad je als nieuw
communiteitslid in, en verbond je je voor minstens vijf jaar. Die verbintenis
werd – en wordt – nog elk jaar in een viering bevestigd.
Van de negen
starters zijn er nog vier over en anderen zijn gekomen en inmiddels grotendeels
ook weer weggegaan. Dat ging niet altijd zonder problemen – het vraagt
nogal wat om samen te leven als mensen met verschillende karakter en opvattingen
en samen iets te ontwikkelen in een woon-werk-viergemeenschap. Niets menselijks
is Stoutenburgers vreemd – hier wonen geen heiligen, hoe graag sommigen
dat ook zouden willen. En voor een aantal communiteitsleden betekende
hun leven hier een fase in hun ontwikkeling, waarna zij elders weer verder
zochten.
Er wordt inmiddels
anders omgegaan met mensen die serieus belangstelling hebben voor het
meedoen met de communiteit – er zijn meer mogelijkheden geschapen. Je
kunt een of een paar maanden of een jaar meedoen en dan alsnog besluiten
of je langer blijft. Je kunt ook een maandag meeklussen, of een tuinweek
meemaken, of …. Mensen krijgen de ruimte en de tijd (de vrijheid) om zich
te kunnen verbinden. Wel blijft natuurlijk de noodzaak aanwezig dat er
een vaste kern is, die al die veranderlijkheid aankan.
In
veel leefgemeenschappen is het ‘alles of niets’ – je hoort erbij en bent
mede verantwoordelijk of niet. Hier is men erin geslaagd om daarbij een
grote mate van flexibiliteit te ontwikkelen, en toch voor voldoende continuïteit
te zorgen, al was het soms op het randje van ‘redden we dat nog qua hoeveelheid
werk?’
Het is bewonderenswaardig
hoe een kleine groep mensen die zo goed op elkaar ingespeeld is, tegelijkertijd
relatief gemakkelijk mensen voor kortere op langere tijd op kan nemen.
Daardoor is het zo lang goed gegaan, wat beslist uniek te noemen is.
Een belangrijke
factor in de communiteit is – als je terugkijkt en vergelijkt met andere
leefgemeenschappen – ook de openheid voor reflectie binnen de communiteit
– waarbij er ook buitenstaanders bij gehaald werden: ‘willen jullie ons
bevragen?’ Zo werd bijvoorbeeld ‘De Expeditie’ in Amersfoort ingeschakeld
in verband met de manier van besluitvorming en waren er in de beginjaren
in verband met de tuin contacten met De Kleine Aarde. Dit soort reflecties
houdt de zaak open, daardoor is de beweeglijkheid gebleven.
Binnen
de communiteit is er ook aandacht voor de elkaars talenten, ook als de
mogelijkheden (bijvoorbeeld doordat iemand ouder wordt), verschuiven.
Wat iemand kan wordt altijd ingezet of hij of zij nu 8 is of 80. Je wordt
niet gefixeerd op een bepaalde rol of bepaalde verwachtingen. Je krijgt
ook de mogelijkheid om nieuwe talenten te ontwikkelen. Ook dit is een
voedingsbodem voor dynamiek, die helaas vaak ontbreekt in leefgemeenschappen.
Een belangrijk
spanningsveld was en is steeds gegeven door de verhouding tussen intern
– wat je op Stoutenburg doet - en wat daarbuiten, wat werk betreft. Kun
je je ‘binnen’ voldoende verbinden met je werk, is het werk daar bron
van vreugde en inspiratie? Voor velen was en is dat inderdaad het geval
– en dat levert beleving van heelheid op.
Ook bij het
werk in en rondom het gebouw kun je werken aan je eigen bestaan, het hoort
erbij. In veel woongemeenschappen is er vanwege het vele werk buitenshuis
vaak te weinig tijd om binnenshuis samen de zaak op orde te houden en
het te verbeteren.
Bestuur
De
Stichting Francicaans Milieuproject heeft een bestuur. Daarin heeft de
Communiteit enkele vertegenwoordigers, maar de meeste bestuursleden ‘komen
van buiten’. Dat levert een vruchtbaar spanningsveld op, zo is deze tien
jaar gebleken. Het project is meer dan de communiteit, reikt qua doelstelling
verder dan hier, hoe belangrijk dat ‘hier’ ook is. Om het wat onsympathiek
te zeggen – communiteit, gebouw en landgoed zijn middelen om de doelstelling
van het project – het landgoed Stoutenburg te ontwikkelen tot een plek
waar de zorg voor natuur en milieu wordt geoefend, voorgeleefd, gevierd,
bemediteerd en bestudeerd – te bereiken. De personele samenstelling van
het bestuur is deze tien jaar sterk veranderd, al blijven mensen er lang
bij, ook omdat het zo’n boeiend project is met boeiende mensen. De inhoud
is sterk verschoven – van zorgen voor voorwaarden – de financiële en andere
zorgen domineerden de eerste zes jaar sterk – naar een sterker accent
op de inhoud. De evaluatie die bij het vijfjarig bestaan werd uitgevoerd
leverde onder andere op dat het studieuze aspect – de visie-ontwikkeling
(wat wij ‘conceptontwikkeling’ hebben genoemd) meer aandacht moest krijgen.
Sindsdien is dat ook gebeurd:
- in de jaarlijkse
Stoutenburglezing die vanaf 1998 wordt gehouden – door resp. Hans
Achterhuis, Koo van der Wal en Ria Beckers;
- in studiedagen
in het voorjaar – over ‘Grijze cellen en groene vingers’, over het
omgaan met de tijd, over het ‘heiligen van de dingen’, in publicaties
die zijn verschenen en die welke nog op stapel staan;
- in het ontwikkelen
van een netwerk van en met mensen en instellingen die actief zijn
op het terrein van natuur, milieu en levensbeschouwing, in binnen-
en buitenland; vorig jaar mei hadden we hier een conferentie met een
deel van dat netwerk en onze voorzitter is dezer dagen in Amerika
bij een van deze zusterorganisaties – Genesis Farm in New Jersey,
Amerika.
Op
initiatief van de communiteit – of beter van een lid van de communiteit,
want de anderen zagen diens computeractiviteiten lang met enige meewarigheid
aan – werd een internetpagina ontwikkeld – www-stoutenburg.nl – die later
echt een zaak van het project geworden is, met Guy als webmaster. Deze
site wordt goed bezocht.
De
relatie tussen stichtingsbestuur en communiteit heeft zich ontwikkeld
van een afwachtend bestuur, waarbij communiteit en bestuur op elkaar zaten
te wachten – ‘doen jullie nog eens wat?’ – naar een bestuur dat initiatieven
neemt en daarbij de communiteit niet opjaagt, maar uitdaagt.
Een
echte crisis vindt plaats in 1995, als de Franciscanen laten weten dat
men geen groot onderhoud meer wil plegen aan het gebouw, het huurcontract
eind 1996 willen beëindigen en Stoutenburg willen verkopen. Het project
komt in gevaar, het gaat in het bestuur over niets anders meer dan over
onderhandelen en over geld, maar gelukkig voor ons koopt Natuurmonumenten
het landgoed. Zij vragen voorts een redelijke, maar fors hogere huur.
Dat is aanleiding tot een onbescheiden vraag aan een groot aantal mensen
om het project vijf jaar lang financieel te steunen, wat binnen enkele
maanden leidt tot een paar ton aan toezeggingen. Toen werd ook duidelijk
dat het project inmiddels een flinke kring aan sympathisanten had opgebouwd
en wij zijn de vele donateurs dan ook zeer dankbaar.
Er
werd een tweede stichting opgericht, waarin de zakelijke kant van Stoutenburg
– het conferentieoord – werd ondergebracht, de Stichting Stoutenburg.
Daardoor kon de Stichting Franciscaans Milieuproject door de belastingdienst
erkend worden als instelling van algemeen nut – waardoor giften fiscaal
aftrekbaar werden.
De Franciscanen
Met
de Franciscanen waren de relaties gedurende de eerste jaren redelijk –
al was Stoutenburg voor hen een vreemde eend in de bijt. In een gesprek
van Communiteit, Stichting en Franciscanen in 1993 vragen de Franciscanen
bijvoorbeeld hoe het gaat, dat samenleven van mannen en vrouwen. Ze vragen
zich af of deze ervaring voor hun broederschap van belang kan zijn. Men
maakt zich bezorgd over de overmaat aan vrouwen en over wat er gebeurt
als alle mannen vertrekken en er alleen vrouwen overblijven (!). In het
Stichtingsbestuur heeft een aantal jaren een vertegenwoordiger van de
Franciscanen meegedaan. De crisis in 1996 heeft de relatie sterk op de
proef gesteld, evenals de richting die het project uitging – van een exclusief
christelijk geïnspireerd project naar levensbeschouwelijke verbreding,
zonder overigens de christelijke wortels te verloochenen. Na de verkoop
van het landgoed heeft het project geen directe relatie meer met de Franciscaner
orde, al zijn er goede betrekkingen met verschillende mensen, kloosters
en groepen in de Franciscaanse familie.
Vrijwilligers en gasten
Een blijvend element is de grote kring aan vrijwilligers – in de tuin-
en bosweken, in andere activiteiten. Via deze vrijwilligers reikt het
project verder de samenleving in. Ook gasten – de gebruikers van het conferentieoord
– maken, zij het wat meer op een afstand, kennis met de sfeer van Stoutenburg.
Natuurbeheer
Vanaf
het begin was natuurbeheer een deel van de doelstelling van het project.
In het eerste huurcontract tussen communiteit en Franciscanen wordt dan
ook afgesproken: ‘huurder zal in het bosperceel met name Amerikaanse vogelkers,
esdoorn en bramen bestrijden. Ik verzeker u dat dit wat betreft de Amerikaanse
vogelkers – de ‘bospest’ – behoorlijk gelukt is. Het gazon werd verschraald
tot bloemrijk grasland, wat een langzaam proces bleek te zijn. In de beginjaren
stelde een communiteitslid dan ook voor om de hele handel maar om te ploegen
en er een bloemenmengsel in te zaaien. Het ging hem te lang duren. Waarop
ik – sterk betrokken bij juist dit onderdeel – hem vroeg of een dergelijk
ongeduld niet tamelijk onfranciscaans was. Sindsdien is het devies: wel
zaaien, maar niet erbij planten – want grond en zaden weten samen het
best wat daar op dat moment kan gedijen. Dat geldt ook voor de paddenpoel
en het grasland er omheen.
De
moestuin is een vast element, al die jaren. Hij is sterk uitgebreid en
steeds mooier geworden, de grond is steeds beter geworden voor biologische
teelt. De communiteit kan met de tuin voor een belangrijk deel in de eigen
voedselbehoefte voorzien – het lijkt inmiddels wel een tuinderij!
De grotere samenleving
Een
thema dat al die jaren vaak terugkwam was de relatie tussen wat hier gebeurt
en de grotere wereld. Hebben we dar enige invloed op? Wat dat betreft
hebben we weinig pretenties. We oefenen hier met een manier van leven
en laten zien dat het ook zo kan – het kan in principe anders – dat besef
proberen we warm te houden en uit te dragen. We proberen wel verschillende
middelen te vinden om dat over te dragen – door hier mee te leven – maar
ook via activiteiten op andere plekken, door publicaties en andere media.
Misschien is kunst daarbij een belangrijk middel?
De toekomst
Zo
komen we bij de toekomst, de komende tien jaar. Dank zij onze donateurs
zijn wij in staat om wat verder vooruit te kijken. Bestuur en communiteit
doen dat eerst apart – dat doen we wel vaker – en confronteren dan onze
ideeën met elkaar. Zo zijn we in het bestuur bijvoorbeeld aan het nadenken
over een verbeterde externe gerichtheid – met behoud van de sterke punten
van nu – de gastvrijheid – bijvoorbeeld:
- het ontwikkelen
van een buurtnetwerk;
- het bredere
gebruik van de tuin – groter, als een soort biologische tuinderij voor
de omgeving;
- regelmatig –
als knooppunt – een netwerk uitnodigen voor een bijeenkomst op Stoutenburg;
- de gebouwen
– milieuonvriendelijk als ze zijn – omtoveren tot milieuvriendelijke
en energiezuinige locaties – als voorbeeldproject;
- een extern iemand
een studie laten maken van het project en de visie die erin schuilt
naar boven halen;
- misschien moet
je wel een studiesecretaris aanstellen, die kan zorgen voor impulsen.
We
denken na over het komende decennium – als optimisten zonder illusies,
die gewoon doen wat ze vinden dat ze moeten doen en dat zo goed mogelijk.
Een dergelijke combinatie van realisme en idealisme, van radicaal denken
en behoedzaam handelen, wens ik onszelf als milieuproject en ons allen
hier toe voor de komende 10 jaar. We zullen zien. Ik hoop het nog mee
te maken.
Uitgesproken
door Kees Both, tijdens de viering van het tienjarig jubileum op 26 mei
2001.
Laatst
bewerkt: 22-04-2008.
|